09 224 61 11

Lettergrootte: a a a

Richtlijnen voor de verzorging van een suprapubische katheter

Een suprapubische blaaskatheter of cystokath wordt geplaatst bij patiënten die niet spontaan kunnen urineren voor evacuatie van de urine.
Zonder tegenadvies moet de katheter met tussenpozen afgeklemd worden ter preventie van het ontstaan van een schrompelblaas. Cystokath continu in afloop = continu een lege blaas = schrompelen van de blaas.
Daar geconcentreerde urine het aankitten en dus het verstoppen van de katheter versnelt, dient de patiënt voldoende plasvolume te onderhouden. (Min. 1,5 l drinken/24 u zo geen vochtbeperking om medische reden voorgeschreven is)
De katheter zelf moet om de 6 weken vervangen worden op de consultatie urologie of door de thuisverpleging of huisarts.
De katheter is gefixeerd met een hechtingsdraadje of met een inwendig ballonnetje. Hierbij moet wekelijks gecontroleerd worden of er in het ballonnetje nog 10 cc fysiologisch water zit. Indien dit niet zo is dan mag u dit zelf bijvullen met een spuit.

Verzorging

  • 3 maal per week de insteekplaats ontsmetten met Hibidil – 15 ml flacon (op maandag, woensdag en vrijdag)
  • 1 maal per week volledige kleefpleister verwijderen
  • De katheter zo fixeren onder het verband dat afknikken verhinderd wordt. Deze knikt namelijk gemakkelijk of tordeert gemakkelijk waardoor de afloop van urine belemmerd of verhinderd wordt.
  • Wanneer de katheter niet afloopt, steeds nazien of er geen knik is. Anders manueel spoelen met steriel fysiologisch water. Zo de katheter niet te ontstoppen is, moet een nieuwe geplaatst worden, eventueel op de consultatie urologie (tel. 09/224.66.50).

Laatste update 01/12/2017 - team urologie, andrologie en steenkliniek