Anterieure lumbale chirurgie/RALIF

Op deze pagina

RALIF staat voor retroperitoneale lumbale fusie. We maken een toegangsweg doorheen de buik om aan de voorkant van de wervelzuil te kunnen werken.

Wat houdt de operatie in?

Wanneer er een uitgesproken slijtage fenomeen optreedt van de tussenwervelschijf kan dit aanleiding geven tot veel rugpijn. Door mechanische veranderingen van de wervelkolom kan er een drukfenomeen op de zenuw naar het been optreden.

In deze omstandigheden kan beslist worden om een anterieure lumbale ingreep voor te stellen. Dat wil zeggen: een ingreep via de buik ter hoogte van de wervelkolom. Het voordeel om de wervelkolom via de voorzijde te benaderen is dat de rugspieren niet moeten ingesneden worden en dat de zenuwwortels, die aan de achterzijde van de wervelkolom liggen niet moeten gemanipuleerd worden.

De ingreep gebeurt onder narcose. Bij een dergelijke ingreep wordt een snede naast de navel gemaakt, de buikspieren worden opzij gehouden maar niet doorgesneden. De buikinhoud wordt eveneens opzij gehouden zonder het buikvlies open te maken.

Aan de voorzijde van de wervelkolom bevinden zich de grote aders die het bloed van de benen terug naar het hart voeren, deze worden vrijgemaakt om toegang te geven tot de tussenwervelschijf. Deze schijf wordt totaal verwijderd en de ruimte tussen de wervels wordt opgehoogd waardoor onrechtstreeks de achterliggende zenuwen vrij komen te liggen.

De opengemaakte tussenwervelruimte wordt opgevuld met een grote kooi die meestal opgevuld wordt met lichaamseigen bot dat via een apart sneetje ter hoogte van de bekkenkam wordt weggenomen. Een systeem met schroefjes houdt het kooitje op zijn plaats. Op deze manier kan in de maanden die volgen, het bot van de bovenliggende wervel via het bot in het kooitje vastgroeien aan de onderliggende wervel.

In heel specifieke omstandigheden kan overwogen worden om in plaats van een kooitje tussen de wervels te plaatsen, een kunstmatige tussenwervelschijf of discusprothese te plaatsen. De chirurg zal bepalen of deze techniek aangewezen is.

De risico’s van deze ingreep zijn beperkt en moeten afgewogen worden tegenover de ernst van het pijnprobleem, de lange duur van de klachten en het eventueel neurologisch functieverlies.

De meest voorkomende risico’s zijn :

  • Nabloeding en wondinfectie
  • Het optreden van trombose (flebitis) in de onderste ledematen (vandaar dat er twee weken na de ingreep nog onderhuidse inspuitingen voor bloedverdunning zullen toegediend worden)
  • De kans op zenuwschade is zeer klein omdat de zenuwstructuren die achter de wervelkolom liggen nauwelijks gemanipuleerd worden.

Rondom de bloedvaten (die wel gemanipuleerd worden) bevindt zich wel een fijn netwerkwerk van zenuwtakjes. De manipulatie hiervan kan aanleiding geven tot :

  • Het tijdelijk optreden van zenuwpijn (branderigheid, warmte) in één of beide benen. Klassiek starten deze klachten maar een 10-tal dagen na de ingreep om nadien weer traag progressief te verdwijnen.
  • Een zeer zeldzaam (in 0.1% van de ingrepen) tijdelijk probleem kan bij mannelijke patiënten bestaan uit retrograde ejaculatie. Hierbij is er een normaal orgasmegevoel maar een zaadlozing die niet naar buiten komt maar in de blaas terechtkomt. Dit is op zich geen medisch probleem, enkel bij een eventuele zwangerschapswens.

Het herstel na dergelijk ingreep neemt toch enkele weken in beslag met trage afname van het preoperatieve pijnprobleem.

Bepalend voor het verdwijnen van de klachten is een goede botingroei ter hoogte van het kooitje tussen de wervels. Deze soliede botingroei vindt vaak maar plaats 12 tot 18 maanden na de ingreep. Om dit te stimuleren is enige belasting van de wervelkolom aan te raden en roken absoluut te vermijden.

Bij vertraagde botingroei kan overwogen om na enkele maanden bijkomende schroeven en staafjes aan te brengen in de bovenliggende en de onderliggende wervel via een tweede kleine ingreep doorheen de rugspieren aan de achterzijde van het lichaam.

Voor de operatie

De neurochirurg verwijst u door naar de preopnamebalie. Zij vragen u om alle voorbereidende onderzoeken uit te voeren. Dat kan gaan om:

  • labresultaten;
  • EKG of hartonderzoek;
  • ...

Breng de resultaten van de onderzoeken minstens drie dagen voor de ingreep binnen bij de preopnamebalie. Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met onze medewerkers via het nummer 09 224 61 69.

De dag voor de operatie

De avond voor de ingreep maak je de darmen stoelgangsvrij met Picoprep®. Het voorschrift daarvoor krijg je mee bij de consultatie.

