|
Alles begon met een symposium van de werkgroep Armoede van Caritas Vlaanderen. De werkgroep Armoede werd drie jaar geleden opgericht en wil de aandacht voor de armsten en de zwaksten hoog houden. In dat kader zou in oktober 2006 een symposium plaatsvinden. Op dat symposium zouden geen grote theorieën verkocht worden, maar wel praktijkvoorbeelden getoond worden uit de zorg- en de welzijnssector. Eén van de sprekers was Tony De Jans, diensthoofd patiëntenbegeleiding AZ Sint-Lucas.
Tony De Jans: “Ik koos er heel bewust voor om het eens niet over ons parterziekenhuis in Mosango te hebben. Ook dat is armoedebestrijding, uiteraard, maar ik wou het deze keer dichter bij huis zoeken. Ik wou me focussen op de acties die we ondernemen voor de zwaksten van bij ons, de zogenaamde vierde wereld. Vanuit de stuurgroep christelijke inspiratie en de dienst patiëntenbegeleiding zijn de voorbije jaren een aantal initiatieven gegroeid die best de moeite waard zijn. Om mijn voordracht wat aantrekkelijker te maken, dacht ik erover een korte film te laten maken. Caritas Vlaanderen zag dat meteen zitten en wou zelfs financieel tussenkomen. Toen de film klaar was, kwam het bericht dat het symposium om verschillende redenen niet door kon gaan. Gelukkig is de film wat later dan toch nog voorgesteld op de algemene vergadering van Caritas Vlaanderen. De reacties waren zo goed, dat Caritas voorstelde om de film op dvd op 2.150 exemplaren te verspreiden onder alle leden. Dat zal gebeuren samen met een Cahier met alle teksten die voor het symposium over armoede gemaakt waren.”
De film Machteloos… of toch niet? zoomt in op een viertal aspecten: de actie Propere Lei, het tweemaandelijkse overleg tussen de sociale dienst en de financiële dienst in het ziekenhuis, het zorgtraject voor behoeftige illegale vreemdelingen en het kledingdepot.
Actie Propere Lei
De actie Propere Lei is in feite begonnen naar aanleiding van het zogenaamde jubeljaar 2000. Vanuit de kerk kwam er een oproep voor initiatieven van kwijtschelding van schulden voor de zwaksten in de samenleving. Oorspronkelijk bedoeld als éénmalige actie schold AZ Sint-Lucas toen voor 430.000 BEF aan openstaande schulden kwijt van de meest behoeftige patiënten.
Door de inzet van velen is de actie Propere Lei echter blijven leven, ook na het jubeljaar. Gemiddeld wordt per jaar 3.500 à 5.000 euro aan schulden kwijtgescholden. In de praktijk gaat een gedeeltelijke kwijtschelding vrijwel altijd gepaard met een realistisch afbetalingsplan. De doelgroep zijn mensen met een minimumuitkering voor wie één tegenslag of extra kost genoeg is om maandenlang in zware financiële moeilijkheden te verkeren. Concreet gaat het meestal om jonge, alleenstaande moeders en oudere mensen met een klein pensioen. In tegenstelling tot wat je misschien zou denken gaat het in 95% van de gevallen om autochtone Belgen.
Daarnaast biedt de actie Propere Lei vaak ook concrete noodhulp: taxivervoer naar huis voor behoeftige patiënten die niemand hebben om ze op te halen, een startpakket moeder & kind voor een jong koppel dat het financieel heel zwaar heeft,…
Tony De Jans: “Het is dikwijls zoeken naar een mooi evenwicht met de actie Propere Lei. Wij zijn Sinterklaas niet hé. En het kan niet de bedoeling zijn om de schaarse financiële (overheids)middelen van het ziekenhuis te gebruiken om goede werken mee te doen. Gelukkig kunnen we rekenen op enkele milde schenkers. Geregeld vinden in het ziekenhuis acties plaats om de spaarpot van Propere Lei aan te vullen. Ik denk aan de jaarlijkse poster- en kaartenverkoop van de pastorale dienst, aan de concerten die hoofdverpleegkundige Dirk Piens organiseerde, aan de steun die verpleegkundigen van de palliatieve eenheid bij elkaar stapten tijdens de Dodentocht in Bornem, en zo meer. Al deze acties zorgen ervoor dat we een verschil kunnen maken voor zij die het echt nodig hebben.”
