Op de leeftijd van 70 jaar hebben wij 23 jaar slapend doorgebracht.
 
 
Enkele beschouwingen over utopie en droom
Oe-topos, ergens in nergensland
Het woord utopie danken wij aan Sir Thomas More die het gelijknamige boek tijdens een verblijf in Antwerpen schreef. Het boek over de ideale republiek werd in 1516 in Leuven gepubliceerd. More vergelijkt de ellendige toestand van het Engelse volk met wat hij beschouwt als een ideale republiek. De beste staat, gesticht door koning Utopos, ligt aanvankelijk op een schiereiland. Maar één van de eerste handelingen van de ideale monarch bestaat erin dat hij een kanaal laat graven om zijn rijk van het vasteland te scheiden.

Het sociaal en economisch regime steunt op verplichte arbeid (werkdag van 6 uren), er is geen geld (vgl. Plato's Staat) en alle bezit is gemeenschappelijk. De slavernij wordt niet afgeschaft, het gezin ook niet en alle godsdiensten zijn toegelaten. Het politieke doel bij uitstek van de staatsman is vrede. Alle middelen, zelfs laakbare, zijn geoorloofd om vrede te handhaven.

De koppigheid van More werd hem fataal. Als hij weigert om Hendrik VIII als hoofd van de Kerk van Engeland te erkennen, wordt hij in 1535 onthoofd. De humor die More zijn leven lang gekenmerkt had, bleef hem bij tot op het laatste ogenblik. De beul steekt hij een hart onder de riem:"Kop omhoog, kerel, heb maar geen angst om je plicht te doen. En let op, mijn hals is erg kort, sla niet verkeerd, anders maak je een slechte indruk." Als hij zijn hoofd op het blok legt schuift hij voorzichtig zijn baard opzij met de woorden:"Die heeft zich tenminste niet aan hoogverraad schuldig gemaakt."

Thomas More was nauw bevriend met Erasmus en werd ongetwijfeld ook geïnspireerd door De Republica van Plato. Deze ideale staat, geregeerd door onfeilbare wijzen, beoogt harmonie tussen hoofd, hart en onderbuik, waardoor intelligentie ontstaat, wilskracht en begeerte en de overeenkomstige deugden: wijsheid, moed en matigheid. In De Wetten, stelde Plato dat een staat die geen onderricht verleent aan vrouwen gelijkstaat met een man die enkel zijn rechterarm gebruikt. Is dit geen mooie liefdesverklaring? Plato was de eerste filosoof die kleuterscholen promootte en vond dat kinderen de hele dag onderwijs moesten genieten.

Het begrip utopie wordt door Rabelais in 1546 op het vasteland en in de Franse letterkunde geïntroduceerd. In Gargantua et Pantagruel wordt elk bestuur gemist als kiespijn en vervangt hij verplichte arbeid door plezier en spel.
In de Stad van de Zon (1623) van Tomaso Campanello was maximaal vier uren arbeid per dag toegestaan. Belangstelling voor eugenetica had hij wel: vrouwen met overgewicht moeten huwen met magere mannen en omgekeerd.

Het heilig experiment
In het noorden van Argentinië in een drielandengebied zo groot als 2/3 van Frankrijk, richtten de jezuïeten vanaf begin 1600 een 30-tal reducties op (van het Spaanse reducido: bijeengebracht) met in totaal ongeveer 200.000 Guarani-Indianen. Deze reducties waren als het ware modeldorpen met ruime pleinen, rechte straten met voor ieder huis een tuin en een centrale kerk. De best bewaarde ruïnes zijn deze van San Ignacio Mini in Argentinië, zeker het bezoeken waard op weg naar de Iguazù-watervallen.
Alles was gemeenschappelijk bezit. Het godsdienstig en cultureel leven stond op een hoog peil. Muziek speelde een grote rol: omwille van de schitterende koren en orkesten heeft men niet alleen gesproken van "jezuïetenstaat" maar ook van "muziekstaat".
Guarani's waren half-nomaden en konden zich goed inleven in het idee van het Beloofde Land, een paradijs, een Eldorado avant la lettre. Onder impuls van de jezuïet Montoya zouden de Guarani's, 30.000 in aantal, in een poging te ontsnappen aan de Portugese slavenhandelaars een lange mars, een exodus, 800 km lang, ondernemen. De Iguazù-watervallen waren een gigantisch obstakel en slechts 10.000 overleefden de cataracten.

Net als de Guarani's waren de jezuïeten of zwartrokken wars van autoriteit, gewend om te botsen met gevestigde machten. Dit in tegenstelling met de franciscanen die al in de 16e eeuw in deze gebieden waren doorgedrongen, maar zich al te zeer comprommiteerden met het koloniaal gezag. De zwartrokken plaatsten de christelijke godsdienst op dezelfde schaal, zij het als de hoogste trap, met de cultuur van de Guarani's. Zij leerden ook meteen de Guarani-taal. Antonio Ruiz de Montoya stelde een grammatica en lexicon op van de Guarani-taal en redde deze indianentaal van de vergetelheid.
In de reducties mocht maximaal 6 à 7 uren gewerkt worden. Ze waren een soort autonome gebieden, zowel economisch als politiek, binnen het Spaanse koninkrijk. Totdat in 1767 Carlos III de jezuïeten uit Spanje en uit zijn territoria in Amerika verdreef.

De film "The Mission" (1986) van Roland Joffé, met de mooie koorzangen van Ennio Morricone, is historisch betwistbaar omdat anderhalve eeuw geschiedenis herleid wordt tot één episode. De film geeft tevens onvoldoende de omvang weer van de jezuïetenreducties. Wat de film wél toont is de gewelddadige onderdrukking (volgens de historici 10.000 doden) door de koloniale machten die zelfs een pauselijk gezant inschakelden om alle jezuïetenverzet te breken. In 1767 hebben de meeste paters gehoorzaamd, anderen hebben zich verzet en stierven als martelaren. "Het heilig experiment" zoals een bekend toneelwerk deze onderneming heeft genoemd, ging ten onder. De rampzalige gevolgen voor de arme en verdrukte bevolking van Zuid-Amerika laten zich vandaag nog voelen.

Voltaire zal de jezuïeten in Candide hekelen omdat zij de indianen van hun vrijheid hebben beroofd, maar in Essai sur les moeurs looft hij deze grootse onderneming als een "triomf van het humanisme". Deze droom ging echter aan machtswellust. ten onder ; niet vanwege lokale leiders, maar vanuit de politieke centra en de Spaanse en Portugese hoven in Europa. Er werden geruchten rondgestrooid als zouden de reducties schatten bezitten en de markies van Pombal zaaide twijfel met het vermeende nieuws van een nakende opstand van de Guarani's. Zo ziet u maar hoe media en roddel ook al in die tijd veel invloed kenden.

De utopische droom
Voor Thomas More was de ideale samenleving een onmogelijke onderneming en daarom ook situeerde hij zijn utopie in nergensland. Betekent dat een vlucht voor de werkelijkheid? Ja en neen. Het is het afscheid van een oude, maar het kan ook de oprichting van een nieuwe werkelijkheid zijn.

Dat de utopie vaak met een droom wordt vergeleken, heeft de fascinatie die van dit begrip uitgaat verhoogd, maar ook afbreuk gedaan aan de ernst ervan. Want dromen zijn nu éénmaal bedrog – althans in onze tijd. Ook Sigmund Freud is er niet in geslaagd de droom het hoge aanzien terug te gegeven dat hij vroeger bij de natuurvolken bezat. Daar was de droom een ingeving van een hogere macht. Sedert mythische tijden wordt er gewag gemaakt van voorspellende dromen. Utopie wordt als een vorm van de droom gezien. De droom, de dagdroom en de verbeelding worden als bronnen van het utopisch denken beschouwd.

Wakker zijn is niet essentiëel voor het bewustzijn: wij zijn bewust als wij dromen. Het brein draait op volle toeren tijdens dromen en het droombewustzijn is dan ook intens. Het sensorisch of waarnemend bewustzijn is intens werkzaam en wordt niet gemoduleerd, ingetoomd, door de (inactieve) frontale streken; de “realiteitscontrole” valt dus weg. Droombewustzijn is met andere woorden niet volledig, in die zin dat niet alle cognitieve capaciteiten in werking treden. Het verschil tussen droom en verbeelding ligt hem in het feit dat bij verbeelding de kracht van de waarneming veel geringer is, de beelden zijn heel wat minder concreet dan bij dromen, hoe instabiel die beelden ook zijn. Dromen, in tegenstelling tot dagdromen, wordt niet ingeperkt door een reeks onbewuste veronderstellingen en vooroordelen. Wanneer je aan het dagdromen bent, besef je nog steeds aan het fantaseren te zijn. Dromen gelijken meer op hallucinaties. In zekere zin zal het hallucineren tijdens het dromen nog verder van de werkelijkheid verwijderd zijn dan bij een psychoticus die nog beseft dat een leeuw niet kan vliegen en hierdoor angstiger wordt.
Luciede dromen situeren zich tussen échte dromen en wakker zijn: de prefrontale cortex is geactiveerd, de dingen die gebeuren kunnen niet meer zo gek zijn. Lucied dromen is boeiender dan de beste thriller. Nog iets wakkerder zijn kan onaangenaam worden zoals bij het “vals ontwaken”: je droomt dat je echt wakker bent en je aankleedt en zelfs al aan het werk bent en de sfeer is eerder onheilspellend. Akeliger wordt het als je beseft dat je niet kunt bewegen (slaapparalyse), want tijdens het dromen wordt in normale omstandigheden de spieractiviteit onderdrukt, met uitzondering van het middenrif (gelukkig maar, anders konden we niet meer ademen) en de oogbewegingen.

Dromen is een merkwaardige business en neemt heel wat tijd in beslag: 20% van de tijd van een normale slaap, gemiddeld anderhalf tot twee uur per nacht. Op de leeftijd van 70 jaar hebben wij 23 jaar slapend doorgebracht en daarvan – hoe weinig wij ons er ook van herinneren – tussen de 5 en 6 jaar hevig dromend. Zoals gezegd zijn waken en droomslaap bijna niet van elkaar te onderscheiden in termen van hersenactiviteit. Zij verschillen alleen ten aanzien van het materiaal waarmee ze werken: input van zintuigen tijdens het waken, van herinneringen tijdens de slaap.
Depressieve patiënten dromen vaak té veel: ik spreek soms van een “psychische indigestie” en niet toevallig zullen bepaalde antidepressiva de droomslaap inkorten. Mensen op het einde van hun leven dromen almaar minder. Zo durf ik eindigen met een krasse uitspraak: een mens die niet meer kan dromen, kan niet blijven leven.

Dr. Guy Van den Abeele – maart 2003