09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Laparascopische sacropexie of blaasopnaaiing via kijkoperatie

Ook bekkenbodemprolaps (= verzakking van blaas en/of darm en/of baarmoeder) wordt multidisciplinair op punt gesteld. Omdat er een verband kan zijn tussen rectale, urinaire of genitale klachten is een gemeenschappelijk overleg tussen verschillende specialisten noodzakelijk. Een behandeling van slechts één van deze problemen leidt namelijk vaak tot een verslechtering in een ander compartiment van de bekkenbodem.

Via een kijkoperatie wordt de verzakking behandeld. De bekkenbodem wordt verstevigd door het innaaien van een prothesenet dat gehecht wordt tussen darm, blaas, vagina en bekken. Het urineverlies dat met de verzakking gepaard gaat, wordt tezelfdertijd opgelost.

Het voordeel van deze operatietechniek is opnieuw een korte hospitalisatie met minimaal bloedverlies en een korte revalidatieperiode. Om deze reden kan de techniek ook toegepast worden bij oudere dames met een verhoogd operatief risico.
Na volledig herstel kan een normale levensstijl zonder beperking van inspanningen hervat worden.

 

De dag voor de operatie

  • Uw huisarts zorgt voor een bloedonderzoek en hartonderzoek. Indien dit niet het geval is, zal men in het ziekenhuis deze onderzoeken nog uitvoeren. Uw arts beslist of er nog een radiografie van de longen moet worden uitgevoerd.
  • U komt de dag voor de operatie naar het ziekenhuis.
  • U wordt geschoren.
  • Rond 14 uur krijgt u een maatje Primperan siroop toegediend. Daarna begint u met een darmvoorbereiding, zodat het volledige darmtraject leeg is. Dit gebeurt aan de hand van 4 zakjes poeder die elk worden opgelost in 1 liter water, met naar wens wat smaakstof. Na het derde zakje kijkt men of de ontlasting al helder en zonder resten is. Soms kan u al stoppen na de derde fles. De flessen moeten opgedronken zijn tegen 20 uur. Nadien mag u tot middernacht water en thee drinken.
  • Na het drinken van de vloeistof wordt nog een bloedafname voorzien.
  • U krijgt een inspuiting in de arm ter preventie van trombose. Deze inspuiting wordt ook na de operatie herhaald.
  • Indien u bloedverdunners neemt zoals vb. Asaflow, aspirine, Marevan of andere dient u deze minstens zeven dagen voor de operatie te stoppen. Informeer altijd eerst bij u huisarts of behandelende arts.
  • In de vooravond komt de anesthesist langs. Hij/zij zal u enkele vragen stellen en die het uur van de ingreep meedelen. U krijgt een slaapmiddel dat u gerust kan innemen om een goede nachtrust te verzekeren.

 

De dag van de operatie

  • Er worden anti-trombose kousen aangepast. Mocht u deze thuis al hebben gelieve deze dan zeker mee te brengen.
  • Na een seintje vanuit het operatiekwartier wordt U in uw bed naar de voorbereiding van de operatiekamer gebracht. Daar kan u met eventuele vragen of bemerkingen nog bij de anesthesist terecht. In de voorbereidingskamer wordt ook een infuus geplaatst ter voorbereiding op de narcose.

 

Zorgen na de operatie

  • Na de operatie blijft U nog even in de ontwaakkamer van het operatiekwartier tot u goed wakker bent. De anesthesist beslist wanneer u terug naar de kamer kunt. In de ontwaakkamer is er geen bezoek van de familie toegelaten.
  • U zult een infuus (kathetertje) in de arm of hand hebben.
  • U hebt een katheter in uw blaas en tevens een vaginale wiek (een gaasverband dat in de vagina wordt geplaatst om het nabloeden te vermijden).
  • U hebt verschillende kleine wondjes ter hoogte van de buik.
  • Soms hebt u ook een wonddrain, een buisje om wondvocht af te voeren.
  • Er is regelmatig controle van bloeddruk en pols en dit ook gedurende de nacht.
  • De verpleegkundige vertelt u vanaf wanneer u iets mag drinken.

 

De eerste dag na de operatie

  • De arts komt langs en de vaginale wiek wordt verwijderd.
  • De blaaskatheter blijft nog zitten. In sommige gevallen wordt deze ook verwijderd.
  • De eerste dagen na de operatie zal de voeding aangepast worden. Door de narcose is de functie van de darmen immers verminderd, zodat deze na enkele dagen pas opnieuw volledig is hersteld. De eerste dag na de operatie wordt enkel wat water toegediend: vanaf het moment dat u opnieuw windjes heeft, kan de voeding worden opgedreven.
  • Daarbij krijgt u ook nog een infuus (kathetertje) in arm of hand dat enkele dagen ter plaatse zal blijven tot de darmfunctie volledig is hersteld.
  • Het is belangrijk dat u minstens 2 x daags het bed verlaat en uw gewone beweging herneemt.

 

De volgende dagen na de operatie

  • De arts komt langs en de blaaskatheter mag verwijderd worden.
  • Als de darmfunctie goed herstelt, mag u opklimmende voeding (de voeding wordt elke dag consistenter) krijgen.
  • De wonddrain zal verwijderd worden.
  • Er worden plastiek verbanden op de wondjes aangebracht, daar kan u mee naar huis en mag u douchen.
  • De arts zal beslissen wanneer u ontslagen kan worden. Dit is waarschijnlijk 4 à 5 dagen na de operatie.
  • De hechtingen worden één week na de operatie verwijderd.
  • U gebruikt éénmaal per dag vaginale crème totdat de tube leeg is.
  • U krijgt een afspraak mee om na 6 weken op consultatie te komen bij uw arts.
  • Zware inspanningen, fietsen en seksuele betrekkingen, zijn verboden gedurende de eerste 6 weken.


Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek