Diabetes mellitus (suikerziekte)

Afdeling: Endocrinologie

Op deze pagina

Diabetes mellitus is een chronische aandoening waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogt omdat het lichaam geen of onvoldoende insuline produceert of omdat de beschikbare insuline niet goed werkt (insulineresistentie). Insuline is een hormoon dat aangemaakt wordt in de bètacellen van de pancreas of alvleesklier.

Uit onze voeding halen we suikers die onze lichaamscellen gebruiken als energiebron. De voedingssuikers worden in het spijsverteringskanaal omgezet naar glucose die dan in het bloed terechtkomt. Het bloed brengt de glucose naar de lichaamscellen. Om glucose in de cellen te brengen is er insuline nodig die de celwand opent (zoals een sleutel een deur opent) en moet de cel ontvankelijk zijn voor insuline.

Samengevat:

  • suikers uit de voeding worden omgezet naar glucose
  • glucose komt in het bloed en gaat naar de lichaamscellen
  • insuline opent de cellen
  • cellen krijgen de nodige energie

Bij een insulinetekort of insulineresistentie kunnen de lichaamscellen de suiker onvoldoende opnemen om daar als energiebron te dienen. De suiker blijft daardoor in het bloed terwijl er via de voeding steeds meer suiker bijkomt. Zo ontstaat een verhoging van het bloedsuikergehalte of hyperglycemie.

Symptomen die kunnen wijzen op diabetes:

  • vermoeidheid
  • veel plassen
  • dorst
  • vermageren
  • vatbaarder voor infecties
  • specifieke appeltjesgeur van de adem

Soorten diabetes:

  • Diabetes type 1: Het lichaam maakt geen insuline meer aan. Deze vorm van diabetes ontstaat meestal voor de leeftijd van 40 jaar. De oorzaken zijn nog onbekend. Erfelijkheid speelt een rol, maar ook virussen, ziekte … De klachten treden meestal snel op en de patiënt voelt zich ziek: is vermagerd en voelt zich vermoeid, heeft veel dorst en moet veel plassen.
  • Diabetes type 2: Er is onvoldoende insulineproductie en de lichaamscellen zijn minder ontvankelijk voor insuline. De oorzaak is meestal overgewicht en te weinig beweging, maar erfelijkheid speelt ook een grote rol. Deze vorm ontstaat meestal op latere leeftijd en geeft soms heel weinig klachten.
  • Zwangerschapsdiabetes: Komt vooral voor in de tweede helft van de zwangerschap en wordt veroorzaakt door hormonale veranderingen. Het is een tijdelijke vorm van diabetes die verdwijnt na de bevalling, maar één vrouw op twee met zwangerschapsdiabetes ontwikkelt binnen de vijf à tien jaar na haar bevalling diabetes type 2. Het is belangrijk om na zwangerschapsdiabetes gezond te blijven eten en veel te bewegen. Lees meer over zwangerschapsdiabetes.
  • Secundaire diabetes: Secundaire diabetes ontstaat door medicatiegebruik (cortisone, hormoontherapie), door pancreas- of leveraandoeningen ...

Wat is glycemie?

Glycemie is het suikergehalte in het bloed en wordt in België uitgedrukt in mg/dl. Bij de behandeling van diabetes streven we naar optimale glycemiewaarden, die liggen tussen 70 en 140 mg/dl. De streefwaarden zijn afhankelijk van het type diabetes en van het tijdstip van de metingen (ze zijn bijvoorbeeld anders bij zwangerschapsdiabetes). Je bloedsuikergehalte wordt bepaald door:

  • voeding
  • insuline
  • lichaamsbeweging
  • stress
  • ziekte
  • andere medicatie

Wat is HbA1c?

Bloedsuiker bindt zich aan de kleurstof van de rode bloedcellen (hemoglobine). Hoe hoger de glycemiewaarden, hoe meer suiker aan het bloedpigment kleeft. Dat noemen we gesuikerd bloedpigment, hemoglobine A1c of HbA1c. Door de hoeveelheid gesuikerd bloedpigment te bepalen weten we hoe hoog de gemiddelde bloedsuikers de voorbije drie maanden waren. HbA1c is dus een belangrijke parameter voor de diabetesregeling. We streven meestal naar een HbA1c van 7% (individueel te bepalen). Het is bewezen dat er bij een goede diabetesregeling veel minder vaak verwikkelingen voorkomen.

Hoe insulinetekort opvangen?

Als je diabetes hebt, maakt je pancreas geen of onvoldoende insuline aan en daardoor stapelen suikers zich op in het bloed.

  • Bij diabetes type 2 kunnen we de pancreas worden aansporen om meer insuline te maken door orale medicatie (antidiabetica) of incretinememetica (dat zijn hormonen die je moet injecteren).
  • Bij diabetes type 1 lukt dat niet, omdat de pancreas totaal geen insuline meer aanmaakt. Het lichaam moet het hormoon insuline dus op een andere manier krijgen. Insuline kun je niet via pillen innemen omdat het vernietigd wordt door maagsappen. Je moet de insuline daarom regelmatig inspuiten.

Inspuitingen met een pensysteem

Insulinepen

Insuline kun je halen bij de apotheek op artsenvoorschrift en wordt volledig terugbetaald als je bij een diabetesconventie of zorgtraject bent aangesloten. Let erop dat op het geneesmiddelenvoorschrift de afkorting DB (diabetesconventie) of ZT (zorgtraject) genoteerd staat. Zo niet kan de apotheker de insuline niet gratis afleveren.

Je krijgt de insuline in penvullingen (penfills, cartridges) of in voorgevulde pennen. Bewaar je pen op kamertemperatuur. Insuline in een aangeprikte pen blijft ongeveer zes weken goed. Reserve-insuline bewaar je best in de koelkast en is beperkt houdbaar. Er staat een vervaldatum op de verpakking. Na die datum vermindert de werking. Let op: insuline mag niet bevriezen.

Pennaaldjes zijn zonder voorschrift te koop bij de apotheek of bij de Diabetes Liga. Sommige hospitalisatieverzekeringen betalen ze terug. Informeer bij je verzekeraar.

Inspuittechniek

Insuline spuit je onder de huid. Dat kan op verschillende plaatsen van het lichaam. De twee voorkeurplaatsen zijn buik en bovenbeen. In de buik wordt de insuline het snelst opgenomen. Daarom spuit je snelwerkende insuline best in de buik en trage insuline in het bovenbeen. Het is belangrijk om af te wisselen om een goede opname van insuline te verzekeren en om je huid gezond te houden. Als je te dikwijls op dezelfde plaats inspuit bestaat er risico op lipodystrofie. Dat is een opstapeling van insuline (merkbaar door bulten, zwellingen, putjes) waardoor ze niet goed werkt en er hyperglycemie ontstaat. Je hoeft de huid niet te ontsmetten voor het inspuiten.

Werkwijze

  • Als de insuline troebel is: kantel de pen tien keer om ze op de juiste manier te mengen.
  • Spuit twee eenheden weg om de penwerking te controleren. Komt er geen insuline uit de pen, herhaal deze actie dan tot je de insulinedruppels uit de naald ziet komen.
  • Bij iedere inspuiting moet je een huidplooi maken tussen duim en wijsvinger, ter hoogte van de insteekplaats.
  • Je spuit loodrecht in, midden in de plooi, terwijl je de plooi blijft vasthouden.
  • Laat de naald na inspuiting 10 seconden in de huidplooi om te vermijden dat de insuline terug uit de prikplaats vloeit.

Pennaaldjes mag je maar een keer gebruiken en moet je dus na elke inspuiting verwijderen. Je kunt kiezen voor verschillende naaldlengtes: 4 mm, 5 mm of 6 mm (afhankelijk van de dikte van je onderhuids vetweefsel). Verzamel de gebruikte naalden in een naaldcontainertje. Dat kun je kopen bij de apotheek of bij de Diabetes Liga. Een volle naaldcontainer geef je goed afgesloten af in het containerpark.

Insulinepomp

Een insulinepomp lijkt het meest op de natuurlijke afgifte van insuline door de alvleesklier. Met de pomp kun je insulinetoediening programmeren. Ze is gevuld met snelwerkende insuline en verbonden met de huid via een infusieset. We raden een insulinepomp soms aan bij zwangerschapswens, zwangerschap en onvoldoende diabetescontrole ondanks maximale inspanningen. Het apparaat is dag en nacht aan je lichaam gekoppeld. Een zeer nauwkeurige opvolging en kennis van de werking van het toestel, je lichaam, je voeding en je bloedglucosewaarden zijn vereist.

Meer over insulinepompen

Soorten insuline

Snelwerkende insuline

  • De klassieke snelwerkende insuline (Actrapid®, Insuman Rapid® en Humuline Regular®) begint ongeveer 20 tot 30 minuten na inspuiting te werken, heeft een piekwerking na één tot anderhalf uur en is na vijf tot zes uur uitgewerkt.
  • De ultrasnelwerkende insulineanalogen (Novorapid®, Humalog® en Apidra®) werken 10 tot 20 minuten na inspuiting, hebben een piekwerking na één uur en zijn na drie à vier uur uitgewerkt. Daarnaast bestaat er ook een meer geconcentreerde ultrasnelwerkende insuline (Humalog® 200).
  • Er bestaat momenteel één type insuline dat quasi onmiddellijk werkt (Fiasp®).

Intermediairwerkende insuline

Deze insuline (Insulatard®, Insuman® Basal en Humuline® NPH) is troebel. Het is oorspronkelijk snelwerkende insuline waaraan een eiwit werd toegevoegd om de werking te vertragen. Ze begint langzaam te werken, heeft een lichte piek vier tot zes uren na inspuiting en is twaalf tot achttien uur later uitgewerkt.

Langwerkende insulineanalogen

Deze insuline is helder. Lantus® en Abasaglar® blijven 24 uur actief zonder noemenswaardige piekwerking. Levemir® blijft 16 tot 24 uur actief. Toujeo® is een langwerkende insuline met een meer geconcentreerde samenstelling die nog langer actief blijft.

Insulinemengsels

Deze insuline (Humuline® 30/70, Humalog® Mix 25 of 50 en Novomix® 30, 50 of 70) is een kant-en-klaar mengsel van snelwerkende en intermediairwerkende insuline in een bepaalde verhouding. Het getal na de naam geeft het percentage aanwezige snelwerkende insuline in het mengsel aan.

Zelfcontrole

Om een beter inzicht te krijgen in je diabetes en om je bloedsuikerspiegel onder controle te krijgen, kun je zelf je bloedglucose meten. We noemen dat zelfcontrole. De streefwaarden zijn afhankelijk van verschillende factoren en dus heel individueel.

Deze omstandigheden vragen extra metingen:

  • ziekte
  • ontregeling of schommelende waarden
  • hypogevoel
  • intensieve lichaamsinspanningen (sport, werk)
  • zwangerschap
  • het op punt stellen van de insulinebehandeling
  • overschakeling naar andere insuline

Zelfcontrole met bloedsuikermeters

Werkwijze voor zelfcontrole bloedsuikerspiegel

  • Was je handen.
  • Maak de prikpen gebruiksklaar.
  • Breng de strip in de bloedsuikermeter en sluit het potje onmiddellijk af.
  • Prik met de prikpen in de zijkant van je vinger en breng bloed aan op de teststrip.
  • Als er voldoende bloed is opgenomen door de teststrip, telt de meter automatisch af en toont je bloedsuikerspiegel op een scherm.

Tips om de vingerprik gemakkelijker te maken

  • Was je handen met warm water en droog ze goed af.
  • Masseer de vingertop om eenvoudig een goede bloeddruppel te krijgen.
  • Laat je hand eventueel 1 minuut naar beneden hangen om de bloedcirculatie in de vingertop te bevorderen.
  • Gebruik altijd een prikpen, dat is minder pijnlijk.
  • Wissel af tussen je vingers en prik in de zijkant van je vingertop. Duw het bloed zachtjes vanuit de handpalm naar de vingertop.
  • Neem na vier controles een nieuw lancet en verwijder de lancetnaalden in de naaldcontainer (afvalsortering). De lancetten van de Fastclix® mag je in de vuilnisbak werpen.
  • Voldoende bloed op de strip is belangrijk voor een nauwkeurig resultaat.

