| Dr. Henk Loobuyck: Laten we beginnen met de keizersneden. Het aantal neemt algemeen toe. Het gemiddelde in 2003 in Vlaanderen bedraagt 18,9%, voor AZ Sint-Lucas 15,5%. Die stijging vindt wereldwijd plaats. Daar zijn een aantal redenen voor. Ten eerste worden stuitliggingen vandaag standaard met keizersnede verlost, omdat dat veiliger is voor de baby. Ook andere moeilijke verlossingen, die vroeger nog met behulp van de verlostang of de zuignap gebeurden, vinden nu over het algemeen met sectio plaats. Dat zijn zonder meer correcte evoluties. Daarnaast is er ontegensprekelijk een trend om meer keizersneden te doen. Een vrij recente navraag bij alle vrouwelijke Engelse gynaecologen toonde dat die gynaecologen voor zichzelf een keizersnede verkozen boven een normale vaginale bevalling. In zo’n omgeving wordt een sectio de moderne manier van bevallen. Tenslotte is de toename van het aantal keizersneden ook te wijten aan de medico-legale sfeer. Meer en meer worden artsen het slachtoffer van processen als er iets misgaat. Gynaecologen lopen veel minder kans op juridische problemen bij het uitvoeren van een keizersnede, dan bij het uitvoeren van een moeilijke vaginale bevalling. Bij het minste probleem kiezen artsen dan ook steeds vaker voor de grootste zekerheid.
En wat dan met de inducties?
Dr. Loobuyck: Er zijn een aantal medische indicaties die inductie verantwoorden, zoals bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) of diabetes. Ook wanneer een zwangere vrouw tien tot veertien dagen overtijd gaat, wordt na controle en/of monitoring meestal besloten tot inductie. Inductie zonder gegronde reden valt af te raden. Er zijn nadelen aan verbonden: het is artificieel, het geeft pijnlijker weeën en de kans op een keizersnede neemt mogelijk wat toe. Als de baarmoederhals bovendien niet rijp is, wordt het gevaar op complicaties groter.
Toch krijgt het comfort van patiënten en artsen soms de overhand?
Dr. Loobuyck: Als je op 40% inducties zit, dan zou ik ook de alarmklok luiden. Dan is er iets fundamenteels fout. Het gemiddelde in België is 30%. Dat lijkt mij ook iets te hoog. Met 22,8% zit AZ Sint-Lucas helemaal vooraan in het peleton. Maar, toegegeven, ook hier zou het cijfer nog iets lager kunnen. Soms zet de patiënte ons gewoon onder druk om ingeleid te worden en dit om de meest diverse redenen. Het is mij al een paar keer overkomen dat patiënten die ik weiger in te leiden, gewoon naar een ander ziekenhuis gaan.
De patiënt een formulier laten ondertekenen waarin gewezen wordt op de risico’s van inductie gaat voor u te ver?
Dr. Loobuyck: Het spreekt vanzelf dat elke arts zijn patiënten moet wijzen op de risico’s. Wat echter niet kan, is dat de arts alle verantwoordelijkheid op de schouders van de patiënt schuift. En dat is wat dreigt te gebeuren met het laten ondertekenen van een formulier. Wat mij betreft, blijft de verantwoordelijkheid bij de arts liggen. Als die vindt dat inductie niet kan, dan moet hij het niet doen.
Een voordeel van inductie zou wel zijn dat je moeilijke bevallingen overdag kunt plannen. Dat zou veiliger zijn.
Dr. Loobuyck: In kleinere centra gaat die vlieger misschien op, maar in AZ Sint-Lucas met kritische diensten als intensieve zorgen, spoedgevallen en een laboratorium die 24/24 uur open zijn, maakt dat weinig uit. Dag en nacht is ook een anesthesist aanwezig.
Prof. Temmerman stelt ook voor om een richtlijn in te voeren om geen inducties te doen voor de 41ste week.
Dr. Loobuyck: Dergelijke richtlijnen houden altijd ook gevaren in. Je moet geval per geval kunnen bekijken. Sommige vrouwen zijn aan het einde van hun zwangerschap echt uitgeput. Soms kan het onverantwoord zijn om géén inductie te doen. Finaal blijft het onvermijdelijk de verantwoordelijkheid van de individuele gynaecoloog.
|