Het beheer van de ziekenhuisapotheek is een complexe zaak
 
 
AZ Sint-Lucas doet inspanningen om medicatie van huisarts te respecteren
Substitutie van geneesmidden onvermijdelijk
De werking en het beheer van een ziekenhuisapotheek worden steeds complexer. Het belang van een goed afgelijnd formularium staat buiten kijf. Het is dan ook onvermijdelijk dat er wel eens substitutie voorkomt. Soms ligt dat moeilijk bij de huisarts. AZ Sint-Lucas wil daarom een grote inspanning doen om bij het ontslag van de patiënt terug naar de oorspronkelijke thuismedicatie te gaan én om de huisarts hier zo nauw mogelijk bij te betrekken.
Het groot aantal farmaceutische specialiteiten bemoeilijkt een ordentelijke en tijdige verdeling van geneesmiddelen. Er zijn steeds meer middelen op de markt: oorspronkelijke, generische en kopieën in allerlei toedieningsvormingen. Bovendien verkort de gemiddelde ligduur van de patiënt in het ziekenhuis, wat betekent dat alles sneller moet gaan. Zo ook de verdeling van de geneesmiddelen. Daarnaast is er een duidelijke evolutie van enkelvoudige hyperacute aandoeningen naar meervoudige chronische, met de bijhorende polypharmacie en de risico’s op interacties en fouten. Dit alles maakt een efficiënte organisatie van de apotheek noodzakelijk.

Steunpilaar hierbij is het formularium, dat overigens wettelijk verplicht is. AZ Sint-Lucas kiest ervoor om bij voorkeur originele spcialiteiten op te nemen in het formularium. Dit heeft als gevolg dat voor “identieke” moleculen substitutie zal gebeuren als de thuismedicatie van de patiënt verschillend is van de specialiteit die opgenomen is in het ziekenhuisformularium. Meestal gaat het hierbij om generische geneesmiddelen, maar het gebeurt ook voor andere identieke producten (bijvoorbeeld Emconcor-Isoten).

De motivatie om bij voorkeur met originele specialiteiten te werken is gebaseerd op verschillende punten. Zo is er het belang van éénvormigheid en duidelijkheid voor artsen, verpleegkundigen en apotheekmedewerkers. Van één originele specialiteit bestaan soms talloze generieken, allemaal met een verschillende naam, soms ook verschillend van kleur en vorm. Bovendien bestaan generieken in de meeste gevallen niet in alle galenische vormen die gebruikt worden in het ziekenhuis. Met name de inspuitbare vorm ontbreekt dikwijls. Eén en ander betekent dat voor één bepaalde molecule vaak verschillende namen gehanteerd zouden moeten worden voor verschillende vormen van toediening. Dat leidt dan weer tot een verhoogd risico op misverstanden en medicatiefouten.

Een tweede argument heeft te maken met de garantie van kwaliteit en bio-equivalentie. Niet van alle generieken en kopie-geneesmiddelen is de kwaliteit en de bio-equivalentie even uitvoerig gedocumenteerd. Voor geneesmiddelen met een geringe therapeutische marge (cardiologische preparaten, anti-coagulantia, theofylline…) moet de therapeutische betrouwbaarheid zo hoog mogelijk zijn.

Ten derde blijken generieke firma’s soms weinig kennis te hebben van de klinische activiteit van de geneesmiddelen. Bij het voorleggen van medische problemen of vragen, wordt er quasi altijd doorverwezen naar de firma van het origineel product.

Ten vierde is de houdbaarheid van generische middelen in sommige gevallen korter dan voor de originele specialiteit. Daardoor is de kans op vervallen medicatie in de apotheek en in de afdelingsvoorraden groter.

Tenslotte maakt het voor de patiënt zelf financieel geen verschil. Voor terugbetaalde geneesmiddelen is het remgeld voor gehospitaliseerde patiënten forfaitair bepaald op 0.62 euro per ligdag. Voor ambulante patiënten wordt het hogere remgeld niet doorgerekend ten laste van de patiënt, maar valt het ten laste van het ziekenhuis.

De betrachting van het ziekenhuisformularium is een voldoende brede, maar vereenvoudigde waaier aan kwalitatief hoogstaande geneesmiddelen aan te bieden, die de mogelijkheid geeft de geneesmiddelendistributie binnen het ziekenhuis op een efficiënte en snelle wijze te organiseren. Het is geenszins de bedoeling het voorschrijfgedrag van de huisarts of de specialist in zijn ambulante praktijk te beïnvloeden.

Toch zijn we ons bewust van de mogelijke wrevel die kan ontstaan door het verschil tussen generische thuismedicatie en formulariumproducten tijdens de ziekenhuisopname. Daarom is met alle ziekenhuisartsen afgesproken om bij ontslag van de patiënt extra aandacht te besteden aan het terug-substitueren naar de oorspronkelijke thuismedicatie. Bovendien wordt de patiënt op het ontslagdocument geadviseerd om zo snel als mogelijk contact op te nemen met de huisarts ter controle van de thuismedicatie.

Marielle Baert
Apotheker Hoofd van dienst