Dokter Christina Paelinck:
“Ik aanvaard niet dat een patiënt als een nummer behandeld wordt.”
 
 
De mening van de huisarts: dr. Christina Paelinck
“Samenwerken, dat is leren delen”
Dokter Christina Paelinck woont en werkt op een boogscheut van de plek waar zij geboren werd. In het rustige Destelbergen houdt ze sinds 1978 praktijk. In al die jaren is er veel veranderd. Meestal ten goede, soms ook wel ten kwade. Maar op de dag van het interview staat een stralende zon aan de hemel, loopt de hond vrolijk met een soepbeen door de prachtige tuin en lijkt het leven alleen maar mooi.

“Ja, vooral in de zomer is het hier prachtig wonen”, beaamt dr. Paelinck. “Op de grens tussen stad en platteland, met de voordelen van beide. Ik deel mijn praktijk met een HIBO-collega en vanaf september breiden we uit naar een associatie met drie. Schaalvergroting, jawel. Niet alleen in de ziekenhuizen is het een noodzaak, ook de huisarts ontsnapt er niet aan. Het heeft veel voordelen. De samenwerking onder collega’s werkt erg inspirerend en je leert goed met elkaar te communiceren. Bovendien kan je de patiënten een betere service garanderen. De patiënt wordt almaar mondiger en veeleisender. Hij verwacht dat de huisarts altijd bereikbaar is. Door samen te werken kan je daar op inspelen. En tegelijk hou je het voor jezelf leefbaar.
De relatie met de patiënt is grondig geëvolueerd, de afgelopen twintig jaar. Ik zie vooral positieve ontwikkelingen. De patiënt is een volwaardige partner geworden. Hij heeft een grotere kennis van zaken en daardoor kan je hem een zekere verantwoordelijkheid geven bij het maken van keuzes. Ik hou van een open relatie met mijn patiënten, waarin vertrouwen een belangrijke rol speelt. Maar ik reken vooral op het gezond verstand. Ik hou er niet van als men alles in wetteksten giet. Daar komen alleen maar meer processen van. Dat is meteen mijn angst voor de toekomst. Iedereen verwacht een stijging van het aantal claims. Als dat inderdaad gebeurt, dan wordt de artsen een defensieve houding opgedrongen, wat het werken er niet gemakkelijker op zal maken.”

De patiënt als individu
“Van een ziekenhuis verwacht ik uiteraard in de eerste plaats een grote technische vakkennis”, vervolgt dr. Paelinck. “Heel belangrijk zijn echter ook een goede communicatie én een oprecht respect voor de patiënten. Een patiënt is een individu, een mens. Dat is méér dan techniek en vakkennis alleen. Ik aanvaard niet dat een patiënt als een nummer behandeld wordt. Gelukkig zit dat bij het AZ Sint-Lucas wel goed. Hier op het platteland loopt alles over het algemeen nog een stuk gemoedelijker dan in de stad. Als ik hoor wat collega’s uit de stad zo allemaal meemaken op het gebied van agressie bijvoorbeeld, dan prijs ik mij gelukkig. Maar ook Destelbergen is aan het verstedelijken: er komen almaar nieuwe woonwijken en de tijd dat ik de meeste inwoners persoonlijk kende, is voorgoed voorbij.
De fusie van het AZ Sint-Lucas met het AZ Volkskliniek is hopelijk een goede zaak. Alleen zal men ook hier zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Schaalvergroting heeft ook een keerzijde. Niet alleen de patiënt wil als individu benaderd worden, ook de kloof tussen huisarts en specialist mag er niet breder door worden. Ik heb een heel goed contact met de specialisten van het AZ Sint-Lucas. Ik hoop voorts ook dat de specialisten in het ziekenhuis het onderling met elkaar zullen vinden. Want samenwerken, dat is leren delen en leren vertrouwen hebben. Dat is niet altijd gemakkelijk. En dat geldt zowel voor een huisartsenpraktijk als voor een ziekenhuis”, aldus dr. Paelinck.
“Ik kom geregeld naar een medische avond voor huisartsen in het AZ Sint-Lucas. De onderwerpen zijn goed gekozen en alhoewel ik vrij veel lees, krijg je de onderwerpen op zo’n avond toch weer iets anders gepresenteerd. Het is ook telkens weer een uitstekende gelegenheid om kennis te maken met de specialisten. Ik hou ervan om te weten wie er achter die stem aan de telefoon schuilgaat. Maar het is niet altijd evident om je vrij te maken op dinsdagavond.”

Als uitsmijter praten wij ook nog even over de introductie van de euro de komende maanden. “Ik ben daar vrij bewust mee bezig”, bevestigt dr. Paelinck. “Naar aanleiding ervan heb mijn bank een offerte gevraagd om patiënten te laten betalen met bankkaarten. Het lijkt me niet alleen handig bij het wisselen van de Belgische frank naar de euro, het is ook een stuk veiliger. Ik verwacht niet teveel moeilijkheden bij de omschakeling naar de euro. Het zal even wennen zijn natuurlijk. Mijn rekenmachientje ligt alvast klaar. Maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen”, besluit dr. Paelinck.

F.D. – september 2001