Meetresultaten

Je kunt je meetresultaten, je hypo’s, je dosis insuline en insulineaanpassingen invullen in een dagboekje dat je gekregen hebt van je diabetesteam. Breng het boekje en je bloedsuikermeter altijd mee als je op consultatie komt bij iemand van het diabetesteam. Bloedsuikermeters hebben een geheugen waardoor je dokter of diabetesverpleegkundige de resultaten kunnen verwerken met een computerprogramma. Dat geeft een mooi overzicht van je bloedsuikerverloop. Het is verplicht jaarlijks je meetttoestel te laten uitlezen door de diabetesverpleegkundige. Vergelijk de resultaten gemeten met je toestel alleen met het meetresultaat van een klinisch laboratorium en nooit met een ander toestel.

Zelfcontrole met sensormeting

Zelfcontrole kan ook met een sensor op de huid, maar dat kan niet bij iedereen. Bespreek het met je arts.

Hyperglycemie

Hyperglycemie betekent dat je te veel suiker hebt in je bloed (meer dan 180 mg/dl).

Als je een tekort aan insuline hebt of de insuline werkt niet goed, dan blijft suiker in het bloed circuleren en wordt het niet opgenomen. Het bloedsuikergehalte stijgt. Bij een suikergehalte boven 180 mg/dl wordt overtollige suiker via de nieren uitgescheiden.

Symptomen van hyperglycemie

  • De nieren spoelen de overtollige suikers uit, waardoor je veel vocht verliest. Daardoor moet je overvloedig plassen.
  • Het vochtverlies veroorzaakt veel dorst en een droge tong.
  • Bij langdurige hyperglycemie geraken de cellen niet meer aan de nodige suiker en moet het lichaam een andere energiebron gebruiken, de vetreserve. Als je cellen vetten verbranden, dan vermager je.
  • Vetverbranding in het lichaam geeft afvalproducten in het bloed: ketonen. De ketonen stapelen op in het bloed en maken het lichaam ziek. Je kunt last krijgen van buikpijn, misselijkheid, braken en sufheid.
  • Je bent moe en suf omdat je lichaam geen energie krijgt van de ingenomen suikers, want die blijven in het bloed hangen en worden uitgewassen door de nieren. Je geraakt uitgeput en kunt na enkele dagen zelfs in coma raken.

Mogelijke oorzaken van hyperglycemie

  • Maaltijden met te veel koolhydraten.
  • Sterk gesuikerde voeding.
  • Onvoldoende insuline ingespoten of vergeten in te spuiten.
  • Stress, angst.
  • Koorts en ziekte, heelkundige ingreep.
  • Bepaalde geneesmiddelen die bloedsuikerverhogend werken, bv. cortisone.
  • Verminderde lichaamsbeweging.
  • Technisch probleem met pen, insuline, meter, pomp.

Wat te doen bij hyperglycemie?

Als je herhaaldelijk een glycemie meet boven 180 mg/dl of bij koorts of ziekte:

  • Probeer de oorzaak te achterhalen (te veel of verkeerde dingen gegeten, stress, ziekte, pijn, koorts …).
  • Drink veel water.
  • Blijf je glycemie om de 2 uur controleren.
  • Blijven de hoge waarden verschillende dagen aanhouden, neem dan contact op met de huisarts of met je diabetescentrum.
  • Heb je ook een ziektegevoel als misselijkheid, buikpijn of braken neem dan onmiddellijk contact op met je diabetescentrum of met de huisarts. Braken = bellen!

Hypoglycemie

Hypoglycemie betekent dat je te weinig suiker hebt in je bloed: minder dan 70 mg/dl. De meeste hypo’s zijn eenvoudig te behandelen.

Symptomen van hypoglycemie

De symptomen van een hypo verschillen van persoon tot persoon. Wees alert voor deze signalen:

  • Zweten
  • Beven
  • Verminderde concentratie
  • Spreken met dubbele tong
  • Bleek zien
  • Honger
  • Wisselend humeur
  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Slecht zien
  • Moeheid

De symptomen komen niet allemaal gelijktijdig voor.