Sociaal vs financieel
Een tweede voorbeeld van hoe armoedebestrijding in een ziekenhuis concreet vorm kan krijgen, is het tweemaandelijkse overleg tussen de sociale dienst en de financiële dienst.
Tony De Jans: “Financiën zijn belangrijk voor het ziekenhuis. De begroting moet kloppen, facturen moeten betaald worden en medewerkers ontvangen graag tijdig hun salaris. Slechte betalers moeten aangemaand worden met herinneringsbrieven en in het allerslechtste geval stuur je er de deurwaarder op af. Dat klinkt misschien cru, maar we mogen niet naïef zijn. Wat we wél voortdurend moeten bewaken, is het evenwicht tussen het financiële aspect en het sociale beleid dat we willen voeren. Vroeger botste het al eens tussen de sociale dienst en de financiële dienst. Van beide kanten was er soms onbegrip. Vandaag zijn die wrijvingen grotendeels de wereld uit. Hoe? Gewoon door om de twee maanden eens samen te komen en gezamenlijk concrete problemen of vragen op te lossen. En zoals de reclame van een grote bank zegt: praten helpt. Af en toe eens de koppen bij elkaar steken kan heel concrete oplossingen opleveren voor mensen in nood. Ik denk dan aan OCMW-problematiek, onbetaalde facturen van daklozen en zo meer.”
Illegalen
Een derde concrete invulling van armoedebestrijding is het zorgtraject dat vorig jaar werd uitgetekend voor behoeftige, niet-verzekerde illegale vreemdelingen. Deze groep patiënten neemt sterk uitbreiding in Gent en daarom hebben alle Gentse ziekenhuizen samen met de huisartsen, de stad en het OCMW een zorgtraject ontwikkeld. Het komt erop neer dat mensen zonder papieren en zonder verzekering dankzij één gezamenlijke aanpak toch de nodige gezondheidszorgen toegediend krijgen.
Zo worden illegalen die zich op de spoedgevallendienst van het ziekenhuis aanmelden na de eerste zorgen doorverwezen naar een huisarts. Heeft de illegale patiënt geen huisarts, dan krijgt hij er één toegewezen. Hiervoor is in overleg met de huisartsen een databank gemaakt, waardoor elke illegaal een huisarts krijgt toegewezen uit zijn eigen buurt. De sociale dienst van het ziekenhuis helpt bij de begeleiding van de patiënt en ook het OCMW speelt zijn rol. Deze bundeling van krachten werpt zijn vruchten af en biedt heel concrete oplossingen voor heel concrete problemen.
Kledingdepot
Een vierde voorbeeld van effectieve en efficiënte armoedebestrijding op ziekenhuisschaal is het kledingdepot. In de linnenkamer van het ziekenhuis wordt kledij voor mannen, vrouwen en kinderen verzameld en gesorteerd. Zuster Emmmanuel coördineert één en ander. De kledij wordt geleverd door patiënten, hun familie en ziekenhuismedewerkers. In de linnenkamer worden de stukken gewassen en gesorteerd volgens bruikbaarheid. Het gaat vooral over ondergoed, nachtkledij, pantoffels en schoenen.
Tony De Jans: “Er wordt heel geregeld een beroep gedaan op het kledingdepot. Soms tot twee keer per week. De kleren worden geschonken aan patiënten die ze echt nodig hebben. Af en toe wordt ook een pakket kleren doorgegeven aan buurtcentra en wijkwerkingen.”
“Het gebeurt zelden dat het ziekenhuis met dit soort initiatieven groots uitpakt”, zegt Tony De Jans. “En dat hoeft natuurlijk ook niet. Maar het is wel goed als de eigen medewerkers en artsen weten dat er hulp geboden kan worden aan mensen in nood. Een medewerker die vermoedt dat een patiënt in zware financiële problemen zit, kan altijd een beroep doen op de dienst patiëntenbegeleiding of de sociale dienst.”
|