09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Diagnostische procedures

Als bij een vrouw een verdacht knobbeltje in de borst vastgesteld wordt, moet dat verder onderzocht worden. Eerst door klinisch onderzoek en medische beeldvorming; daarna zal er ook wat weefsel weggenomen worden voor microscopisch onderzoek.

Radiologisch borstonderzoek

Mammografie

Op de eerste plaats komt de mammografie. Hierbij worden röntgenfoto’s gemaakt van de borst, meestal twee van elke borst. Hiervoor wordt een beperkte druk uitgeoefend op de borst, die normaal geen last veroorzaakt.

Echografie

Aanvullend kan een echografie worden uitgevoerd. Dit onderzoek is analoog aan een echografie van de zwangerschap, zij het met enkele aanpassingen. Normalerwijze worden beide borsten volledig echografisch onderzocht.

Echogeleide biopsie

Bij twijfel of bij afwijking kan aanvullend een echogeleide biopsie worden uitgevoerd. Na plaatselijke verdoving (zoals bij de tandarts) wordt met een specifieke biopsienaald een klein stukje weefsel weggenomen. Er wordt een dun cilindertje weefsel (trucut) geprikt uit het knobbeltje en eventueel ook uit verdachte klieren in de oksel. De hinder die de patiënt hiervan ondervindt is gering, wel kan zich een blauwe plek ontwikkelen. Eén werkdag later is het resultaat gekend. Microscopisch onderzoek van dit weefsel leert ons om welke soort en aard weefsel het gaat. Als de patholoog bij dat onderzoek kanker vaststelt, zal het gezwel ook verwijderd worden, samen met de schildwachtklier of sentinelklier. Dat is de eerste lymfeklier waar het weefselvocht van in en rond het gezwel gefilterd wordt en waar dus eerst kankercellen zullen vastraken en verder groeien.

NMR-onderzoek

Bij sommige patiënten wordt een NMR-onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek kan zowel bij sommige goedaardige als bij mogelijk kwaadaardige borstproblemen worden uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een infuus geplaatst voor toediening van kleurstof. De patiënt ligt op de buik in een soort “scanner”, een korte tunnel in een grote magneet. Het onderzoek duurt meestal een 20-tal minuten. Aan de patiënt wordt gevraagd gedurende het onderzoek niet te bewegen.

Voor eventuele bijkomende, meer gespecialiseerde procedures kan de patiënt worden doorverwezen naar een ander ziekenhuis, dit in samenspraak met de patiënt en aanvragende arts.

Labo-tumormarkers

Ca 15-3 (cancer antigen 15-3) is een eiwit dat kan verhoogd zijn bij borstkanker. Deze zogenaamde tumormarker kan via een eenvoudige bloedafname worden opgespoord. Deze test is echter niet bruikbaar om in de bevolking actief borstkanker te gaan opsporen. Enerzijds is Ca 15-3 meestal afwezig bij patiënten in een vroeg stadium van borstkanker. Anderzijds kan het verhoogd zijn bij andere kankers (bv. van de long) of andere ziekten zoals goedaardige borstaandoeningen en leverlijden. Indien Ca 15-3 kan worden aangetoond bij diagnose (meestal bij gevorderde stadia van borstkanker) is het een goede merker om de invloed van therapie op de tumor na te gaan. Bij dalende concentraties is de tumor aan het krimpen, bij stijgende aan het groeien.

Nucleaire geneeskunde - sentinelklier

De schildwachtklier of sentinelklier is de eerste lymfeklier die via een lymfevat rechtstreeks met de tumor in verband staat. Uitzaaiingen zullen zich dus via deze weg eerst in deze klieren nestelen.
Als de sentinelklier vrij is van tumor of “negatief”, dan zullen ook de andere klieren normaal zijn en hoeven ze chirurgisch niet verwijderd te worden. Op die manier kunnen bij talrijke patiënten vervelende ongemakken zoals een pijnlijke armzwelling, gevoeligheidsstoornissen en dergelijke worden voorkomen.

Hoe kan men deze schildwachtklieren opsporen?

Rondom de tumor in de borst wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof ingespoten die via de lymfevaten naar de schildwachtklier gaat. Afhankelijk van het tijdstip waarop de operatie gepland is, zal deze injectie ofwel de dag vóórdien ofwel enkele uren vóór de operatie gebeuren. De schildwachtklier met de radioactieve stof erin wordt zichtbaar gemaakt met behulp van een gammacamera.

Terwijl u op de scantafel ligt wordt de plaats van deze klier (meestal oksel en soms achter borst- of onder sleutelbeen) met kleurstof op de huid gemarkeerd, zodat de chirurg de klier tijdens de operatie vlot terugvindt. De klier wordt onmiddellijk onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen en afhankelijk van het resultaat worden de overige klieren al dan niet verwijderd.

Laatste update 31/12/2017 - team radiotherapie, oncologie en hematologie