09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Zelfcontrole

Om een beter inzicht te krijgen in uw diabetes en om uw bloedsuikerspiegel onder controle te krijgen, kunt u zelf uw bloedglucose meten. We noemen dit zelfcontrole.De streefwaarden zijn afhankelijk van verschillende factoren en dus zeer individueel. 

Volgende omstandigheden vragen extra metingen:

  • ziekte
  • ontregeling of schommelende waarden
  • hypogevoel
  • intensieve lichaamsinspanningen (sport, werk)
  • zwangerschap
  • het op punt stellen van de insulinebehandeling
  • overschakeling naar andere insuline

 

Zelfcontrole met bloedsuikermeters

Werkwijze voor zelfcontrole bloedsuikerspiegel

  • Was uw handen.
  • Maak de prikpen gebruiksklaar.
  • Breng de strip in de bloedsuikermeter en sluit het potje onmiddellijk af.
  • Prik met de prikpen in de zijkant van de vinger en breng bloed aan op de teststrip.
  • Als er voldoende bloed is opgenomen door de teststrip, zal de meter automatisch aftellen en uw bloedsuikerspiegel tonen op een scherm.

 vingerprik

 

Tips om de vingerprik gemakkelijker te maken

  • Was uw handen met warm water en droog ze goed af.
  • Masseer de vingertop om eenvoudig een goede bloeddruppel te krijgen.
  • De hand gedurende 1 minuut laten afhangen bevordert de bloedcirculatie in de vingertop.
  • Gebruik altijd een prikpen, dit is minder pijnlijk.
  • Wissel af tussen uw vingers en prik in de zijkant van uw vingertop. Duw het bloed zachtjes vanuit de handpalm naar de vingertop.
  • Neem na vier controles een nieuw lancet en verwijder de lancetnaalden in de hiervoor bestemde naaldcontainer (afvalsortering). De lancetten van de Fastclix® mogen in de vuilnisbak geworpen worden.
  • Voldoende bloed op de strip is belangrijk voor een nauwkeurig resultaat.

 

Meetresultaten

U kunt uw meetresultaten, uw hypo’s, uw dosis insuline en insulineaanpassingen invullen in een dagboekje dat u gekregen hebt van uw diabetesteam. Breng dit boekje en uw bloedsuikermeter steeds mee als u op consultatie komt bij iemand van het diabetesteam. Bloedsuikermeters hebben een geheugen waardoor de resultaten door uw dokter/diabetesverpleegkundige kunnen verwerkt worden met een computerprogramma. Dit geeft een mooi overzicht van uw bloedsuikerverloop.
Het is verplicht jaarlijks uw meetttoestel te laten uitlezen door de diabetesverpleegkundige.
Vergelijk de resultaten gemeten met uw toestel alleen met het meetresultaat van een klinisch laboratorium en nooit met een ander toestel.


Zelfcontrole met sensormeting

 Naast de zelfcontrole via een vingerprik is er ook controle via een sensor op de huid mogelijk. Hiervoor moeten een aantal zaken in acht genomen worden. Daarom moet het gebruik van deze sensor altijd met de desbetreffende arts besproken worden. 

 

Laatste update 29/03/2019 - team diabeteskliniek