Wat zijn de nieren?
Een mens heeft twee nieren. Het zijn boonvormige organen die zich aan weerszijden van de wervelkolom en achter de buikholte bevinden. Ze liggen op de overgang van rug en zijde en worden gedeeltelijk door de onderste paar ribben bedekt. Als u met uw hand de ribben op de rug naar beneden afloopt, dan bent u bij de onderste rib ongeveer halverwege de nier beland.
De rechter nier ligt altijd wat lager dan de linker nier, omdat de lever de rechter nier wat naar beneden duwt. Links ligt de milt, een zeer bloedrijk orgaan van ongeveer 10 centimeter, boven tegen de nier aan. De milt is belangrijk voor het afweersysteem van ons lichaam en vormt een soort van bloedreservoir voor noodgevallen.
Als een soort kapje ligt op elk van beide nieren een bijnier. De bijnier heeft niets met urine te maken, maar maakt hormonen. Het is dus een klier, onder andere verantwoordelijk voor de productie van adrenaline, een hormoon dat het lichaam in staat stelt grote krachten te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij hardlopen.
In verband met de functie van de nieren is een goede bloedvoorziening noodzakelijk. Daarom is elke nier met dikke bloedvaten verbonden die rechtstreeks op de grote bloedvaten van en naar het hart aansluiten. Om beschadiging te voorkomen, ligt elke nier in een bed van vetweefsel dat werkt als een soort schokdemper. Beide nieren worden verder tegen aanvallen van buitenaf beschermd door dikke spieren en door een aantal ribben aan de achterzijde, en de buikholte en buikspieren aan de voorzijde. Als bij een ongeval de nier toch beschadigd wordt, kan dat aanleiding geven tot hevige bloedingen.
Aan de binnenkant van de nier bevindt zich het nierbekken of pyelum, een klein reservoir voor de opvang van de door de nier geproduceerde urine. Vanuit het nierbekken loopt een buisje, de urineleider of ureter, van elke van beide nieren naar de blaas.
Het transport van urine via de urineleider gaat door knijpende spierbewegingen in de wand van het buisje, zodat de urine naar de blaas wordt geknepen. Aan het eind van de urineleider, bij de inmonding in de blaas, bevindt zich een soort ventiel, dat verhindert dat de urine vanuit de blaas weer terug kan stromen naar de nier.
|