09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Chemotherapie

Chemotherapie is de behandeling van kanker met speciale medicijnen, zogeheten cytostatica.

Cytostatica beïnvloeden de ontwikkeling van kankercellen en remmen de celdeling. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen invloed op de celdeling. Daarnaast bestaat er verschil in de wijze waarop cytostatica aan het lichaam worden toegediend (tablet, injectie, etc.).

De cytostatica die worden gebruikt bij de behandeling van zaadbalkanker, worden toegediend in een ader van de arm en komen zo direct in de bloedbaan. Via het bloed worden zij door het hele lichaam verspreid en kunnen ze op alle plaatsen in het lichaam kankercellen bereiken.
Bij het toedienen van de cytostatica vindt er veelvuldig bloedonderzoek plaats. Hierna volgt een rustperiode waarin geen medicijnen worden toegediend. Een dergelijk schema van toediening wordt een cytostaticakuur genoemd. Na een aantal kuren wordt onderzoek gedaan naar het effect van de behandeling.

Cytostatica werken niet alleen in op de kankercellen, maar ook op gezonde cellen. De behandeling met cytostatica kan daardoor een aantal onaangename bijwerkingen hebben.
Misselijkheid, darmstoornissen, haaruitval en vermoeidheid zijn hiervan enkele voorbeelden.
Hierdoor is de behandeling erg belastend voor de patiënt en voor de mensen in zijn omgeving.
Misselijkheid en braken kunnen tegenwoordig meestal met medicijnen worden bestreden. De bijwerkingen verminderen geleidelijk nadat de medicijnentoediening is beëindigd.

Ten gevolge van een behandeling met cytostatica kan onvruchtbaarheid optreden, soms blijvend. Patiënten die niet uitsluiten dat zij nog kinderen willen, kunnen dit het beste voor de aanvang van hun behandeling met hun arts bespreken. U kunt overwegen om vóór de behandeling sperma in te laten vriezen. Ook als u op dat moment (nog) geen kinderwens heeft. Het invriezen van sperma is alleen zinvol als er voldoende zaadcellen aanwezig zijn. Als gevolg van de ziekte blijkt dit niet bij alle patiënten het geval te zijn. Bespreek dit tijdig met uw arts.

In de periode van de behandeling zal door middel van bloedonderzoek (tumormerkstoffen) en röntgenonderzoek worden gecontroleerd of de toegepaste behandeling resultaat heeft.
Nadat de behandeling is beëindigd, zal dergelijk controleonderzoek nog regelmatig moeten plaatsvinden. Het doel van dit onderzoek is te controleren of de ziekte terugkeert. In de eerste periode na de behandeling zal onderzoek zeer regelmatig nodig zijn. Naarmate de behandeling langer geleden is, is onderzoek steeds minder vaak nodig.

 

Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek