|
Het sociaal en economisch regime steunt op verplichte arbeid
(werkdag van 6 uren), er is geen geld (vgl. Plato's Staat)
en alle bezit is gemeenschappelijk. De slavernij wordt niet
afgeschaft, het gezin ook niet en alle godsdiensten zijn toegelaten.
Het politieke doel bij uitstek van de staatsman is vrede.
Alle middelen, zelfs laakbare, zijn geoorloofd om vrede te
handhaven.
De koppigheid van More werd hem fataal. Als hij weigert om
Hendrik VIII als hoofd van de Kerk van Engeland te erkennen,
wordt hij in 1535 onthoofd. De humor die More zijn leven lang
gekenmerkt had, bleef hem bij tot op het laatste ogenblik.
De beul steekt hij een hart onder de riem:"Kop omhoog,
kerel, heb maar geen angst om je plicht te doen. En let op,
mijn hals is erg kort, sla niet verkeerd, anders maak je een
slechte indruk." Als hij zijn hoofd op het blok legt
schuift hij voorzichtig zijn baard opzij met de woorden:"Die
heeft zich tenminste niet aan hoogverraad schuldig gemaakt."
Thomas More was nauw bevriend met Erasmus en werd ongetwijfeld
ook geïnspireerd door De Republica van Plato. Deze ideale
staat, geregeerd door onfeilbare wijzen, beoogt harmonie tussen
hoofd, hart en onderbuik, waardoor intelligentie ontstaat,
wilskracht en begeerte en de overeenkomstige deugden: wijsheid,
moed en matigheid. In De Wetten, stelde Plato dat een staat
die geen onderricht verleent aan vrouwen gelijkstaat met een
man die enkel zijn rechterarm gebruikt. Is dit geen mooie
liefdesverklaring? Plato was de eerste filosoof die kleuterscholen
promootte en vond dat kinderen de hele dag onderwijs moesten
genieten.
Het begrip utopie wordt door Rabelais in 1546 op het vasteland
en in de Franse letterkunde geïntroduceerd. In Gargantua
et Pantagruel wordt elk bestuur gemist als kiespijn en vervangt
hij verplichte arbeid door plezier en spel.
In de Stad van de Zon (1623) van Tomaso Campanello was maximaal
vier uren arbeid per dag toegestaan. Belangstelling voor eugenetica
had hij wel: vrouwen met overgewicht moeten huwen met magere
mannen en omgekeerd.
Het heilig experiment
In het noorden van Argentinië in een drielandengebied
zo groot als 2/3 van Frankrijk, richtten de jezuïeten
vanaf begin 1600 een 30-tal reducties op (van het Spaanse
reducido: bijeengebracht) met in totaal ongeveer 200.000 Guarani-Indianen.
Deze reducties waren als het ware modeldorpen met ruime pleinen,
rechte straten met voor ieder huis een tuin en een centrale
kerk. De best bewaarde ruïnes zijn deze van San Ignacio
Mini in Argentinië, zeker het bezoeken waard op weg naar
de Iguazù-watervallen.
Alles was gemeenschappelijk bezit. Het godsdienstig en cultureel
leven stond op een hoog peil. Muziek speelde een grote rol:
omwille van de schitterende koren en orkesten heeft men niet
alleen gesproken van "jezuïetenstaat" maar
ook van "muziekstaat".
Guarani's waren half-nomaden en konden zich goed inleven in
het idee van het Beloofde Land, een paradijs, een Eldorado
avant la lettre. Onder impuls van de jezuïet Montoya
zouden de Guarani's, 30.000 in aantal, in een poging te ontsnappen
aan de Portugese slavenhandelaars een lange mars, een exodus,
800 km lang, ondernemen. De Iguazù-watervallen waren
een gigantisch obstakel en slechts 10.000 overleefden de cataracten.
Net als de Guarani's waren de jezuïeten of zwartrokken
wars van autoriteit, gewend om te botsen met gevestigde machten.
Dit in tegenstelling met de franciscanen die al in de 16e
eeuw in deze gebieden waren doorgedrongen, maar zich al te
zeer comprommiteerden met het koloniaal gezag. De zwartrokken
plaatsten de christelijke godsdienst op dezelfde schaal, zij
het als de hoogste trap, met de cultuur van de Guarani's.
Zij leerden ook meteen de Guarani-taal. Antonio Ruiz de Montoya
stelde een grammatica en lexicon op van de Guarani-taal en
redde deze indianentaal van de vergetelheid.
In de reducties mocht maximaal 6 à 7 uren gewerkt worden.
Ze waren een soort autonome gebieden, zowel economisch als
politiek, binnen het Spaanse koninkrijk. Totdat in 1767 Carlos
III de jezuïeten uit Spanje en uit zijn territoria in
Amerika verdreef.
De film "The Mission" (1986) van Roland Joffé,
met de mooie koorzangen van Ennio Morricone, is historisch
betwistbaar omdat anderhalve eeuw geschiedenis herleid wordt
tot één episode. De film geeft tevens onvoldoende
de omvang weer van de jezuïetenreducties. Wat de film
wél toont is de gewelddadige onderdrukking (volgens
de historici 10.000 doden) door de koloniale machten die zelfs
een pauselijk gezant inschakelden om alle jezuïetenverzet
te breken. In 1767 hebben de meeste paters gehoorzaamd, anderen
hebben zich verzet en stierven als martelaren. "Het heilig
experiment" zoals een bekend toneelwerk deze onderneming
heeft genoemd, ging ten onder. De rampzalige gevolgen voor
de arme en verdrukte bevolking van Zuid-Amerika laten zich
vandaag nog voelen.