Oorzaken van hypoglycemie

  • Onvoldoende koolhydraten gegeten.
  • Een maaltijd overgeslagen.
  • Te veel insuline ingespoten.
  • Te veel tijd tussen inspuiting en maaltijd.
  • Meer lichaamsbeweging dan gewoonlijk (sporten, poetsen, wandelen).
  • Warm weer of sauna.
  • Alcoholgebruik (zonder inname van koolhydraten) kan ook nachtelijke hypo’s veroorzaken, omdat de lever 's nachts de alcohol afbreekt. Dan kan hij geen suiker vrijgeven als de glycemie daalt, met een hypoglycemie als gevolg.

Nuttige tips:

  • Neem altijd druivensuiker mee.
  • Sla geen maaltijd over, tenzij in overleg met je diabetesteam.
  • Als je inspuit op het ogenblik van een hypo, verminder dan je dosis snelwerkende insuline met twee eenheden. Als je ultrasnelwerkende insuline-analogen (Novarapid®, Apidra®, Humalog®) spuit, mag je eerst eten en daarna je insuline spuiten.
  • Denk bij extra inspanningen vooraf aan je bloedsuiker.
  • Breng enkele mensen in je omgeving op de hoogte dat je diabetes hebt.
  • Wees matig met alcohol. Alcohol kan een laattijdige hypo veroorzaken en levert veel calorieën aan.

Wat te doen bij hypoglycemie?

  • Meet altijd je bloedsuiker!
  • Als je een waarde van minder dan 70 mg/dl hebt, neem dan eerst snelwerkende suikers* (ofwel drie druivensuikers ofwel een half glas gesuikerde drank).
  • Wacht ongeveer 15 minuten.
  • Gaat het hypogevoel over, maar duurt het nog langer dan anderhalf uur voor je een maaltijd kunt eten, neem dan nog een trage suiker (een stuk fruit, een boterham met confituur, een granenkoek of een yoghurtje met fruit).
  • Gaat het niet over, neem dan nog eens snelwerkende suikers, met na 15 minuten een traagwerkende suiker.
  • Het gebeurt zelden dat, ondanks alle voorzorgen, de hypoverschijnselen niet verdwijnen en er bewustzijnsverlies optreedt. Laat je dan door iemand Glucagen® inspuiten. Dat brengt de suikerreserves uit de lever in de bloedbaan. Gebruik alleen Glucagen® als je niet meer kunt drinken. Daarna kun je misselijk zijn, maar het is toch belangrijk dat je iets eet. Glucagen® Hypokit kun je met of zonder voorschrift krijgen bij de apotheek. Met voorschrift wordt het deels terugbetaald.
  • Na een hypoglycemie met bewustzijnsverlies verwittig je best je huisarts.
  • Na een spoedopname door hypoglycemie, maak je best zo snel mogelijk een afspraak bij de diabetesverlpleegkundige.

*Snelle of snelwerkende suikers zijn suikers die heel snel in het bloed worden opgenomen en vrij kort werken. Trage of traagwerkende suikers zijn suikers die traag in het bloed worden opgenomen en een langere werking hebben.

GL voedingsdriehoek

Voeding

Voeding neemt een erg belangrijke plaats in bij de behandeling van diabetes.

Waarom aandacht voor voeding?

  • Om de bloedsuikers onder controle te houden.
  • Om een goed lichaamsgewicht te bekomen en te behouden.
  • Om de cholesterol en de vetten in het bloed laag te houden.
  • Om een goede bloeddruk na te streven en te behouden.

Een diabetesvoeding is een gezonde gevarieerde voeding met speciale aandacht voor de hoeveelheid voedsel (energie), koolhydraten en vetten. De actieve voedingsdriehoek is een handig middel om je voeding samen te stellen. Je diëtiste kan je helpen je voeding aan te passen.

