09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Pyeloplastie

Op de verbinding tussen nierbekken en urineleider kan een vernauwing aanwezig zijn. Meestal betreft het hier een aangeboren afwijking, waarbij in de loop van de kinderjaren de uitgang van de nier niet meegroeit, terwijl nierbekken en urineleider wel groter worden.

Langzaam ontstaat zo een relatieve vernauwing, waardoor de nier in toenemende mate in problemen komt, want ook de productie van de urine wordt met de jaren alsmaar groter.

Elke hinder ter hoogte van de uitgang van de nier heeft een afvloeistoornis ten gevolg met een uitzetting van de nier. Eén en ander verloopt echter heel geleidelijk en, zolang de andere nier maar goed functioneert en de taak van zijn zieke collega overneemt, zonder klachten. Vaak wordt deze afwijking dan ook bij toeval op latere leeftijd pas ontdekt als om andere redenen echofoto’s van de buik worden genomen. Dan is het voor de zieke nier soms te laat. Ook bij deze afwijking is er een hogere kans op infectie. De vernauwde zone kan weggesneden worden.

 

De dag voor de operatie

  • Uw huisarts zorgt voor een bloedonderzoek en hartonderzoek. Uw arts beslist of er nog een foto van de longen moet worden gemaakt.
  • U komt de dag voordien binnen.
  • U wordt geschoren ter voorbereiding van de operatie.
  • U krijgt na het avondeten een lavement om de darm te reinigen.
  • U krijgt een inspuiting in de arm ter preventie van trombose. Deze inspuiting wordt na de operatie herhaald.
  • In de vooravond komt de anesthesist langs. Hij/zij zal u enkele vragen stellen en het uur van de ingreep meedelen. Hij/zij zal een slaapmiddel voorzien dat u gerust kan innemen om een goede nachtrust te verzekeren.
  • Vanaf 24u zal de nachtverpleegster uw glas wegnemen omdat u volledig nuchter moet zijn voor de operatie. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de operatie laat in de namiddag plaatsvindt, zal u nog een licht ontbijt krijgen.
  • Indien u bloedverdunners neemt zoals vb. Asaflow, aspirine, Marevan of andere, dient u deze minstens zeven dagen voor de operatie te stoppen. Informeer altijd eerst bij u huisarts of behandelende arts.

De dag van de operatie

  • Er worden anti-trombose kousen aangepast. Mocht u deze thuis in uw bezit hebben, gelieve deze dan zeker mee te brengen.
  • Net voor de operatie krijgt u een licht kalmeermiddel toegediend, voorgeschreven door de anesthesist.
  • Na een seintje van het operatiekwartier wordt U in uw bed naar de voorbereiding van de operatiekamer gebracht. Daar kan u met eventuele vragen of bemerkingen nog bij de anesthesist terecht. In de voorbereidingskamer wordt ook een infuus geplaatst ter voorbereiding op de narcose.
  • De ingreep gebeurt meestal via ene kijkoperatie (laparoscopie)

 

Zorg na de operatie

  • Na de operatie blijft u nog even in de ontwaakkamer van het operatiekwartier tot u goed wakker bent. De anesthesist beslist wanneer u naar de kamer terug kunt. In de ontwaakkamer is geen bezoek van de familie toegelaten.
  • Er is regelmatig controle van bloeddruk en pols en dit ook gedurende de nacht.
  • U zult steeds een infuus (kathetertje) in de arm of de hand hebben.
  • Na de ingreep blijft enige tijd een katheter (een kunststofslangetje) via de plasbuis in de blaas zitten.
  • Daarnaast hebt u ook een wonddrain (een buisje om wondvocht af te voeren). Na enkele dagen, wanneer er niet veel wondvocht uit de drain komt, zal deze worden verwijderd. Het is ook mogelijk dat u een pijnpomp krijgt, dit om continu de pijn onder controle te houden, maar dit wordt steeds op voorhand besproken met de anesthesist. Na de operatie worden continu pijnstillers toegediend. Als u nog pijn heeft, meldt dit dan steeds aan de verpleegkundige.
  • Er blijft een buisje binnenin de urineleider achter. Dit bevindt zich met een lus in de nier en een lus in de blaas om een goede afvloei van urine te verzekeren en te voorkomen dat er geen koliekpijnen meer ontstaan. Dit geeft soms een gevoel van frequent te moeten plassen.
  • Omdat u kleine insneden heeft, moet de helft van de hechtingen worden verwijderd op de zevende en de achtste dag na de operatie. Als u niet meer in het ziekenhuis verblijft, moet u hiervoor uw huisarts contacteren. Er wordt bij ontslag wel een plastiek afdekkend verband aangebracht waarmee u wel mag douchen, doch niet in bad kan. Als de wondjes na het verwijderen van de hechtingen goed hersteld zijn, mag u na enkele dagen het verband verwijderen. U wacht best nog 14 dagen om in bad te gaan; douchen mag wel.
  • Wacht steeds op de verpleegkundige voor u naar huis gaat. Zij brengt u nog een afspraak ter controle bij de dokter en ook een ontslagbrief waarop nuttige instructies staan.
  • Tip: zware inspanningen worden best vermeden gedurende 6 weken.
 
Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek