09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Wat is anesthesie?

Het woord ‘anesthesie’ betekent dat men niets voelt van een diagnostische of therapeutische ingreep. Men onderscheidt meerdere vormen van anesthesie:

Naargelang het type ingreep en uw gezondheidstoestand, kiest de anesthesist een techniek uit. Soms gebruikt men een combinatie van meerdere anesthesietechnieken. Indien er een keuzemogelijkheid is, zal de anesthesist deze met u bespreken.

1. De algemene anesthesie of narcose

Bij deze techniek worden geneesmiddelen toegediend die u in een kunstmatige slaap brengen. Zij worden meestal toegediend via een ader in de arm, maar bij kinderen soms ook door middel van een masker dat op het gezicht aangebracht wordt. Gedurende de operatie zal de geneesheer van de dienst anesthesie er voor zorgen dat u voortdurend bewaakt wordt: de diepte van de slaap, de ademhaling, de bloeddruk, de hartslag, enz. worden continu in de gaten gehouden en bijgestuurd indien nodig.

2. Sedatie

Sedatie is een veel ‘lichtere’ algemene anesthesie. Bij toepassen van sedatie kan de patiënt in een toestand van bewust maar pijnvrij, tot onbewust gebracht worden. Sedatie zal gebruikt worden bij onaangename of pijnlijke onderzoekstechnieken zoals bijvoorbeeld een coloscopie (darmonderzoek), een gastroscopie (maagonderzoek) of het plaatsen van een pacemaker.

3. Regionale anesthesie

Regionale verdoving kan tot stand gebracht worden door rond bepaalde zenuwen lokaal werkende verdovende geneesmiddelen in te spuiten. Wanneer men een zenuw uitschakelt, wordt het deel van het lichaam dat door deze zenuw verzorgd wordt ongevoelig gemaakt voor pijn en treedt er meestal een krachtsverlies op. Naargelang de lichaamsstreek krijgt deze techniek een verschillende naam. Naast de epidurale en de spinale anesthesie (ook wel ‘ruggenprik’ genoemd), die toelaten het onderste deel van het lichaam te verdoven, bestaan er andere technieken die het mogelijk maken slechts een arm, een been of een voet te verdoven.

Om deze techniek veilig toe te passen heeft de anesthesist twee hulpmiddelen ter beschikking: een echotoestel waarmee de verschillende structuren onder de huid kunnen gevisualiseerd worden en een neurostimulator die pijnloze elektrische impulsen afgeeft zodat de anesthesist op elk moment weet waar de zenuw zich bevindt. 

Na een regionale anesthesie verloopt het herstel van de zenuwfunctie geleidelijk; dit kan meerdere uren in beslag nemen. Op een bepaald ogenblik zult u het betreffende deel van het lichaam terug kunnen bewegen zonder evenwel iets te voelen. Dat u zich kunt bewegen, wil echter niet zeggen dat u uw volle kracht herwonnen hebt. Vooraleer te steunen op het been of de arm die verdoofd werd, vraagt u best het advies van een verpleegkundige of een arts van de dienst anesthesie.

Laatste update 31/08/2017 - team anesthesie