Enkele tips:

  • Controleer je gewicht. Is je gewicht goed, probeer het zo te houden. Is je gewicht te hoog, probeer te vermageren.
  • Sla geen maaltijden over, behalve in overleg met je diabetesteam.
  • Neem bij elke maaltijd traagwerkende, gezonde koolhydraten. Vermijd suikerrijke voedingsmiddelen.
  • Varieer je voeding.
  • Neem volkorenproducten voor brood, rijst en deegwaren.
  • Wees matig met vetten en kies voor gezonde vetten.
  • Beperk zout. Verse kruiden en specerijen zijn mogelijke alternatieven.
  • Drink dagelijks 1,5 liter water of energievrije drank.
  • Wees matig met alcohol.
  • Let op met dieetproducten (zoals dieetchoco, dieetkoekjes, dieetgebakjes). Ze hebben vaak een hoger vetgehalte.
Loper sport diabetes

Diabetes en sporten

Heb je diabetes type 1 en durf je niet goed te sporten uit schrik voor bv. hypo- of hyperglycemie? In onze videoreeks tonen we je hoe je je glycemie zoveel mogelijk stabiel kunt houden.

Diabetesconventie

Als je lid bent van de diabetesconventie, kun je een beroep doen op begeleiding en materiaal van het ziekenhuis. Je mutualiteit heeft een overeenkomst met het ziekenhuis.

Diabeteszorgtraject

Naast de diabetesconventie bestaat er ook het diabeteszorgtraject. Dat is een overeenkomst tussen drie partijen: de patiënt, de huisarts en de endocrinoloog.

Je huisarts schrijft het materiaal voor (enkel bij een behandeling met insuline of incretinemimeticum) en je kunt het afhalen bij de apotheek. Een diabeteseducator zorgt voor de nodige begeleiding aan huis en je behandeling wordt vooral opgevolgd door de huisarts. Een consultatie bij de endocrinoloog is jaarlijks verplicht. Er is ook een maximale terugbetaling van bezoeken aan de huisarts en de endocrinoloog.

Bespreek met je huisarts of specialist of je in aanmerking komt voor het zorgtraject.

Wat verwachten wij van jou?

  • Controleer je suikergehalte zoals afgesproken, noteer de resultaten en breng ze samen met je metertje mee naar de arts of verpleegkundige.
  • Het materiaal voor de controles is gratis, zolang de goedkeuring geldig is. De strips kun je afhalen in combinatie met je bezoek aan de arts. Wil je op een ander tijdstip de strips afhalen? Maak dan eerst een afspraak. We kunnen je alleen materiaal meegeven als je de meter bij je hebt.
  • Spuit insuline in, zoals voorgeschreven door je endocrinoloog.
  • De insuline haal je bij de apotheek op voorschrift van je endocrinoloog of huisarts. Let erop dat op het voorschrift altijd DC (diabetesconventie) of ZT (zorgtraject) staat.
  • De pennaalden koop je zonder voorschrift bij de apotheek, de mutualiteitswinkels of de Diabetes Liga.
  • De vaste pennen (bv. Novopen® of Humapen®) gaan normaal gesproken heel lang mee. Zijn er toch problemen, dan kun je daarvoor terecht bij de diabetesverpleegkundigen. Als je naar het buitenland gaat, kun je gratis een reservepen krijgen die je nadien teruggeeft als ze niet gebruikt werd.
  • De meeste insuline kun je inspuiten met een voorgevulde pen (bv. Novorapid® Flexpen of Lantus® Solostar) die heel gebruiksvriendelijk is.

Diabetesvoet

Diabetesvoet is een verzamelnaam voor verschillende voetafwijkingen die kunnen ontstaan bij diabetespatiënten.

Tips voor diabetespatiënten

Buitenland

Als je met het vliegtuig reist, moet je bijkomende maatregelen treffen:

  • Neem je glycemiemeter mee in je handbagage. Doe hetzelfde met je insulinepennen of penvullingen, in een transparante plastic zak van maximum 1 liter. Je moet een attest kunnen voorleggen dat ze levensnoodzakelijk zijn voor jou. Dat attest kun je bij de diabetesverpleegkundige krijgen.
  • Als je gebruik maakt van een sensor, heb je een specifiek attest nodig. Je verpleegkundige kan je daarover informeren.
  • Frisdranken van meer dan 100 ml mag je niet meenemen. Neem zeker druivensuiker mee om hypo’s op te vangen.

Als je naar het buitenland gaat en gebruik maakt van de vaste pennen met penvullingen, kun je van ons een reservepen krijgen. Die mag je nadien teruggeven als je ze niet gebruikt hebt.

Kinderbijslag

Je hebt misschien recht op verhoogde kinderbijslag. Vraag het na bij het kinderbijslagfonds.

