09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Heelkundige behandeling

Dit is het wegnemen van het gezwel in de borst door een operatie.
Wanneer men een operatie uitvoert om een kankergezwel te verwijderen, zal men het gezwel zo ruim mogelijk wegnemen. Daarbij zal men de lymfeklieren in de buurt van het aangetaste orgaan meenemen als de kanker zich via deze klieren kan verspreiden en zo uitzaaiingen (metastasen) kan veroorzaken.

Er zijn 2 soorten ingrepen: men kan de volledige borst wegnemen (borstamputatie of mastectomie) of men neemt enkel het gezwel weg (borstsparende heelkunde).
De bedoeling is het gezwel in zijn geheel weg te nemen, omgeven van een zone met normaal weefsel.

 

Borstamputatie of mastectomie

Bij deze ingreep wordt de borstklier volledig weggenomen met een deel van de huid (met de tepel en tepelvoorhof) en het bedekkende blad van de grote borstspier.
De mastectomie kan gevolgd worden door een borstreconstructie. Deze reconstructie kan tijdens dezelfde ingreep gebeuren of later.

Een mastectomie is aangewezen als:

  • het gezwel in verhouding tot de borst groot is en een borstsparende ingreep geen goed esthetisch resultaat zou geven.
  • er meerdere gezwellen aanwezig zijn in dezelfde borst.

 

Subcutane mastectomie

Hier wordt de volledige borstklier met de tepel verwijderd en wordt de huid van de borst ter plaatse gelaten. De holte onderhuids wordt opgevuld om de borst te reconstrueren.
Deze ingreep gebeurt wanneer een bepaald type van voorloper van borstkanker een groot gedeelte van de borst heeft ingenomen.

 

Borstsparende heelkunde

Wanneer het mogelijk is, zal men zich beperken tot het wegnemen van de tumor alleen en zoveel mogelijk normaal borstweefsel bewaren. Er wordt wel steeds een schil normaal weefsel rond de tumor meegenomen (ongeveer 0,5 cm). Dit gebeurt om zeker te zijn dat het gezwel in zijn geheel weg is.

Tijdens de ingreep wordt dikwijls gebruik gemaakt van een vriescoupe om na te gaan of de schil rondom het gezwel dik genoeg is. Dit is een microscopisch onderzoek dat gebeurt tijdens de operatie en waarvan de uitslag ongeveer na een half uur gekend is. Een stukje weggenomen weefsel wordt ingevroren om er een zéér dun schelletje van te snijden en microscopisch te bekijken.

Soms zijn de gezwellen klein en bij onderzoek niet of nauwelijks te voelen of gaat het om verdachte verkalkingen. In dit geval is het nodig om het weg te nemen letsel te markeren/lokaliseren vóór de ingreep.

Het zoveel mogelijk sparen van de borst is even veilig als het wegnemen van de volledige borst, maar moet wel gevolgd worden door radiotherapie. Studies toonden aan dat de overleving na een borstsparende ingreep even goed is als na een borstamputatie indien het overblijvende borstklierweefsel werd bestraald.

 

Heelkunde van de okselklieren

Een borstgezwel kan zich verspreiden via de lymfebanen naar de klieren in de oksel en van daaruit verder in het lichaam. Daarom werd vroeger standaard een okselklieruitruiming verricht. Hierbij werden alle klieren in de oksel weggenomen. Deze ingreep heeft als mogelijke verwikkeling lymfoedeem van de arm en of hand. Het onderzoek van de weggenomen klieren toonde ook dikwijls aan dat er zich geen kankercellen bevonden in die klieren en dat een uitruiming van de klieren dus niet echt noodzakelijk was. De laatste jaren maken we daarom gebruik van een techniek waarbij de schildwachtklier of sentinelklier vóór de ingreep gelokaliseerd wordt en selectief weggenomen wordt.

Sentinelklier onderzoek

Onderzoek heeft aangetoond dat het lymfevocht van de borst altijd eerst naar dezelfde klier draineert. Van hieruit worden dan de andere klieren aangedaan. Alle klieren zijn namelijk door lymfebanen onderling met elkaar verbonden. Datzelfde onderzoek heeft ook aangetoond dat, wanneer die eerste schildwachtklier niet ingenomen is, de rest van de okselklieren ook niet ingenomen zijn. Daarom gebeurt bij patiënten de dag vóór of van de ingreep een onderzoek waarbij de sentinelklier zichtbaar wordt gemaakt. Zo kan deze selectief weggenomen worden tijdens de ingreep. Wanneer die klier geen kankercellen bevat, hoeft dus geen verdere uitruiming van de andere klieren te gebeuren. Als de klier wel ingenomen is door kankercellen worden de overige klieren in de oksel weggenomen. 

Verloop na de operatie

De ingreep is meestal niet echt pijnlijk nadien en de patiënt is ook niet echt ziek. De dag na de ingreep kan men uit bed en mag men eten. Er zijn meestal één of twee draineerbuisjes. Deze buisjes zitten in de operatieholte en komen door de huid naar buiten. Ze dienen om bloed en wondvocht te evacueren uit de operatieholte.

Wanneer alle okselklieren zijn weggenomen wordt de kinesitherapeut ingeschakeld om de schouder te bewegen en om lymfedrainage te verrichten. Dit gebeurt om een stijve schouder te voorkomen en de kans op lymfoedeem te verkleinen.

Mogelijke verwikkelingen na de operatie

Nabloeding
Bij nabloeding wordt meestal een nieuwe ingreep uitgevoerd om de bloedklonter weg te nemen en de bloeding te stelpen.

Wondinfectie
Bij wondinfectie kan de behandeling bestaan uit het geven van antibiotica. In sommige gevallen wordt de wonde terug gedeeltelijk geopend en wordt er in de wonde een verband geplaatst. Dagelijkse wondzorg is noodzakelijk.

Frozen shoulder of stijve schouder
Na een okseluitruiming zal de patiënt geneigd zijn de schouder minder te gebruiken vanwege de pijn. Daarom worden na de operatie oefeningen gegeven en aangeleerd om dit te voorkomen.

Lymfoedeem van de arm
Lymfoedeem is een vochtophoping in de arm waardoor die gaat zwellen. Dit geeft hinder bij het gebruiken van de arm en is psychisch belastend omdat iedereen het ziet. De vermindering van vochtcirculatie in de arm wordt veroorzaakt door het wegnemen van alle klieren in de oksel en door bestraling van de oksel.

Laatste update 31/12/2017 - team radiotherapie, oncologie en hematologie