|
Met de vergrijzing neemt het aantal bejaarden en hoogbejaarden
met complexe zorgnoden hand over hand toe. Deze groep mensen
kampt niet alleen met medische problemen, maar heeft vaak
ook moeilijkheden op psychosociaal vlak. Bovendien houdt de
ligduurbeperking in het ziekenhuis een reëel gevaar in
voor deze patiënten. Immers, wie té vroeg uit
het ziekenhuis ontslagen wordt of wie onvoldoende voorbereid
naar huis gestuurd wordt, moet vaak vroegtijdig heropgenomen
worden of belandt ten onrechte in een rusthuis of RVT.
Een goed en doordacht ontslagmanagement op de geriatrie kan
hieraan verhelpen. Heropnamen kunnen vermeden worden, de levenskwaliteit
tussen twee opnamen kan verbeterd worden en een goed voorbereide
thuiszorg kan een alternatief vormen voor plaatsing. Louter
mooie voornemens? Neen! Het project dat in het AZ Sint-Lucas
loopt, is wetenschappelijk ondersteund en heeft zijn deugdelijkheid
al bewezen. Het ontslagmanagement bestaat uit verschillende
stappen. Kenmerkend zijn de multidisciplinaire benadering
en de nauwe betrokkenheid van de huisartsen, de thuiszorg
en uiteraard de patiënt en zijn familie.
De doelgroep
Elke dag gaan Isabelle De Muynck en Veerle Meuleman van de
sociale dienst langs op de geriatrie, respectievelijk op de
afdelingen E1 en G4. Alle nieuwe patiënten worden aangesproken.
Op basis van een inclusie-instrument worden risicopatiënten
systematisch opgespoord. Om tot de risicogroep te behoren,
moet de patiënt minimum 60 jaar zijn en niet verblijven
in een rustoord of RVT. Naast deze verplichte criteria moet
de patiënt nog beantwoorden aan twee bijkomende criteria
uit twee van de drie volgende categorieën: fysieke en
mentale factoren; omgevingsfactoren; psycho-medisch-sociale
factoren.
In de eerste categorie, fysieke en mentale factoren, wordt
nagegaan in hoever de patiënt mentaal en fysiek onafhankelijk
kan functioneren. Is er sprake van dementie, cognitieve problemen,
depressie? Kan de patiënt zichzelf wassen, kleden, verplaatsen?
De tweede categorie schetst de leefsituatie van de patiënt.
Woont hij of zij alleen? Is er een “centrale verzorger”
aanwezig? Bestaat het risico dat deze centrale verzorger overbelast
wordt? De derde categorie gaat na of er psycho-medisch-sociale
factoren in het spel zijn, zoals bijvoorbeeld mishandeling,
verwaarlozing, medicatiemisbruik, eenzaamheid en dies meer.
Voldoet een patiënt aan de twee verplichte criteria én
aan twee bijkomende criteria, dan wordt hij tot de risicogroep
gerekend. Wie niét tot de risicogroep behoort, wordt
uiteraard ook van nabij gevolgd door een multidisciplinair
team waar ook de sociale dienst deel van uitmaakt. Ook voor
deze patiënten wordt het ontslag nauwkeurig voorbereid,
in overleg met de huisarts en de thuiszorg. Het verschil is
dat voor patiënten die wél tot de risicogroep
gerekend worden, extra waakzaamheid aan de dag gelegd wordt,
gewoon omdat ze nu éénmaal een groter risico
lopen.
Die extra waakzaamheid vertaalt zich om te beginnen in een
uitgebreide bevraging van de patiënt en/of de familie
in de eerste drie dagen na opname in het ziekenhuis. Een sociale
anamnese brengt de leefsituatie van de patiënt thuis
in kaart. Het gaat om heel praktische vragen: moet u trappen
doen in de woning, hebt u een badkamer of een douche, is er
hulp mogelijk van kinderen of andere familie? Kleine elementen
die een groot verschil kunnen maken.
Uiteraard wordt ook de functionele autonomie (wassen, kleden,
eten, toiletbezoek,...) geëvalueerd en opgevolgd. Ook
het zicht, het gehoor, de slaap, de communicatie, eventuele
gedragsproblemen, het mentaal functioneren, de zorgbelasting
en het gebruik van gezondheidsvoorzieningen in de thuiszorg
worden nagegaan.
