09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Behandeling van oppervlakkige blaastumoren

Meestal bestaat een genezende behandeling bij oppervlakkig groeiende blaastumoren uit een operatie, eventueel gevolgd door het spoelen van de blaas met medicijnen. Zowel het verwijderen van de tumor als de blaasspoeling vinden plaats via de plasbuis. Soms kan een operatie voldoende zijn. Sommige patiënten krijgen alleen een blaasspoeling, opereren is bij hen niet noodzakelijk.

 

1. TUR blaas (transurethrale resectie van de blaas)

  • Deze operatie verloopt via de plasbuis.
  • De operatie vindt meestal plaats onder algemene verdoving; in sommige gevallen onder plaatselijke verdoving, waarbij het onderlichaam gevoelloos is.
  • De instrumenten worden via de cystoscoop in de blaasholte gebracht.
  • Om de tumor te verwijderen maakt de arts meestal gebruik van een dunne metalen draad, een diathermische lis. Deze draad wordt in de blaas om de tumor geschoven. Door de draad loopt elektrische stroom, waarmee het tumorweefsel laagje voor laagje wordt weggesneden. Oppervlakkige blaastumoren kunnen hiermee volledig worden verwijderd.
  • Gedurende de operatie wordt de blaas gespoeld met water. Dit spoelwater wordt opgevangen en de stukjes weefsel worden eruit gezeefd. Deze worden opgestuurd naar het labo, waar ze nader worden onderzocht.

 

  

2. Blaasspoeling

Over het algemeen vindt een blaasspoeling plaats net na en zes weken na de operatie. Dit gebeurt op de consultatie bij de arts. Hoe vaak u een spoeling krijgt hangt af van de gebruikte spoelvloeistof. Voor het spoelen van de blaas worden cytostatica of een BCG-vloeistof gebruikt.

  • Eerst wordt bij de patiënt een katheter in de blaas gebracht. Via deze katheter loopt alle urine uit de blaas. Daarna worden de medicijnen in de blaas gebracht.
  • Om ervoor te zorgen dat de medicijnen de gehele blaaswand bereiken, kan het nodig zijn dat de patiënt een poosje in verschillende houding moet liggen: op de rug, de buik, de linker- en de rechterzij. Na de spoeling kan de vloeistof gewoon worden uitgeplast.

 

Er zijn 2 soorten blaasspoeling:

 

Blaasspoeling met cytostatica

Cytostatica hebben een remmende werking op de celdeling. Zij werken snel op sneldelende cellen, zoals kankercellen, en minder op de gezonde cellen. Tijdens een blaasspoeling blijven de cytostatica één à twee uur in de blaas. Aangezien de medicijnen ook van invloed kunnen zijn op de gezonde cellen van het blaasslijmvlies kunnen er bijwerkingen optreden. De meest voorkomende bijwerkingen zijn bloed in de urine, vaak plassen en/of pijn tijdens het plassen. Na het stoppen van de behandeling herstelt het slijmvlies zich en verdwijnen de klachten meestal. Soms kunnen zich ook allergische reacties voordoen.

 

Blaasspoeling met BCG (Bacillus Calmette-Guérin)

Dit is een vaccin dat bestaat uit verzwakte tuberculosebacteriën, die ook werkzaam blijken te zijn bij blaaskanker. BCG is meestal het meest effectief wanneer het direct in de blaas wordt ingebracht bij de oppervlakkige vorm van blaaskanker. De precieze werking van BCG is tot nog toe onbekend. Er zijn aanwijzingen dat BCG het lichaam aanzet tot afweer tegen de kwaadaardige cellen. Een behandeling waarbij het eigen afweersysteem wordt geactiveerd noemt men immunotherapie.

Bij het merendeel van de patiënten zijn de lokale bijwerkingen vergelijkbaar met die van de cytostaticaspoeling. Daarnaast kan het voorkomen dat u zich niet lekker voelt en lichte koorts krijgt.
De klachten treden ongeveer één à twee dagen na een BCG- spoeling op en nemen toe met het aantal spoelingen. Meestal verdwijnen de klachten vrij snel nadat de spoelingen zijn afgelopen. Bij een klein percentage van de patiënten (ongeveer 4%) zijn de bijwerkingen ernstiger, zoals hoge koorts, veel bloed in de urine en bij mannen een ontsteking van de prostaat. Deze klachten zijn over het algemeen goed te behandelen. Soms moeten de nog geplande spoelingen worden uitgesteld.

De spoelingen verlopen volgens een vooraf bepaald schema. Het behandelingsschema wordt onder meer bepaald door het stadium van de tumor en het aantal tumoren dat is gevonden.

 

Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek