09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Blaashalssclerose (dichtgroeien van de blaashals)

Sachse (man) - otis (vrouw)

Door middel van een insnijding van de blaashals wordt deze terug doorgankelijk gemaakt. De insnijding is eigenlijk een knip die gegeven wordt met een instrument dat via de plasbuis wordt ingebracht.

De symptomen zijn voornamelijk moeilijk plassen. In geval van prostaatklachten bij mannen jonger dan 50 jaar wordt eerder aan blaashalssclerose gedacht.

 

De dag voor de operatie

  • Uw huisarts zorgt voor een bloedonderzoek en een hartonderzoek. Indien dit niet het geval is, zal men in het ziekenhuis deze onderzoeken nog uitvoeren. Soms wordt ook nog een radiografie van de longen uitgevoerd, dit wordt beslist door uw arts.
  • U komt de dag voordien binnen, ofwel op de dag van de operatie. Dit wordt op voorhand afgesproken met uw behandelende arts.
  • Als u dezelfde dag binnenkomt, moet u nuchter zijn en blijven tot na de operatie.
  • Het uur van de operatie zal u worden meegedeeld door de verpleegkundige. Door bepaalde aanpassingen in het operatieprogramma, kan dit uur soms vervroegen of verlaten.
  • Indien u bloedverdunners neemt zoals vb Asaflow, aspirine, Marevan dient u deze minstens zeven dagen voor de operatie te stoppen. Informeer altijd eerst bij uw huisarts of behandelende dokter.

 

De dag van de operatie

  • Voor de operatie krijgt u een antibioticum toegediend, dat u mag innemen met een slokje water. Nadien blijft u verder nuchter.
  • Na een seintje van het operatiekwartier wordt u in uw bed naar de voorbereiding van de operatiekamer gebracht. Daar kan u met eventuele vragen of bemerkingen nog bij de anesthesist terecht. In de voorbereidingskamer wordt ook een infuus geplaatst ter voorbereiding op de narcose.

 

Zorgen na de operatie

  • Na de operatie blijft u nog even in de ontwaakkamer van het operatiekwartier tot u goed wakker bent. De anesthesist beslist wanneer u terug naar de kamer kunt. In de ontwaakkamer is er geen bezoek van de familie toegelaten.
  • U zult steeds een infuus (kathetertje) in de arm of hand hebben. Een dergelijke ingreep kan gepaard gaan met bloedverlies. Na de ingreep blijft een katheter (een kunststofslangetje) enige tijd via de plasbuis in de blaas zitten. Dit kan een vervelend gevoel met zich meebrengen, nl. steeds het gevoel hebben te moeten plassen of het gevoel hebben niet meer te kunnen plassen. Vraag steeds het advies van de verpleegkundige: soms heeft u gewoon blaaskrampen die door toediening van aangepaste medicatie zullen verdwijnen. Soms kan het ook zijn dat de spoelsonde verstopt zit door klontervorming, waarbij deze manueel zal gespoeld worden door de verpleegkundige. De katheter wordt op het bovenbeen vastgekleefd.
  • Het is zeker normaal dat na de operatie de urine bloederig is, daar hoeft u niet van te schrikken.
  • Er is regelmatig controle van bloeddruk en pols, dit ook gedurende de nacht.
  • Door de verpleegkundige wordt meegedeeld vanaf wanneer u iets mag drinken.

 

De eerste dagen na de operatie

  • Uw behandelende arts komt langs en zal beslissen of het infuus in uw arm eruit mag of niet. De blaassonde blijft zeker nog 1 dag ter plaatse. Op de tweede dag na de operatie zal de arts oordelen of de blaassonde kan verwijderd worden. In dit geval zal u gevraagd worden om telkens in een maatbeker te plassen en de hoeveelheid te noteren op een daartoe voorzien formulier. Het is mogelijk dat het plassen de eerste maal branderig aanvoelt of dat u niet snel genoeg op het toilet bent, waarbij u de urine spontaan verliest: dit is normaal, u hoeft zich hierover geen zorgen te maken, dit zal spontaan verdwijnen. Daarom wordt er steeds aangepast opvangmateriaal voorzien.
  • De derde dag na de operatie zal de arts beslissen of u naar huis kunt: dit hangt af of u voldoende kan plassen en de urine niet meer te bloederig is.
  • Wacht steeds op de verpleegkundige voor u naar huis gaat. Zij maakt voor u nog een controle afspraak bij de dokter en bezorgt u een ontslagbrief waarop nuttige instructies instaan.
  • Enkele tips: best zware inspanningen vermijden gedurende de eerste weken. Wanneer u op controle komt bij uw arts, moet u steeds met een volle blaas komen, zodanig dat de kracht van de urinestraal kan gemeten worden.
  • Mocht de straal opnieuw in kracht verminderen, dan moet u contact opnemen met uw behandelende arts.
 
Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek