|
Het wordt een druk najaar voor u?
Jan Smets: In elk geval! Als commissaris-generaal
voor de euro ben ik belast met de coördinatie in België
van alle activiteiten ter voorbereiding van de euro. Vanaf
1 september worden de scenario’s voor de laatste rechte
lijn naar de euro uitgevoerd. Bovendien zal de mediabelangstelling
die in het voorjaar op gang kwam, niet meer stilvallen.
Wat moeten wij ons voorstellen bij die
voorbereidende activiteiten?
Jan Smets: We zijn op vier terreinen actief.
Ten eerste is er alles wat de financiële sector betreft.
De omschakeling van frank naar euro is een operatie in twee
bewegingen. Een eerste beweging is het uit omloop halen van
de frank. Vooral in de eerste maanden van 2002 zal dat gebeuren,
maar ook vooraf al met de operatie Spaarpot. Eén kwart
van alle Belgische munten zit in spaarpotten. Die munten,
één miljard stukken, willen we tussen half oktober
en half november al inzamelen. De omgekeerde beweging is dan
de euro in omloop brengen. De banken, de post, de handelaars,
de ziekenhuizen, kortom alles wat de Nederlanders toonbankinstellingen
noemen, moeten bevoorraad worden. Deze operatie begint in
september. Huisartsen zullen zich vanaf 1 december kunnen
bevoorraden bij de banken.
Een tweede terrein is dat van de overheid en haar administraties.
Neem het RIZIV: ook die boekhouding en informatica moeten
op de euro overschakelen. Bovendien moeten alle reglementen
en alle wetgeving aangepast worden. Die teksten staan vol
met bedragen in frank.
Ten derde zijn er de bedrijven en de consumenten. Grote bedrijven
die internationaal actief zijn, zijn goed voorbereid. Ik maak
me meer zorgen over de KMO’s. De meeste zijn nu wel
begonnen, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Veel
KMO’s wachten bovendien tot 1 januari om met de interne
boekhouding en facturatie over te schakelen. Dat mag, maar
dat betekent wel dat er geen proefperiode meer mogelijk is.
Tot dit terrein hoort ook alles wat de prijzen betreft. De
kosten bij de overgang naar de euro mogen niet verrekend worden
aan de consumenten. De omschakeling mag ook geen excuus zijn
om de prijzen naar boven af te ronden. De koopkracht moet
gegarandeerd blijven.
Een vierde en laatste terrein is de communicatie. Informatie
is heel belangrijk: over de nieuwe munten en biljetten, over
het scenario bij de omschakeling, over de nieuwe eenheid.
We zullen aan een nieuw referentiekader moeten wennen, een
nieuwe maatstaf, waardoor we onmiddellijk weten of iets in
euro duur of goedkoop is.
Een tweede millenniumbug?
Dat de KMO’s en de vrije beroepen
relatief lang wachten met de omschakeling, kan erop wijzen
dat de mensen er gerust in zijn?
Jan Smets: Iets té gerust misschien.
Twee jaar terug was er heel wat te doen rond de millenniumbug,
de overschakeling van de informaticasystemen op het jaar 2000.
Omdat er toen veel heisa was en er tenslotte weinig of niets
gebeurde, verwachten veel mensen dat het ook deze keer wel
los zal lopen. Maar deze keer gaat het niet louter om een
informaticaprobleem. Er zijn de prijzen die aangepast moeten
worden, personeel dat opgeleid moet worden, jaarrekeningen
en boekhouding die omgezet moeten worden. Als iedereen daarmee
wacht tot op het einde van het jaar, dan zal iedereen op hetzelfde
ogenblik dezelfde consultants willen inhuren. Die zullen gouden
zaken doen natuurlijk.
Is de overgang op 1 januari te vergelijken
met de millenniumbug?
Jan Smets: Niet echt. Er is geen big bang-moment.
De invoering van euromunten en -biljetten wordt verspreid
over enkele maanden. Er zijn twee maanden met een dubbele
munt in omloop: januari en februari. Wel rekenen we erop dat
tegen half januari 80% van de betalingen in euro zal verlopen.
De geldautomaten verdelen vanaf 1 januari uitsluitend eurobiljetten.
Ook de banken en de post geven alleen nog euro’s uit.
De sociale uitkeringen gebeuren in euro. En de handelaars
hebben toegezegd om vanaf 1 januari zoveel als mogelijk in
euro terug te geven, ook als met frank betaald wordt.
Wat doet u op oudejaarsavond?
Jan Smets: Oudejaarsavond breng ik naar gewoonte
met de familie door. Of misschien zal er naar aanleiding van
de euro of het einde van het Belgische voorzitterschap van
de Europese Unie wel een of ander event in Brussel georganiseerd
worden.
U zal niet staan aanschuiven aan een
bankautomaat om om klokslag middernacht de eerste euro’s
te tanken?
Jan Smets: Ik niet, neen. Al kan ik me voorstellen
dat we dergelijke files van nieuwsgierigen wel zullen meemaken.
Vanaf middernacht kan je ook meteen betalen in euro. De biljetten
zijn pas te krijgen vanaf 1 januari, maar vanaf 15 december
kan iedereen wel al euromunten kopen. Er worden zogenaamde
minikits samengesteld met 29 euromuntstukken voor een gezamenlijke
waarde van 500 frank. Het doel is om zo weinig mogelijk franken
te gebruiken vanaf 1 januari. Heb je nog Belgisch geld, ga
er dan mee naar de bank. Je hoeft je niet eens te haasten.
Afscheidsfeest voor de frank
Die minikits lijken een goed idee, maar
zullen het geen verzamelobjecten worden?
Jan Smets: Dat gevaar bestaat. We hebben
de verpakking dan ook heel onaantrekkelijk gemaakt. Die munten
zijn er om ze te gebruiken. De minikits worden gepromoot bij
bedrijven, die ze sociaal en fiscaal aantrekkelijk als personeelsgeschenk
kunnen aanbieden. Deze actie kent veel succes.
Om even terug te komen op de prijsaanpassingen:
zijn afrondingen wel tegen te houden? Als je het strikt speelt,
dan krijgen we straks de meest onmogelijke prijzen?
Jan Smets: Dat klopt. En ik heb ook begrip
voor de psychologie van de prijszetting. Maar globaal genomen
moet het een neutrale operatie zijn. Wat niet kan is dat een
handelaar systematisch naar boven afrondt. De overheid moet
hier het goede voorbeeld geven. De fiscale administratie heeft
dat alvast gedaan: alle fiscale barema’s zijn afgerond
ten voordele van de belastingbetaler. Dit kost de overheid
één miljard frank.
Er wordt minder en minder cash betaald,
het elektronisch betalen zit helemaal in de lift. Is de introductie
van de eurobiljetten en euromunten geen anachronisme?
Jan Smets: In België is er voor 500
miljard frank aan biljetten in omloop en voor enkele tientallen
miljarden aan muntstukken. Dat is niet niks. Elektronisch
betalen heeft uiteraard voordelen: het is gemakkelijk en fysiek
veilig. Maar ook cash heeft voordelen: het is het meest liquide
betaalmiddel, het kost niets en de handelaars en de vrije
beroepen houden ervan, want cash hebben ze hun geld meteen.
Onze zorg is om de keuzevrijheid te respecteren. Natuurlijk
zal de introductie van de euro de overschakeling naar het
elektronisch betalen nog bevorderen. Banksys moet rekening
houden met grote pieken in het voorjaar 2002. Men is volop
bezig zich daarop te voorzien.
Op 28 februari 2002 is het – na
170 jaar – definitief gedaan met de Belgische frank.
Wordt er dan een feestje gebouwd in de Nationale Bank? Spelen
er ook emoties in dat bastion van economische wetten, harde
cijfers en financieel-monetaire aangelegenheden?
Jan Smets: Toch wel, hoor. Er komt inderdaad
een feestje. Er komt ook een expositie over de Belgische frank.
Er zal een gevoel heersen van het is mooi geweest, met wat
nostalgie erbij. Tenslotte had de Nationale Bank van België
haar bestaansreden voor een deel aan de frank te danken. Maar
er zal ook vreugde zijn om de euro. Het is iets waar we heel
lang van gedroomd en aan gewerkt hebben.
Tot wanneer blijft u commissaris-generaal
voor de euro?
Jan Smets: Uiterlijk tot halfweg 2002. Als
alles goed loopt, kan ik allicht iets vroeger stoppen.
|