De mening van de huisarts: dr. Koen Verhofstadt
"Het leukste beroep ter wereld"
Dr. Koen Verhofstadt is op diverse terreinen actief. Hij praat gedreven en enthousiast over zijn beroep. De meeste evoluties van de jongste jaren juicht hij toe. Al blijft hij kritisch bedenkingen plaatsen bij wat nog beter kan.

Dokter Koen Verhofstadt studeerde af in Gent in 1980. Samen met twee collega’s startte hij een groepspraktijk. Vandaag werken er in Groepspraktijk Heirnis aan de Dendermondsesteenweg vijf huisartsen en één huisarts-in-opleiding (HIBO). Na 27 jaar praktijk is dr. Verhofstadt nog altijd even enthousiast.
“Huisarts is het leukste beroep ter wereld!”, opent hij het gesprek. “Intellectueel is het heel bevredigend, want je krijgt toegang tot heel wat domeinen van de geneeskunde. Bovendien word je geconfronteerd met een enorme variatie aan problemen. En daarbovenop kom je ook nog eens in contact met heel wat mensen. Voor veel mensen is de huisarts nog altijd dé vertrouwenspersoon. Je krijgt dan ook veel terug van de mensen: bedankjes, schouderklopjes, woorden van waardering. En houden we daar niet allemaal van?”

Voorschrijven

“Stagiairs kijken er vaak van op dat huisarts zo’n gevarieerd beroep is. Bij velen leeft het beeld van de dokter voor verkoudheden en voorschriftjes. Maar in werkelijkheid zien wij zowat alle specialismen passeren. Bovendien kan je je eigen klemtonen leggen. Zo is mijn stokpaardje de farmaco-therapie. Ik ben daar al vele jaren mee begaan. Ik was van in den beginne betrokken bij de vzw Farmaka, waarvan ik nog altijd lid van de raad van bestuur ben. Met Farmaka waren we bij de eersten om een geneesmiddelenboekje te maken, een formularium zeg maar. Op basis van opzoekwerk en internationale studies probeerden wij een rationeler voorschrijfgedrag te ontwikkelen. We verzamelden wetenschappelijke kennis en deelden die. Eigenlijk was dat evidence based medicine avant-la-lettre. Een heel goede evolutie is dat, die mee heeft bijgedragen tot de ontvoogding van de huisarts. Vandaag is veel duidelijker welk gebied de huisarts bestrijkt en wat het verschil is met de artsen-specialisten. Een specialist werkt in de diepte. Een huisarts zoekt het meest rationele middel voor het meest waarschijnlijke probleem. Daarbij speelt in zekere mate het pluisgevoel: is iets pluis of niet pluis? Als we iemand met hartkloppingen over de vloer krijgen, dan vertrekken we vanuit de ons ter beschikking staande middelen en kennis én vanuit onze kennis van de achtergrond van die persoon. Is het iemand met een hoog risico op cardiovasculaire problemen. Rookt hij? Is hij zwaarlijvig? Leeft hij gezond?
Maar om terug te keren op het voorschrijfgedrag: ik sta er nog af en toe van te kijken wat patiënten allemaal aan medicatie te slikken krijgen. Gelukkig is er al een hele weg afgelegd, mede dankzij de Wetenschappelijke Vereniging van Huisartsen en de betere huisartsenopleiding.
Het is grappig hoe een aantal zaken geëvolueerd zijn. Wie vroeger voor groepspraktijken pleitte kreeg het stempel links opgekleefd en wie voor een rationeel voorschrijfgedrag opkwam, was zogezegd tegen de farmaceutische industrie. Vandaag bestaat dat soort zwart-wit denken gelukkig niet meer. De huisarts heeft weer recht op een leven, zonder in een vakje gestopt te worden.”

Taboes

“Een belangrijke evolutie van de jongste jaren is die op bio-ethisch gebied”, vertelt dr. Koen Verhofstadt. “Er zijn veel minder taboes dan vroeger. Dankzij de wet op de patiëntenrechten is het paternalistische model voorgoed voorbij. Ook de wetgeving op het vlak van abortus en euthanasie is een flinke stap vooruit. Of het aantal abortussen hierdoor toeneemt, valt nog af te wachten. De recente cijfers daarover moeten we nuanceren. Feit is in elk geval dat er beter geregistreerd wordt dan vroeger. Zeker in de katholieke ziekenhuizen, waar het taboe lang heeft standgehouden.
Euthanasie blijft uiteraard een heel delicate en moeilijke kwestie. Maar het is goed dat het alvast uit de strafrechterlijke sfeer is gehaald. Vroeger was het voor een arts héél moeilijk. Wij kunnen nu beter hulp verlenen waar dat gerechtvaardigd is. Ik ben zelf al enkele keren als 2de partij opgeroepen om te oordelen. Ik kan je verzekeren: je gaat daarbij niet over één nacht ijs. De vraag naar euthanasie wordt vandaag openlijker gesteld dan vroeger. Mensen praten ook openlijker over hun angsten. Toch bestaan er nog veel misverstanden over de wetgeving op euthanasie. Mensen die bang zijn om dement te worden, worden bijvoorbeeld niet geholpen met de wetgeving op euthanasie. Als huisarts kan je in dat geval alleen maar informatie geven. Maar ik vrees dat dat politieke debat vroeg of laat toch gevoerd zal moeten worden. De wet op de patiëntenrechten geeft wel mogelijkheden voor de zorg, maar niet voor euthanasie.
In het woon- en zorgcentrum Domino, waar ik als coördinerend arts optreed, probeer ik de mensen gerust te stellen met een comfortdossier. De resident en zijn familie beslissen dan samen wat er moet gebeuren in welke omstandigheden. Dat document wordt ondertekend door de huisarts, de hoofdverpleegkundige en de coördinerende arts. Zo’n document heeft niet alleen een morele kracht, maar ook een wettelijke basis. Ik vind dat een heel goede zaak. In ziekenhuizen ligt dat al een stuk moeilijker natuurlijk, want dan is de situatie meestal veel acuter. En thuis zijn de mensen al helemaal moeilijk te bereiken.”

