09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Blaaskanker

Blaaskanker is een ziekte die het slijmvlies van de volledige urinewegen kan aantasten. Het is dus mogelijk dat er gelijktijdig op verschillende plaatsen in de urinewegen tumoren voorkomen. Bij 1 op de 10 patiënten is dit het geval.De meest voorkomende kwaadaardige tumor is een urotheelceltumor. Deze ontstaat vanuit het slijmvliesweefsel van de urinewegen. Dit type tumor komt in meer dan 90% van de gevallen van blaaskanker voor.

Een blaastumor ontstaat bijna altijd in het slijmvlies van de blaaswand. Afhankelijk van zijn groeiwijze kan de tumor verder doorgroeien in de blaaswand of uitgroeien in de blaasholte.
Bij een tumor in de blaaswand wordt onderscheid gemaakt tussen een oppervlakkig groeiende en een infiltratief groeiende blaastumor. Een oppervlakkig groeiende tumor bevindt zich alleen in het blaasslijmvlies. Een infiltratief groeiende tumor bevindt zich zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier. Beide vormen kunnen echter doorgroeien tot in de blaasholte.
Wanneer een oppervlakkig groeiende tumor niet tijdig wordt behandeld, zal deze op den duur vanuit het slijmvlies doorgroeien in de blaasspier.

 

Oorzaken van blaaskanker

Het is niet mogelijk om de oorzaak van blaaskanker aan te geven, wel zijn er risicofactoren bekend. De belangrijkste risicofactor is roken. Men neemt aan dat bij 30 à 40 % van de patiënten met blaaskanker roken de oorzaak is.

Daarnaast is ook bekend dat mensen die in de textiel-, plastic-, kleurstoffen- en rubberindustrie hebben gewerkt met aromatische aminen (= kleurstoffen, een verbinding, afgeleid van ammoniak) meer kans lopen op blaaskanker.

Schadelijke stoffen komen terecht in het bloed. Na filtering in de nieren, gaan ze met de urine naar de blaas. In de blaas wordt de urine, mét de schadelijke stoffen, nog enige tijd opgeslagen. Deze stoffen krijgen dus de tijd om in te werken in de blaaswand, waardoor deze geïrriteerd kan geraken.

 

Vormen van blaaskanker

Als een uroloog de blaasholte van binnen bekijkt, zijn de volgende vormen te onderscheiden:

  • Een bolletje dat met een dun steeltje verbonden is aan de blaaswand. De arts noemt dit poliepvormig. Vaak is dit het geval bij een oppervlakkig groeiende tumor
  • Een bloemkoolachtige vorm die met een stevige dikke steel verbonden is aan de blaaswand. Dit kan het geval zijn bij een infiltratief groeiende tumor
  • Een vlakke structuur die net boven het slijmvliesweefsel uitkomt. Vaak is dit het geval bij een infiltratief groeiende tumor. 

Wanneer de tumor doorgroeit in de diepere lagen van de blaaswand, wordt de kans groter dat de tumorcellen losraken en via de lymfe en/ of het bloed door het lichaam worden verspreid.
Op deze wijze kunnen er uitzaaiingen ontstaan in andere organen zoals de longen, de lever of de botten.

Blaaskanker kent een zogeheten voorstadium. Artsen spreken dan van een carcinoma in situ (CIS). Hooguit 10% van de blaastumoren is, ten tijde van ontdekking, een tumor in een dergelijk voorstadium. Een carcinoma in situ is een oppervlakkig groeiende vorm van blaaskanker die nog niet uitgroeit in de blaasholte. Bij het vanbinnen bekijken van de blaas is de tumor dan ook vaak niet zichtbaar. Het is mogelijk dat er op meerdere plaatsen in de blaas een dergelijke tumor voorkomt.
Hoewel een carcinoma in situ meestal geen klachten geeft, kan vaak en pijnlijk plassen een eerste aanwijzing zijn.
Andere aanwijzingen kunnen zijn:

    • Het urineonderzoek toont afwijkende cellen
    • Bij het vanbinnen bekijken van de blaas wordt een lichte roodheid van het blaasslijmvlies geconstateerd. Alleen met weefselonderzoek is vast te stellen of er sprake is van een carcinoma in situ.
    • Indien een CIS niet wordt behandeld, kan er een infiltratief groeiende vorm van blaaskanker ontstaan.

 

Behandeling van blaaskanker

 

Psychosociale ondersteuning bij blaaskanker

Kanker en de behandeling ervan zijn ingrijpend en kunnen veranderingen teweeg brengen in heel wat levensgebieden. Naast de lichamelijke gevolgen vraagt kanker vaak ook een aanpassing op emotioneel, sociaal en relationeel vlak. In dit aanpassingsproces kunt u steeds bijgestaan worden door een begeleidingverpleegkundige en/of een oncopsycholoog.

Contactgegevens

Oncologisch Begeleidingsteam (OBT):

Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek