| Zijn slaapmiddelen wel de juiste oplossing? Hebben mensen niet gewoon een té hoog verwachtingspatroon van hun slaap en de kwaliteit ervan? Niet iedereen met slaapklachten heeft daarom effectief slaapproblemen.
Een steekproef : AZ Sint Lucas, Gent, 09/03/2004
Om de praktijk aan de theorie te toetsen, heeft Kathy de Koning om haar getuigschrift van neuroverpleegkundige te behalen, in het ziekenhuis een steekproef gehouden. Op drie verschillende afdelingen werden de medicatiegegevens van in totaal 70 opgenomen patiënten verzameld. Het gaat over een afdeling inwendige ziekten (23 ptn.), een geriatrische (26 ptn.) en een heelkundige afdeling (21 ptn.). De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 73 jaar. Bij de geriatrische patiënten lag dit natuurlijk hoger: 80 jaar. Onderscheid werd gemaakt tussen mannen en vrouwen en tussen het al dan niet gebruiken van slaapmiddelen en tranquillizers.
70% van de vrouwelijke ziekenhuispatiënten nemen slaappillen tegenover 35% van de mannen. Met andere woorden: dubbel zoveel vrouwen als mannen hebben nood aan slaapmedicatie. Een duidelijke verklaring biedt de wetenschap niet. Wel enkele veronderstellingen: vrouwen hebben meer kommer en leed doorgemaakt, vrouwen zijn vaker depressief, mannen gaan minder diep op de problemen in of relativeren meer als hun slaap niet optimaal is: “het hoort nu eenmaal bij de leeftijd”. Vrouwen zouden genetisch minder diepe slaap genereren, waardoor meer droomslaap ontstaat én een grotere vatbaarheid voor depressie.
Vrouwen hebben meer slaapklachten dan mannen en nemen dan ook meer slaappillen: tot de leeftijd van 65 jaar is dit dubbel zoveel, na die leeftijd zelfs viermaal meer. Ook komt het probleem meer voor bij ouderen en niet-actieve mensen dan bij jonge mensen. 30 tot 40 % van de voorgeschreven slaapmedicatie wordt door ouderen gebruikt.
Insomnie wordt gedefiniëerd als een in- of doorslaapstoornis, in combinatie met disfunctioneren overdag. Hoe weinig aandacht er ook besteed wordt aan slaapstoornissen, zeker in vergelijking met voorlichting omtrent voeding of lichaamsbewegingn, toch is de weerslag van slaapstoornissen in de geneeskunde aanzienlijk. Zo verhoogt het risico op arbeidsongevallen en verkeersaccidenten en neemt het absenteïsme sterk toe. Militairen van de zeemachtbasis van San Diego met insomnia dringen vaker aan op bevordering, mensen lijdend aan slapeloosheid zijn vaker ontevreden met hun werksituatie, willen hoger opklimmen ondanks een mindere conditie, wat de stress alleen maar aanwakkert en zo is de cirkel rond! Het risico voor heel wat medische aandoeningen neemt toe, zoals voor myocardinfarcten (werkweken van meer dan 61 uur verdubbelen het risico op een hartinfarct) en ook de pijn verbonden aan traumatologie en sommige andere medische aandoeningen wordt erger bij insomniepatiënten. Insomnie zal vaak aanleiding geven tot allerlei zelfmedicaties en tot drinken van alcohol: het zogezegde “slaapmutsje”, wat gevaarlijker kan zijn dan de klassieke slaapmiddelen.
Alcohol zal inslapen bevorderen maar ten koste van een gefragmenteerde slaap. Tussen slapeloosheid, depressie en angststoornissen bestaat een nauwe band: bij een eerste episode van een stemmingsstoornis bleek de insomnia meestal eraan voorafgaand (40%) of tegelijkertijd (29,4%) op te treden. Bij een eerste episode van een angststoornis trad insomnia daarentegen tegelijkertijd (38,6%) of erna (43,5%) op. Multivariate analyse liet zien dat -naast het vrouwelijk geslacht, oudere leeftijd en lager inkomen - ernstige insomnia de belangrijkste voorspeller was voor een psychiatrische voorgeschiedenis.
De auteur Ohayon (2003) vraagt zich terecht af of insomnia geen factor is in het ontstaan van psychopathologie en of snelle behandeling van slapeloosheid geen depressie zou kunnen voorkomen.
Patiënten met slaapproblemen doen meer een beroep op de spoedgevallendienst en op allerlei artsen, bellen hen vaker op, ‘eisen’ meer labo- en andere technische onderzoeken en kosten de ziekteverzekering een flinke duit meer.
Buiten het ziekenhuis hebben 1 op 3 mensen slaapklachten, waarvan de ene helft alle nachten ‘afziet’, de andere helft enkele nachten per week. Eén derde van de Europeanen met slaapproblemen raadplegen hun arts en hiervan krijgt een kwart een voorschrift. Acht procent van de mensen met een voorschrift gaat uiteindelijk toch niet naar de apotheek.
Dat in een ziekenhuis meer hypnotica worden gebruikt lijkt evident. Naast het feit van ziek te zijn, spelen omgevingsfactoren mee: je moet je kamer delen, het is niet volledig duister, er is meer lawaai (en toch zo vroeg al), je matras voelt harder aan. Je hebt angst voor de komende onderzoeken en je bent de hele dag in dezelfde kamer met niets om handen. Dus op het eind van de dag ben je niet vermoeid genoeg om een hele nacht door te slapen. Na enkele dagen begint dit natuurlijk zwaar te wegen en dan komt de onvermijdelijke vraag : “Dokter, krijg ik een slaappilleke ?” Waarop de bereidwillige dokter vaak meteen positief antwoordt…
Soms moeten wij de hand in eigen boezem steken als wij er niet op letten de slaapmedicatie bij het ontslag af te bouwen, want een opname in het ziekenhuis is niet zelden de aanleiding voor een jarenlang gebruik van slaapmiddelen. Afbouwen is belangrijk, want plots stopzetten kan soms een toename van droomslaap veroorzaken en dit maakt de mensen behoorlijk bang.
Slaap wordt volgens William Dement het stiefkind van ons leven: meer en meer verwaarloosd door de zware eisen van carrière, relatie, gezin en een actief sociaal leven. Onze dagen worden steeds langer. Onderzoek heeft nochtans aangetoond dat een goede nachtrust de belangrijkste voorwaarde is voor een lang leven, belangrijker dan gezond eten, lichaamsbeweging of erfelijke factoren.
Slaap zacht…
|