09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Robot-geassisteerde totale prostatectomie

Bij een operatie wordt de hele prostaat met prostaatkapsel en de zaadblaasjes verwijderd (radicale prostatectomie). Soms worden ook de nabijgelegen lymfeklieren verwijderd. Het weggehaalde weefsel wordt in het labo onderzocht. De uitslag van dit onderzoek bepaalt mede de noodzaak van verdere behandeling.
Als de arts een operatie voorstelt om uw prostaatkanker te behandelen, komt u misschien in aanmerking voor een nieuwe, minder ingrijpende heelkundige procedure die robot-geassisteerde totale prostatectomie wordt genoemd. Hierbij ‘helpt’ een ultramodern chirurgisch systeem de chirurg om vitale anatomische structuren duidelijker te zien en zo de chirurgische procedure preciezer te verrichten. Hierdoor verlaagt de kans op incontinentie en impotentie.

 

Andere voordelen:

  • korter verblijf in het ziekenhuis
  • minder pijn
  • kleiner risico op infecties
  • minder bloedverlies en transfusies
  • minder littekenvorming
  • sneller herstel
  • snellere terugkeer naar de dagelijkse activiteiten

Zoals dit bij elke ingreep het geval is, kunnen deze voordelen niet gegarandeerd worden. Elke patiënt en elke ingreep is immers anders.

 

Het da Vinci chirurgisch systeem (= robot-geassisteerd)

Het meest opvallende kenmerk van het da Vinci chirurgisch systeem is dat de chirurg niet langer zelf aan de operatietafel staat. Bij de operatietafel staat de robot waarop vier armen gemonteerd zijn. Op drie armen worden de instrumenten gemonteerd, op één arm is de camera vastgemaakt. De arts neemt plaats in een console die iets verderop staat. Op het scherm ziet hij zijn acties in 3D en uitvergroot. Met een soort joysticks die handtrillingen neutraliseren bestuurt hij de robotarmen. Het systeem kan niet geprogrammeerd worden of zelf beslissingen nemen. Het is dus de chirurg die de bewegingen van de robot stuurt.

Robotchirurgie is een innoverende techniek die wereldwijd reeds in duizenden prostaatoperaties werd toegepast. De chirurg is via dit systeem in staat om via zeer kleine insneden complexe operaties uit te voeren. De ongemakken worden dus tot een minimum beperkt en de hospitalisatieduur wordt aanzienlijk beperkt.

 

De dag voor de operatie

  • Uw huisarts zorgt voor een bloedonderzoek en hartonderzoek. Indien dit niet het geval is, zal men in het ziekenhuis deze onderzoeken nog uitvoeren. Uw arts beslist of er nog een foto van de longen moet worden gemaakt.
  • U komt de dag voordien of dag van operatie binnen, de arts bespreekt dit op voorhand met u.
  • U wordt geschoren ter voorbereiding van de operatie, indien u de dag van operatie opgenomen wordt, kunt u zichzelf thuis scheren.
  • De darmvoorbereiding bestaat uit een fosfaatlavement die de verpleegkundige u toedient in het ziekenhuis. Als de operatie plaatsvindt de dag van opname, kan het gebeuren dat de arts u vraagt het fosfaatlavement zelf thuis toe te dienen. Na toediening mag u niets meer eten. Drinken mag nog tot middernacht. De dag van de ingreep zelf dient u nuchter te zijn en te blijven.
  • U krijgt een inspuiting in de arm ter preventie van trombose. Deze inspuiting wordt na de operatie verder gegeven. Indien u de dag van operatie opgenomen wordt, start dit ’s avonds, de dag van operatie.
  • In de vooravond komt de anesthesist langs. Hij/zij zal u enkele vragen stellen en het uur van de ingreep meedelen. Hij/zij zal een slaapmiddel voorzien dat u gerust kunt innemen om een goede nachtrust te verzekeren. Indien de operatie plaatsvindt de dag van opname, ziet u de anesthesist op de voorbereidingskamer, vlak voor de operatie.
  • Indien u bloedverdunners neemt zoals vb. Asaflow, Aspirine, Marevan of andere dient u deze minstens zeven dagen voor de operatie te stoppen. Informeer altijd eerst bij uw huisarts of behandelende arts.

 

De dag van de operatie

  • Er worden anti-trombosekousen aangepast. Mocht u deze thuis in uw bezit hebben, gelieve deze dan zeker mee te brengen.
  • Net voor de operatie krijgt u eventueel een licht kalmeermiddel, voorgeschreven door de anesthesist.
  • Na een seintje van het operatiekwartier wordt u in uw bed naar de voorbereiding van de operatiekamer gebracht. Daar kunt u met eventuele vragen of bemerkingen nog bij de anesthesist terecht.
  • Na de operatie gaat u 1 nacht ter observatie naar de afdeling intensieve zorg of recovery. Uw familie kan u dan bezoeken om 19 uur. Eventueel kan de familie contact opnemen met de verpleegkundige om informatie in te winnen over het verloop van de operatie. 

 

Zorgen na de operatie

  • Op de afdeling intensieve zorg zal de anesthesist beslissen of u naar de kamer kunt.
  • U heeft 1 of 2 infusen (katheters) in de arm voor de toediening van vocht. De ingreep gaat meestal gepaard met weinig bloedverlies, toch kan het noodzakelijk zijn om tot een bloedtransfusie over te gaan.
  • Na de ingreep blijft een katheter (kunststof slangetje) in de blaas achter. Die katheter wordt op het bovenbeen vastgekleefd en blijft zeker enkele dagen ter plaatse om een volledige genezing van de wonde binnenin te verzekeren. Indien u last heeft van spasmen (samentrekking van de blaas) met urineverlies naast de sonde, moet u dit zeker melden aan de verpleegkundige of de arts! Hiervoor zal u aangepaste medicatie krijgen.
  • Het is zeker normaal dat na de operatie de urine bloederig is, daar hoeft u niet van te schrikken.
  • Daarnaast heeft u ook een wonddrain (een buisje om wondvocht af te voeren). Na enkele dagen, als er niet veel wondvocht meer uit de drain komt, zal deze worden verwijderd. Na de operatie worden continu pijnstillers toegediend. Als u nog pijn heeft, meld dit dan steeds aan de verpleegkundige. 

 

De eerste dagen na de operatie

  • De eerste dagen na de operatie zal de voeding aangepast worden: door de narcose is de functie van de darmen verminderd zodat deze soms na enkele dagen pas opnieuw volledig hersteld zijn. De eerste dag na de operatie krijgt u enkel wat water. Vanaf het moment dat u opnieuw windjes hebt, kan de voeding worden opgedreven.
  • U zult ook aangepaste oefeningen krijgen van de kinesitherapeut waarbij u geleidelijk meer in beweging komt. Het is belangrijk dat u minstens 2 x per dag het bed verlaat en uw gewone beweging herneemt.
  • Rond de zesde postoperatieve dag wordt de katheter verwijderd. Er wordt aangepast opvangmateriaal voorzien, omdat de kans op incontinentie bestaat. Laat u daar zeker niet door ontmoedigen, dit is normaal en kan al na een paar dagen verdwenen zijn. Mocht de incontinentie verder blijven duren, dan kan door aangepaste oefeningen bij de kinesitherapeut dit probleem worden verholpen.
  • Het kan dat u na 2 tot 4 dagen het ziekenhuis mag verlaten. De blaassonde blijft wel nog ter plaatse. U komt ongeveer 1 week na de operatie terug naar het ziekenhuis om de blaassonde te laten verwijderen.
  • Op dag 7 en 8 na de operatie worden de hechtingen verwijderd. U gaat naar huis met een plastiek afdekkend verband dat na een paar dagen mag verwijderd worden. Douchen mag steeds, in bad gaan mag pas na een 14-tal dagen.
  • Gedurende 10 dagen krijgt u door uw huisarts of verpleegkundige anti-trombose inspuitingen toegediend.
  • Enkele tips: geen zware inspanningen of fietsen gedurende 6 weken.
  • Uit het voorgaande is gebleken dat de behandeling van prostaatkanker ingrijpende gevolgen kan hebben voor uw seksueel leven. Een mogelijke bijwerking is een verminderde potentie. Een normale erectie is daardoor niet meer mogelijk. Dit kan het gevolg zijn van beschadigingen aan zenuwen en/of bloedvaten. Afhankelijk van de ernst van de beschadigingen kunnen dergelijke erectieproblemen soms verholpen worden, voorbeeld met tabletten of door middel van een injectie in de penis. Uw behandelende arts kan u het beste advies geven.

 

Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek