Jan Smets, lid van de Raad van Beheer van AZ Sint-Lucas
 
 
Interview met commissaris-generaal voor de euro Jan Smets
Fasten seatbelts! De euro komt eraan!
September 2001. Nog vier maanden te gaan en de euro wordt tastbare werkelijkheid. Vanaf 1 januari betalen we de consultatie bij de huisarts in euro, lijkt het bedrag op de factuur van de specialist wat milder – maar schijn bedriegt – en is de Belgische frank uit elke boekhouding gebannen. Hebt u nog vragen? Die kunnen het best voorgelegd worden aan Jan Smets, directeur van de Nationale Bank van België, commissaris-generaal voor de euro en lid van de raad van beheer van AZ Sint-Lucas en AZ Volkskliniek.

Het wordt een druk najaar voor u?
Jan Smets: In elk geval! Als commissaris-generaal voor de euro ben ik belast met de coördinatie in België van alle activiteiten ter voorbereiding van de euro. Vanaf 1 september worden de scenario’s voor de laatste rechte lijn naar de euro uitgevoerd. Bovendien zal de mediabelangstelling die in het voorjaar op gang kwam, niet meer stilvallen.

Wat moeten wij ons voorstellen bij die voorbereidende activiteiten?
Jan Smets: We zijn op vier terreinen actief. Ten eerste is er alles wat de financiële sector betreft. De omschakeling van frank naar euro is een operatie in twee bewegingen. Een eerste beweging is het uit omloop halen van de frank. Vooral in de eerste maanden van 2002 zal dat gebeuren, maar ook vooraf al met de operatie Spaarpot. Eén kwart van alle Belgische munten zit in spaarpotten. Die munten, één miljard stukken, willen we tussen half oktober en half november al inzamelen. De omgekeerde beweging is dan de euro in omloop brengen. De banken, de post, de handelaars, de ziekenhuizen, kortom alles wat de Nederlanders toonbankinstellingen noemen, moeten bevoorraad worden. Deze operatie begint in september. Huisartsen zullen zich vanaf 1 december kunnen bevoorraden bij de banken.

Een tweede terrein is dat van de overheid en haar administraties. Neem het RIZIV: ook die boekhouding en informatica moeten op de euro overschakelen. Bovendien moeten alle reglementen en alle wetgeving aangepast worden. Die teksten staan vol met bedragen in frank.

Ten derde zijn er de bedrijven en de consumenten. Grote bedrijven die internationaal actief zijn, zijn goed voorbereid. Ik maak me meer zorgen over de KMO’s. De meeste zijn nu wel begonnen, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Veel KMO’s wachten bovendien tot 1 januari om met de interne boekhouding en facturatie over te schakelen. Dat mag, maar dat betekent wel dat er geen proefperiode meer mogelijk is. Tot dit terrein hoort ook alles wat de prijzen betreft. De kosten bij de overgang naar de euro mogen niet verrekend worden aan de consumenten. De omschakeling mag ook geen excuus zijn om de prijzen naar boven af te ronden. De koopkracht moet gegarandeerd blijven.

Een vierde en laatste terrein is de communicatie. Informatie is heel belangrijk: over de nieuwe munten en biljetten, over het scenario bij de omschakeling, over de nieuwe eenheid. We zullen aan een nieuw referentiekader moeten wennen, een nieuwe maatstaf, waardoor we onmiddellijk weten of iets in euro duur of goedkoop is.

Een tweede millenniumbug?
Dat de KMO’s en de vrije beroepen relatief lang wachten met de omschakeling, kan erop wijzen dat de mensen er gerust in zijn?
Jan Smets: Iets té gerust misschien. Twee jaar terug was er heel wat te doen rond de millenniumbug, de overschakeling van de informaticasystemen op het jaar 2000. Omdat er toen veel heisa was en er tenslotte weinig of niets gebeurde, verwachten veel mensen dat het ook deze keer wel los zal lopen. Maar deze keer gaat het niet louter om een informaticaprobleem. Er zijn de prijzen die aangepast moeten worden, personeel dat opgeleid moet worden, jaarrekeningen en boekhouding die omgezet moeten worden. Als iedereen daarmee wacht tot op het einde van het jaar, dan zal iedereen op hetzelfde ogenblik dezelfde consultants willen inhuren. Die zullen gouden zaken doen natuurlijk.

Is de overgang op 1 januari te vergelijken met de millenniumbug?
Jan Smets: Niet echt. Er is geen big bang-moment. De invoering van euromunten en -biljetten wordt verspreid over enkele maanden. Er zijn twee maanden met een dubbele munt in omloop: januari en februari. Wel rekenen we erop dat tegen half januari 80% van de betalingen in euro zal verlopen. De geldautomaten verdelen vanaf 1 januari uitsluitend eurobiljetten. Ook de banken en de post geven alleen nog euro’s uit. De sociale uitkeringen gebeuren in euro. En de handelaars hebben toegezegd om vanaf 1 januari zoveel als mogelijk in euro terug te geven, ook als met frank betaald wordt.

Wat doet u op oudejaarsavond?
Jan Smets: Oudejaarsavond breng ik naar gewoonte met de familie door. Of misschien zal er naar aanleiding van de euro of het einde van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie wel een of ander event in Brussel georganiseerd worden.

U zal niet staan aanschuiven aan een bankautomaat om om klokslag middernacht de eerste euro’s te tanken?
Jan Smets: Ik niet, neen. Al kan ik me voorstellen dat we dergelijke files van nieuwsgierigen wel zullen meemaken. Vanaf middernacht kan je ook meteen betalen in euro. De biljetten zijn pas te krijgen vanaf 1 januari, maar vanaf 15 december kan iedereen wel al euromunten kopen. Er worden zogenaamde minikits samengesteld met 29 euromuntstukken voor een gezamenlijke waarde van 500 frank. Het doel is om zo weinig mogelijk franken te gebruiken vanaf 1 januari. Heb je nog Belgisch geld, ga er dan mee naar de bank. Je hoeft je niet eens te haasten.

Afscheidsfeest voor de frank
Die minikits lijken een goed idee, maar zullen het geen verzamelobjecten worden?
Jan Smets: Dat gevaar bestaat. We hebben de verpakking dan ook heel onaantrekkelijk gemaakt. Die munten zijn er om ze te gebruiken. De minikits worden gepromoot bij bedrijven, die ze sociaal en fiscaal aantrekkelijk als personeelsgeschenk kunnen aanbieden. Deze actie kent veel succes.

Om even terug te komen op de prijsaanpassingen: zijn afrondingen wel tegen te houden? Als je het strikt speelt, dan krijgen we straks de meest onmogelijke prijzen?
Jan Smets: Dat klopt. En ik heb ook begrip voor de psychologie van de prijszetting. Maar globaal genomen moet het een neutrale operatie zijn. Wat niet kan is dat een handelaar systematisch naar boven afrondt. De overheid moet hier het goede voorbeeld geven. De fiscale administratie heeft dat alvast gedaan: alle fiscale barema’s zijn afgerond ten voordele van de belastingbetaler. Dit kost de overheid één miljard frank.

Er wordt minder en minder cash betaald, het elektronisch betalen zit helemaal in de lift. Is de introductie van de eurobiljetten en euromunten geen anachronisme?
Jan Smets: In België is er voor 500 miljard frank aan biljetten in omloop en voor enkele tientallen miljarden aan muntstukken. Dat is niet niks. Elektronisch betalen heeft uiteraard voordelen: het is gemakkelijk en fysiek veilig. Maar ook cash heeft voordelen: het is het meest liquide betaalmiddel, het kost niets en de handelaars en de vrije beroepen houden ervan, want cash hebben ze hun geld meteen. Onze zorg is om de keuzevrijheid te respecteren. Natuurlijk zal de introductie van de euro de overschakeling naar het elektronisch betalen nog bevorderen. Banksys moet rekening houden met grote pieken in het voorjaar 2002. Men is volop bezig zich daarop te voorzien.

Op 28 februari 2002 is het – na 170 jaar – definitief gedaan met de Belgische frank. Wordt er dan een feestje gebouwd in de Nationale Bank? Spelen er ook emoties in dat bastion van economische wetten, harde cijfers en financieel-monetaire aangelegenheden?
Jan Smets: Toch wel, hoor. Er komt inderdaad een feestje. Er komt ook een expositie over de Belgische frank. Er zal een gevoel heersen van het is mooi geweest, met wat nostalgie erbij. Tenslotte had de Nationale Bank van België haar bestaansreden voor een deel aan de frank te danken. Maar er zal ook vreugde zijn om de euro. Het is iets waar we heel lang van gedroomd en aan gewerkt hebben.

Tot wanneer blijft u commissaris-generaal voor de euro?
Jan Smets: Uiterlijk tot halfweg 2002. Als alles goed loopt, kan ik allicht iets vroeger stoppen.

Filip Decruynaere – september 2001