Rijbewijs

Om een rijbewijs te halen moet je op je erewoord verklaren vrij te zijn van aandoeningen die een invloed kunnen hebben op de 'algemene lichamelijke en geestelijke rijgeschiktheid'. Als je diabetes hebt mag je die verklaring niet ondertekenen, maar moet je een attest van een arts vragen. De arts onderzoekt of je geschikt bent om een motorvoertuig te besturen. Dat attest is ook nodig voor wie al een rijbewijs heeft en pas nadien diabetes krijgt. In de huidige wetgeving wordt elke persoon met diabetes individueel beoordeeld. Er is ook de nodige aandacht voor (ernstige) hypoglycemieën.

Rijbewijs A3, A, B, B+E en G (groep 1)

Als je goed geregelde diabetes hebt, kun je een rijbewijs in de categorie A3, A, B, B+E en G meestal zonder problemen halen. Het is wel afhankelijk van eventuele complicaties en dat moeten we dus individueel beoordelen.

Als je enkel je levensstijl moest aanpassen of bloedsuikerverlagende medicatie neemt, kun je het rijgeschiktheidsattest van de huisarts krijgen. Als je drie insuline-injecties of een insulinepomp gebruikt of als je een verhoogd risico hebt op hypoglycemieën moet je het rijgeschiktheidsattest van een endocrinoloog krijgen. Een attest is vijf jaar geldig. Hou die datum zelf in de gaten.

Je hebt het attest ook nodig als je voor het eerst een rijbewijs aanvraagt. Pas daarna kun je deelnemen aan de theoretische en praktische opleiding en aan het examen.

Rijbewijs C, D en ander professioneel vervoer (groep 2)

Onder bepaalde voorwaarden kunnen personen met diabetes ook een rijbewijs halen voor vrachtwagen, autocar of taxi. We houden rekening met bepaalde complicaties, de stabiliteit van de diabetes, de (zelf)kennis over de aandoening en het stipt opvolgen van de behandeling.

Een keurend arts moet het rijgeschiktheidsattest afleveren, na advies van een oogarts. Je hebt ook een ‘rijgeschiktheidsattest voor groep 2’ van een endocrinoloog nodig als je bloedsuikerverlagende medicatie neemt die een hypoglycemie kan veroorzaken. Als je enkel leefstijlaanpassingen doet of medicatie neemt die geen hypoglycemie kan veroorzaken, mag je het attest ook van een huisarts krijgen.

Het attest voor het professioneel rijbewijs is maximaal drie jaar geldig. Ga zes maanden voor het vervalt opnieuw op controle bij de oogarts.

Als je naar de consultatie komt en je wilt een rijgeschiktheidsattest. Vermeld dat dan als je de afspraak maakt.

Diabetesteam AZ Sint-Lucas

Diabetesverpleegkundigen

Ma tot vrij van 8u tot 17u diabetes@azstlucas.be
09 224 63 09 Straat 55

Diabetesdiëtisten

Ma tot vrij van 8u tot 17u diabetes.dietisten@azstlucas.be
09 224 62 11 straat 55

Podologen

Charline Cnudde en Sabine De Bruyne
09 224 52 92 Straat 57

Psycholoog

Op afspraak
09 224 63 09 Straat 55

Sociale dienst

op afspraak (weekdagen 8u30-12u15 en 13u15-16u30) secretariaat.socialedienst@azstlucas.be
09 224 58 01

Patiëntenvereniging

De Diabetes Liga is een vereniging voor en door patiënten en professionelen.

Diabetesinfolijn: 0800 96 333

Diabetes Liga vzw
Ottergemsesteenweg 456
9000 Gent

T 09 220 05 20
Elke werkdag telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17 uur.
E liga@diabetes.be
W www.diabetes.be

Materiaal kun je enkel online bestellen via shop.diabetes.be.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 30-juni-2021.

Endocrinologie

Naar boven

AZ Sint-Lucas & Volkskliniek

Groenebriel 1
9000 Gent

GPS adres

Terhagen

09 224 61 11
info@azstlucas.be
Qualicor Europe Logo RGB

AZ Sint-Lucas behaalde het Qmentum-kwaliteitslabel van Qualicor Europe

made by