“Sinds 1999 moet elk RVT een coördinerend en raadgevend arts (CRA) hebben. Die arts staat in voor de bijscholing van het personeel en zijn collega-huisartsen. Hij is ook verantwoordelijk voor het formularium, dat hij samen met de huisartsen moet opstellen en opvolgen. Dat laatste is soms een teer punt, want je moet al eens commentaar geven op een collega. De coördinerende arts is ook vertegenwoordiger van de huisartsen in het beleid van het RVT. Domino, bijvoorbeeld, werkt samen met maar liefst 90 huisartsen. En tenslotte waakt de CRA ook over het beleid inzake infectieziekten in gesloten gemeenschappen: scabiës, MRSA,… In Domino werken we naast deze wettelijke bevoegdheden ook nog samen op het vlak van informatica. Zo is onlangs software in gebruik genomen om op de afdelingen elektronisch te kunnen voorschrijven.”

Gent goed bezig

“Waarom ik mij dat allemaal aantrek? Ik vind het ongelooflijk boeiend. In het begin van mijn loopbaan ben ik tien jaar studentenarts aan de universiteit geweest. Ik ben ook jaren verbonden geweest aan een gehandicapteninstelling. Ik ben stage-coördinator geweest… Tja, als je het graag doet, waarom niet hé? Bovendien wil ik mee de stem van de huisartsen vertegenwoordigen in de maatschappij.
In Gent zijn de huisartsen goed georganiseerd. Dat is een groot geluk. Ik ben lid van het Huisartsencircuit binnen de Gentse Huisartsenvereniging. We komen geregeld samen en we overleggen, met de bedoeling tot gezamenlijke standpunten te komen. Bijvoorbeeld rond abortus. Of rond farmaceutische reclame. Door die gezamenlijke standpunten is er vanuit Gent veel ontstaan en gegroeid. Natuurlijk lukt het niet altijd om tot één standpunt te komen, maar de felle polarisatie zoals die vroeger bestond is er ook niet meer. En gelukkig maar. Want je kan pas iets bereiken als je samenwerkt. Kijk maar naar de vele verwezenlijkingen van de HVG. Denk aan de nieuwe organisatie van de wachtdiensten vanaf 2007. Heel wat artsen hebben daar al bergen werk verzet. Gent is er trouwens om bekend in Vlaanderen. We mogen trots zijn op wat we hier realiseren.
Bovendien is er in Gent ook leven naast het werk. En dat is ook nodig, anders geraak je uitgeblust en overwerkt. Huisartsen die vroegtijdig stoppen of naar Nederland uitwijken, waren verkeerd bezig, denk ik. Ik wil doorgaan tot op mijn zeventigste.
Dat er toch zo weinig studenten geïnteresseerd zijn in de opleiding tot huisarts, is onterecht. Bij de bevolking hebben we een goed imago. Onder collega’s moeten we onze plaats opeisen bij de tweede lijn. Weet je, eigenlijk zou elke specialist eens enkele dagen moeten meelopen met een huisarts. Ik denk dat ze nogal zouden verschieten. Specialisten hebben een vertekend beeld van ons beroep. En veel studenten lopen stage in een ziekenhuis en nemen dat verkeerd beeld over. Pas als ze bij een huisarts stage lopen, leren ze het echte leven van een huisarts kennen. Trouwens, de huisartsenopleiding in Gent is heel goed. En de voorbije vijf jaar zijn er ook inspanningen gedaan om het beroep financieel aantrekkelijker te maken.
Of er dan niets meer overblijft om voor te strijden? Natuurlijk wel. Als je België vergelijkt met het buitenland, dan hebben we nog een weg af te leggen. In Nederland vind je geen huisarts die na 18 uur werkt. In België geven we een veel grotere service aan de patiënten. Ja, misschien wel té veel service, soms. Maar we zijn op de goede weg.
Ook de echelonnering kan nog altijd beter. Ik snap bijvoorbeeld niet waarom gynaecologen, die zo lang gestuurd hebben om complexe operaties uit te voeren, zich inlaten met uitstrijkjes en de pil voorschrijven. Dat is pure huisartsengeneeskunde. Ja toch?”

FD