Voltaire zal de jezuïeten in Candide hekelen omdat zij
de indianen van hun vrijheid hebben beroofd, maar in Essai
sur les moeurs looft hij deze grootse onderneming als een
"triomf van het humanisme". Deze droom ging echter
aan machtswellust. ten onder ; niet vanwege lokale leiders,
maar vanuit de politieke centra en de Spaanse en Portugese
hoven in Europa. Er werden geruchten rondgestrooid als zouden
de reducties schatten bezitten en de markies van Pombal zaaide
twijfel met het vermeende nieuws van een nakende opstand van
de Guarani's. Zo ziet u maar hoe media en roddel ook al in
die tijd veel invloed kenden.
De utopische droom
Voor Thomas More was de ideale samenleving een onmogelijke
onderneming en daarom ook situeerde hij zijn utopie in nergensland.
Betekent dat een vlucht voor de werkelijkheid? Ja en neen.
Het is het afscheid van een oude, maar het kan ook de oprichting
van een nieuwe werkelijkheid zijn.
Dat de utopie vaak met een droom wordt vergeleken, heeft
de fascinatie die van dit begrip uitgaat verhoogd, maar ook
afbreuk gedaan aan de ernst ervan. Want dromen zijn nu éénmaal
bedrog – althans in onze tijd. Ook Sigmund Freud is
er niet in geslaagd de droom het hoge aanzien terug te gegeven
dat hij vroeger bij de natuurvolken bezat. Daar was de droom
een ingeving van een hogere macht. Sedert mythische tijden
wordt er gewag gemaakt van voorspellende dromen. Utopie wordt
als een vorm van de droom gezien. De droom, de dagdroom en
de verbeelding worden als bronnen van het utopisch denken
beschouwd.
Wakker zijn is niet essentiëel voor het bewustzijn:
wij zijn bewust als wij dromen. Het brein draait op volle
toeren tijdens dromen en het droombewustzijn is dan ook intens.
Het sensorisch of waarnemend bewustzijn is intens werkzaam
en wordt niet gemoduleerd, ingetoomd, door de (inactieve)
frontale streken; de “realiteitscontrole” valt
dus weg. Droombewustzijn is met andere woorden niet volledig,
in die zin dat niet alle cognitieve capaciteiten in werking
treden. Het verschil tussen droom en verbeelding ligt hem
in het feit dat bij verbeelding de kracht van de waarneming
veel geringer is, de beelden zijn heel wat minder concreet
dan bij dromen, hoe instabiel die beelden ook zijn. Dromen,
in tegenstelling tot dagdromen, wordt niet ingeperkt door
een reeks onbewuste veronderstellingen en vooroordelen. Wanneer
je aan het dagdromen bent, besef je nog steeds aan het fantaseren
te zijn. Dromen gelijken meer op hallucinaties. In zekere
zin zal het hallucineren tijdens het dromen nog verder van
de werkelijkheid verwijderd zijn dan bij een psychoticus die
nog beseft dat een leeuw niet kan vliegen en hierdoor angstiger
wordt.
Luciede dromen situeren zich tussen échte dromen en
wakker zijn: de prefrontale cortex is geactiveerd, de dingen
die gebeuren kunnen niet meer zo gek zijn. Lucied dromen is
boeiender dan de beste thriller. Nog iets wakkerder zijn kan
onaangenaam worden zoals bij het “vals ontwaken”:
je droomt dat je echt wakker bent en je aankleedt en zelfs
al aan het werk bent en de sfeer is eerder onheilspellend.
Akeliger wordt het als je beseft dat je niet kunt bewegen
(slaapparalyse), want tijdens het dromen wordt in normale
omstandigheden de spieractiviteit onderdrukt, met uitzondering
van het middenrif (gelukkig maar, anders konden we niet meer
ademen) en de oogbewegingen.
Dromen is een merkwaardige business en neemt heel wat tijd
in beslag: 20% van de tijd van een normale slaap, gemiddeld
anderhalf tot twee uur per nacht. Op de leeftijd van 70 jaar
hebben wij 23 jaar slapend doorgebracht en daarvan –
hoe weinig wij ons er ook van herinneren – tussen de
5 en 6 jaar hevig dromend. Zoals gezegd zijn waken en droomslaap
bijna niet van elkaar te onderscheiden in termen van hersenactiviteit.
Zij verschillen alleen ten aanzien van het materiaal waarmee
ze werken: input van zintuigen tijdens het waken, van herinneringen
tijdens de slaap.
Depressieve patiënten dromen vaak té veel: ik
spreek soms van een “psychische indigestie” en
niet toevallig zullen bepaalde antidepressiva de droomslaap
inkorten. Mensen op het einde van hun leven dromen almaar
minder. Zo durf ik eindigen met een krasse uitspraak: een
mens die niet meer kan dromen, kan niet blijven leven.
|