Het is niét de bedoeling van de ontslagmanager of de
sociale dienst om al deze problemen op te lossen. Er wordt
ook ten allen tijde vermeden om betuttelend op te treden tegenover
de patiënt. De bedoeling is alleen om een goed beeld
te krijgen van de patiënt en eventuele problemen vóór
te zijn. Op het ogenblik van deze grondige evaluatie wordt
overigens contact opgenomen met de huisarts, met de thuisverpleging,
met de bejaardenhulp. In een gezamenlijk overleg wordt de
situatie van elke patiënt individueel bekeken. Huisartsen
en thuiszorgdiensten hebben meestal een heel goede kijk op
de thuissituatie van de patiënt en kunnen de verzamelde
gegevens bijsturen, aanvullen en nuanceren waar nodig.
Voortdurend overleg
De informatie over de patiënt wordt niet zomaar verzameld.
Na het opsporen van de risicopatiënten en de gegevensverzameling
en –analyse, wordt in een derde fase een multidisciplinair
zorgplan opgesteld. Betrokken partners zijn onder meer de
patiënt en zijn familie, de arts, de huisarts, de logopedist,
de ergotherapeut, de kinesitherapeut, de verpleging en de
thuiszorg. Er wordt nagegaan in welke mate de toestand van
de patiënt tijdens de hospitalisatie zal evolueren en
in welke mate en door wie de patiënt en zijn familie
voorbereid en begeleid kunnen worden.
Zodra de ontslagdatum vastligt, worden alle betrokkenen op
de hoogte gebracht en kan een zorgoverleg georganiseerd worden:
wie doet wat wanneer. Een goede communicatie in beide richtingen
tussen het ziekenhuis enerzijds en de huisarts en de thuiszorg
anderzijds, is hier van wezenlijk belang.
Twee weken na het ontslag wordt de patiënt of de centrale
zorgverlener thuis opgebeld door de ontslagmanager. De bedoeling
is om de respons van de patiënten te meten. Van patiënten
waar zoveel tijd en energie in gestoken is, is het altijd
leerrijk om de reacties te horen. Als er op dat ogenblik problemen
aan de oppervlakte zouden komen, wordt onmiddellijk doorverwezen
naar de thuiszorg of de huisarts.
De eerste reacties van de huisartsen en van de thuiszorg zijn
heel positief. Vooral het voortdurende overleg en de nauwe
betrokkenheid bij elke beslissing in het proces worden op
prijs gesteld.
Samenwerkingsprotocol
Het project wordt overigens voortdurend geëvalueerd.
Niet alleen binnenshuis, maar ook in de pluridisciplinaire
begeleidingscommissie. Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers
van de diverse ziekenhuisdiensten en organisaties voor thuisverzorging,
waaronder de huisartsen. De commissie komt minimum twee keer
per jaar samen om informatie uit te wisselen over het verloop
van het project, om de continuïteit van de zorg te optimaliseren
en om beter te beantwoorden aan de noden van de patiënten
en hun familie. Een constructieve samenwerking tussen ziekenhuis
en thuiszorg is hierbij een noodzakelijke voorwaarde.
Om één en ander in goede banen te leiden werd
op de eerste bijeenkomt op 23 oktober jl. een samenwerkingsprotocol
opgemaakt. Dat protocol stelt duidelijk dat de keuzevrijheid
van de patiënt hoe dan ook gerespecteerd blijft. De huisarts
krijgt een centrale, essentiële rol toebedeeld. In zijn
verwijsbrief noteert de huisarts of er een zorgenplan betreffende
de patiënt bestaat en wie de zorgverstrekkers zijn. De
huisarts wordt vanaf het moment van opname door het ziekenhuis
gecontacteerd en voortdurend op de hoogte gehouden van de
evolutie van de patiënt. Minstens vijf dagen vóór
het ontslag wordt de huisarts daarvan op de hoogte gebracht.
Meerwaarde
Dit project ontslagmanagement op de geriatrie biedt heel wat
meerwaarde. Op macro-niveau kadert het project in de optie
om de thuiszorg de komende jaren aan te moedigen als valabel
antwoord op de toenemende vergrijzing. Op micro-vlak is een
vijftal elementen te onderkennen: het ontslagmanagement speelt
in op de ligduurverkorting die almaar verder doorgevoerd wordt;
het past in de trend tot kwaliteitsverbetering en de uitbouw
van een geriatrisch zorgbeleid; het garandeert een hogere
kwaliteitszorg voor de patiënt; het stimuleert een multidisciplinaire
samenwerking; het vormt een belangrijke aanhef tot overleg
en samenwerking tussen ziekenhuis en thuiszorg. Meer dan genoeg
redenen dus om dit project te doen slagen en in de toekomst
verder te zetten.
Voor meer info kan u terecht bij Isabelle De Muynck,
tel.: 09 224 63 20
isabelle.de.muynck@azstlucas.be.
|