09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Het stoma

Een stoma betekent voor patiënten een grote verandering in hun leven. Een verandering die met veel vragen en onzekerheden gepaard gaat. De arts brengt de patiënten bij wie een stoma noodzakelijk is vóór de operatie op de hoogte van de gevolgen van deze ingreep. Wanneer de blaas verwijderd is, kan de urine niet meer op natuurlijke wijze het lichaam verlaten. Soms kan de arts een neo-blaas (vervangblaas) maken.

 

1. Incontinent urinereservoir of het urostoma volgens Bricker

Voor het maken van een dergelijke blaas gebruikt de arts een stukje dunne darm van ongeveer 15 centimeter. Dit stukje wordt uit de darm verwijderd, waarbij de beide uiteinden van de dunne darm opnieuw met elkaar verbonden worden. Het losse stukje darm wordt aan één kant dichtgemaakt. Zo ontstaat een soort zakje.
Beide urineleiders worden hierop aangesloten. Daarna wordt rechtsonder in de buikwand een opening gemaakt waar het open gedeelte van het stukje darm doorheen wordt geschoven.
Dit wordt vastgehecht op de buikhuid. De plaats waar de darm is vastgehecht op de huid noemt men een urinestoma. Deze blaas heeft geen afsluitmechanisme: de urine loopt dus direct naar buiten. Rondom het ontstane urinestoma wordt op de buik een opvangzakje bevestigd waar de urine wordt opgevangen. De urine loopt dus voortaan vanaf de nieren via de urineleiders in het stukje darm. Van daaruit loopt de urine vanzelf in het zakje buiten het lichaam. Nadeel is dat de patiënt 24 uur per dag een zakje op de buik zal moeten dragen.

Wat komt er allemaal bij zo een operatie kijken?

 

2. Continent stoma

Voor het maken van een continent urinereservoir of continent urinestoma wordt gebruik gemaakt van een stukje dikke of dunne darm van ongeveer 50 centimeter. Dit stukje wordt uit de darm verwijderd, waarna de darmuiteinden opnieuw met elkaar verbonden worden. Van het losse stukje darm wordt een reservoir gemaakt. Hierop worden de beide urineleiders verbonden. Het reservoir wordt op een speciale wijze door de buikhuid heen geleid en vastgezet.

Hierdoor ontstaat een klep die ervoor zorgt dat de urine niet spontaan uit de nieuwe blaas buiten het lichaam kan lopen.
Het leegmaken van de blaas gebeurt door de patiënt zelf met behulp van een katheter. Dit moet minimaal viermaal per dag gebeuren. Een op deze wijze gevormde blaas lijkt op de oude blaas. Het voordeel van deze methode is dat men geen opvangzakje op de buik hoeft te dragen. Helaas kan dit slechts bij een aantal patiënten worden aangelegd.
Alle onderzoeken, pre- en post-operatieve zorgen zijn dezelfde als bij aanleg van de urostoma. Het verschil is dat men hier niet hoeft te zorgen voor opvangmateriaal. Wel wordt in het ziekenhuis aangeleerd hoe de patiënt zichzelf moet sonderen met een katheter. Er worden ook aangepaste katheters voorgeschreven door de arts.

 

 

3. Aanleggen van neo- blaas of vervangblaas

Er wordt een urinereservoir gemaakt van een langer deel (60 cm) dunne darm. Dit reservoir wordt op de plasbuis geplaatst. Het sluitspiermechanisme van de blaas blijft in principe intact, waardoor een meer natuurlijke vorm van opvang ontstaat. Men heeft wel niet hetzelfde gevoel als bij een normale blaas als men moet plassen, doordat er een stukje darm als urinereservoir dienst doet, men krijgt eerder pijn of ene drukgevoel in de onderbuik wanneer men moet plassen.

’s Nachts kunnen er problemen zijn met het ophouden van de urine en soms is het moeilijk om het reservoir goed leeg te maken. In die gevallen is het nodig dat het reservoir wordt leeggemaakt met behulp van een katheter. Helaas kan een neo-blaas slechts bij een beperkte groep worden aangelegd.

Alle onderzoeken, pre- en post- operatieve zorgen zijn dezelfde als bij aanleg van de urostoma. Het verschil is dat men hier niet hoeft te zorgen voor opvangmateriaal. Wel wordt in het ziekenhuis aangeleerd hoe de patiënt het best plast. Hij gaat hierbij rustig zitten op het toilet en perst met de buik de urine uit het reservoir. Het is ook aangewezen 2 maal per nacht de wekker te zetten zodat de patiënt naar het toilet kan gaan om te vermijden dat hij tijdens de slaap incontinent wordt.

 

 

4. Enterocystoplastie

Met een segment geïsoleerde darm wordt een grotere blaas gecreëerd, dit om de blaascapaciteit te vergroten. Meestal bij patiënten met geringe capaciteit of ongecontroleerde blaascontracties. Niet bij kwaadaardige blaasproblemen.

 

5. Psychosociale ondersteuning bij een urostoma of een vervangblaas

Het aanleggen van een stoma of een vervangblaas is een ingrijpende gebeurtenis en heeft een invloed op heel wat levensgebieden. Beide ingrepen vragen naast de lichamelijke verandering namelijk ook een aanpassing op emotioneel, sociaal en relationeel vlak. In dit aanpassingsproces kunt u steeds bijgestaan worden door een begeleidingverpleegkundige en/of een oncopsycholoog.

Contactgegevens Oncologisch Begeleidingsteam (OBT):

 

Laatste update 06/11/2018 - team urologie, andrologie en steenkliniek