|
Frank Hublé: ... Wij zijn op de goede
weg.
De jongste jaren is het ziekenhuislandschap in de regio Gent
enorm veranderd. Fusies her en der zorgden ervoor dat AZ Volkskliniek
wat verweesd achterbleef. Maar het bleek een fel gegeerde
bruid te zijn. Er waren gesprekken met zowat alle ziekenhuizen,
tot uiteindelijk de Bijloke en AZ Sint-Lucas als mogelijke
fusiekandidaten overbleven. Beide ziekenhuizen hadden hun
pro’s en hun contra’s. AZ Sint-Lucas had niet
alleen een sterk medisch aanbod, het was ook geografisch de
voor de hand liggende keuze. Ideologisch gezien was de Bijloke
dan weer de evidente partner. Want geef toe: tot vijf jaar
geleden was het totaal ondenkbaar dat AZ Volkskliniek in een
fusie zou stappen met een christelijke instelling. Gelukkig
hebben zowel AZ Volkskliniek als AZ Sint-Lucas zich niet uitsluitend
laten leiden door die ideologische en filosofische verschillen.
En vandaag blijkt dat het water niet te diep was: er heeft
een duidelijke evolutie in de geesten plaatsgevonden. De fusie
wordt gedragen door een steeds groter wordende basis. Het
aanvankelijke voorbehoud aan beide kanten smelt als sneeuw
voor de zon naarmate op de werkvloer de fusie gerealiseerd
wordt.
Hugo Dierckxsens: AZ Sint-Lucas –
AZ Volkskliniek is het grootste privéziekenhuis in
de regio. Die schaalvergroting is belangrijk om in te kunnen
spelen op nieuwe technologische evoluties. Zo is de tweede
NMR in campus Sint-Lucas mee mogelijk geworden door de fusie.
Een ander voorbeeld zijn de robottechnieken die in verschillende
chirurgische disciplines opgang maken. Die kan je alleen verantwoord
invoeren als je een voldoende groot toepassingsveld hebt.
Ook de overheid stelt steeds strengere eisen, en terecht.
De normeringen op het gebied van medische bestaffing voor
het oncologisch zorgprogramma zijn onlangs nog eens uitgebreid.
Als een ziekenhuis een dergelijk belangrijk en toekomstgericht
programma wil blijven waarmaken, dan moet het wel samenwerken
met andere ziekenhuizen. Want naast de fusie tussen AZ Sint-Lucas
en AZ Volkskliniek zijn er uiteraard op diverse terreinen
nauwe samenwerkingsverbanden met tal van ziekenhuizen uit
de regio.
Sleutelwoorden
Een fusie is een geleidelijk proces. Wat
is de huidige stand van zaken?
Frank Hublé: Diverse wachtdiensten
zijn al ééngemaakt. Het labo is helemaal gefusioneerd.
Ook de pediatrie is rond met de fusie. Een mooi resultaat
is het chirurgisch kinderdagziekenhuis, dat tot ieders tevredenheid
op kruissnelheid werkt. Daarnaast zijn in de diverse disciplines
samenwerkingsakkoorden aan het ontstaan.
Hugo Dierckxsens: De fusie is geslaagd als
er een totale integratie is van de verschillende disciplines.
En zoiets moet zowel intern als extern gedragen worden. Belangrijk
daarbij is de visie die de top van het ziekenhuis uitdraagt.
Op dat gebied hebben we geleerd uit de fusie van Sint-Vincentius
en Heilige Familie. Die fusie heeft toen iets te lang aangesleept,
omdat het management er teveel van uitging dat de artsen spontaan
zouden meewerken. Dat bleek in de realiteit niet altijd mee
te vallen. Het is daarom noodzakelijk dat de fusie goed gemanaged
wordt, dat er beslissingen genomen worden, dat er sturend
opgetreden wordt. Je mag de cultuurverschillen niet onderschatten.
Visie, informatie, communicatie: dat zijn de sleutelwoorden
voor een geslaagde fusie.
Frank Hublé: Artsen zijn van nature
professionals én individualisten. Ze zijn niet altijd
geneigd om spontaan samen te werken. Toch zien we dat –
zelfs los van de fusiecontext – de arts van de toekomst
meer dan ooit een teamplayer zal zijn. Een interdiscipliniaire
aanpak wordt op alle terreinen noodzakelijk en houdt per definitie
teamwork in. Ook het toenemend belang van subspecialisaties
leidt de artsen naar een doorgedreven samenwerking. Er is
geen ontkomen aan.
Blijven de twee campussen behouden?
Hugo Dierckxsens: Zeker nog tien tot vijftien
jaar. Wat daarna gebeurt, valt moeilijk te voorspellen. Alles
evolueert zo snel. Beide ziekenhuizen hebben een gezamenlijk
masterplan ingediend bij de overheid, die uiteindelijk haar
fiat moet geven. Ideaal zou natuurlijk zijn om op termijn
tot één locatie te komen. Dat versterkt de communicatie
tussen de artsen. In de wandelgangen wordt immers veel besproken
en beslist. De informele contacten tussen artsen zijn heel
belangrijk.
Wat is de rol van een hoofdgeneesheer
in een fusie?
Hugo Dierckxsens: Vroeger was de hoofgeneesheer
een soort buffer tussen de directie en de artsen. In het kader
van de fusie is die opdracht enigszins geëvolueerd. Het
overbrengen van informatie, het sturen van processen, het
geven van signalen: dat is de opdracht. Er is tact en doorzettingsvermogen
voor nodig. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de rol van
de hoofdgeneesheer in een groot ziekenhuis zal evolueren van
het dagelijkse en operationele beleid naar het strategische
vlak. Het maken van langetermijnkeuzes, het leggen van contacten
met andere ziekenhuizen, de dialoog aangaan met de diverse
overheden – dat alles wint aan belang. Het operationele
zal gedelegeerd worden naar artsen-managers.
Deze evolutie hangt samen met een ontwikkeling in de medische
organisatie. De verschillende disciplines zullen in het fusieziekenhuis
meer medezeggenschap én meer verantwoordelijkheid krijgen
in het medisch beleid. Kleinere, gedecentraliseerde entiteiten
zullen gevormd worden rond een bepaalde pathologie of rond
een bepaald orgaan. Zo kan bijvoorbeeld een unit ontstaan
met gastro-enterologen en digistief chirurgen. In zo’n
unit zal de kloof tussen het zorg- en het medisch departement
gedicht moeten worden om tot een geïntegreerd medisch
zorgbeleid te komen.
Frank Hublé: Initiatieven zullen
meer vanuit de basis moeten komen – een rol die vandaag
nog te exclusief door directie en beheer opgenomen wordt.
Artsen met managerscapaciteiten die oog hebben voor de ontwikkeling
van hun eigen dienst maar ook voor de algemene organisatie,
zullen in de toekomst volop kansen krijgen.
Hoe één en ander georganiseerd zal worden, wordt
de komende maanden bekeken. Het is een zwaar programma om
te realiseren en we zullen niet overhaast tewerk mogen gaan,
maar het doel waar we naartoe werken is duidelijk.
Topprioriteit
De decentralisatie tot kleinere zorgunits
lijkt ook een handige oplossing voor de gevaren die een schaalvergroting
met zich meebrengen?
Hugo Dierckxsens: Precies! Een schaalvergroting
heeft niet alleen voordelen, maar houdt ook gevaren in. Een
moeilijkere communicatie, bureaucratie, minder menselijk contact,...
Daar zijn wij ons terdege van bewust. Wij willen absoluut
deze valkuilen vermijden. Het is dan ook erg belangrijk om
die tegengestelde beweging naar kleinere units te realiseren.
Alles hangt met elkaar samen.
Frank Hublé: De fusie zal pas echt
geslaagd zijn als iedereen er beter van wordt en dan denk
ik in de eerste plaats aan de patiënt. Bij elke beslissing
moeten wij de patiënt – als mens, als individu
– voor ogen houden. Een ziekenhuis moet ten allen tijde
menselijk blijven. De communicatie tussen artsen onderling,
tussen huisartsen en specialisten, personeel en artsen, patiënten
en artsen,... maakt wezenlijk deel uit van de kwaliteit van
een ziekenhuis. Die communicatie zal er niet gemakkelijker
op worden in een groot ziekenhuis, dat beseffen wij. Maar
als wij bij elke stap die we zetten het belang van de patiënt
op de voorgrond blijven plaatsen, ben ik ervan overtuigd dat
we tot mooie resultaten zullen komen.
Ook voor de huisarts blijft de fusie
allicht niet zonder gevolgen?
Frank Hublé: Het aanbod wordt in elk
geval ruimer en meer gestroomlijnd. De toegankelijkheid van
sommige artsendisciplines zal ook toenemen. Ook hier is communicatie
het sleutelwoord. Informatisering en uniformisering zullen
toenemen, wat de helderheid van de boodschap alleen ten goede
kan komen. Naar buiten toe zal er niet alleen aan een sterke
profilering van het ziekenhuis gewerkt worden, ook de verschillende
medische diensten zullen hun plaats in dit geheel krijgen.
Hugo Dierckxsens: De jongste jaren heeft
het ziekenhuis al flink geïnvesteerd in de communicatie
met de huisartsen. Ik denk aan de cursussen informatica, die
erop gericht zijn de huisarts vertrouwd te maken met de nieuwe
media, zodat die ook optimaal aangewend kunnen worden. Ik
denk voorts aan de inspanningen om het doorsturen van medische
gegevens via MediRing en MediBridge mogelijk te maken. De
enquête die we onder de huisartsen hebben georganiseerd
heeft veel respons opgeleverd. Er komen trouwens nog altijd
antwoorden binnen. Op 12 maart vindt in AZ Sint-Lucas een
vergadering plaats met de ziekenhuisartsen om de resultaten
bekend te maken, de procedures uit te leggen en ze aan te
moedigen om zo snel als mogelijk effectief in te gaan op de
wensen van de individuele huisarts. De resultaten van de enquête
komen ook op de website www.azstlucas.be.
Ook de organisatie van de nascholing onder leiding van dokter
Dirk Maes verloopt vlot. Er zijn ook tal van initiatieven
die leiden tot een beter opname- en ontslagbeleid, waarin
de huisarts als volwaardige partner meespeelt. Tal van nieuwe
initiatieven dienen zich bovendien aan, waaronder de voorstelling
aan huisartsen van nieuwe technologische aanwinsten in het
ziekenhuis. De communicatie met de huisarts blijft hoe dan
ook een topprioriteit.
|