’s Middags eet je de laatste vezelarme warme maaltijd. Rond 17 uur kun je nog een lichte of vloeibare maaltijd eten (pudding, yoghurt, bouillon …). Maak nadien de oplossing voor de darmspoeling klaar. Los het eerste zakje Picoprep® op in een glas fris plat water en meng goed gedurende 2 à 3 minuten. Drink de oplossing op. Drink na 30 minuten minimaal 2 liter heldere dranken (plat water, heldere sportdrank, bouillon …) aan een snelheid van ongeveer 1 glas per kwartier.

De dag van de operatie

Los het tweede zakje Picoprep® op in een glas fris plat water en meng goed gedurende 2 à 3 minuten. Drink de oplossing op. Drink na 30 minuten minimaal 2 liter heldere dranken aan een snelheid van ongeveer 1 glas per kwartier. De ontlasting moet daarna volledig helder zijn. Als dat niet zo is moet je nog heldere vloeistof bij drinken.

De dag van de operatie

Voor u naar het ziekenhuis vertrekt

Preoperatief wassen: tijdens de consultatie kreeg u acht flacons Iso-Betadine® Uniwash mee naar huis. Was u daarmee de avond voor vertrek en de ochtend van de ingreep volgens de vier stappen.

Aankomst in het ziekenhuis

  • Een medewerker van ons team ontvangt u en begeleidt u naar de kamer op Inwendige 4.
  • We overlopen uw klachten en medische voorgeschiedenis. Het is belangrijk dat we ook de thuismedicatie overlopen en dat u alle genomen bloedverdunners vermeldt (ook als u deze intussen niet meer neemt).
  • Geef op tijd alle nodige formulieren of attesten af die uw arts moet invullen (bv. afwezigheidsattest voor werk/school, attesten voor het ziekenfonds ...).

Voor de operatie

  • De verpleegkundige informeert u op welk tijdstip de ingreep ongeveer plaatsvindt.
  • Verwijder juwelen, contactlenzen, tandprothesen, andere prothesen ...
  • De enige toegelaten kledingstukken zijn een operatiehemd en antiflebitiskousen. Heeft u zo'n kousen thuis, breng ze dan gerust mee.
  • U krijgt ook een buikband om de buikspieren te ondersteunen.

De antiflebitiskousen en de buikband moet u dragen tot 14 dagen na ontslag.

Transport naar de voorbereiding

  • Een medewerker van het patiëntenvervoer brengt u naar de voorbereiding waar de collega’s van de operatiezaal u ontvangen en verder begeleiden.

Na de ingreep

U wordt wakker in de ontwaakzaal (PAZA) met een perifeer infuus, een arteriële katheter, een blaassonde, eventueel een pijnpomp (PCIA-pomp), en een drain in de buik. We observeren u tot u voldoende wakker bent. U blijft er één nacht en de volgende ochtend brengen we u terug naar de afdeling.

De eerste pijnmedicatie krijgt u via een infuus volgens schema. De verpleegkundige voert regelmatige controle uit over:

  • neurologische functies: trek- en duwkracht van de benen.
  • parameters: bloeddruk, pols, temperatuur en zuurstofwaarden.
  • pijn.

We bieden u drinken aan bij de eerste tekenen van darmwerking. Nadat die op gang komt, starten we traag met voeding.

Verder verblijf op de afdeling

  • U krijgt een verpleegkundige toegewezen die de nodige observaties verder uitvoert.
  • U krijgt regelmatig pijnmedicatie volgens het pijnschema.
  • U heeft bedrust tot 16 uur. Daarna geven we instructies over hoe u het best opstaat na de ingreep. Volg de instructies strikt op.
  • We verwijderen dan ook de buikdrain.
  • De tweede dag, wanneer de pijn onder controle is, verwijderen we het perifeer infuus en starten we met orale pijnstilling volgens schema. Als opstaan vlot verloopt, verwijderen we ook de blaassonde.
  • Elke dag komt een neurochirurg langs op de kamer samen met de dienstverantwoordelijke of dagverantwoordelijke. In overleg beslissen we wanneer u het ziekenhuis mag verlaten.

U verblijft gemiddeld vier tot vijf dagen op de afdeling na deze ingreep.

Ontslag uit het ziekenhuis

  • Vraag uw arts naar eventuele attesten of formulieren die u nodig hebt bij ontslag (bv. afwezigheidsattest voor werk/school, attest voor het ziekenfonds ...).
  • Voor uw vertrek brengt de verpleegkundige een nieuw spatwaterdicht verband aan.
  • Instructies voor de wondzorg en de datum waarop de hechtingen verwijderd mogen worden, vindt u terug op de ontslagbrief.
  • U krijgt bij ontslag ook een medicatiebrief in tweevoud mee: voor uzelf en de apotheker.

Opvolgafspraak

De neurochirurg ziet u graag terug een zestal weken na de ingreep. Bij ontslag krijgt u een precieze datum voor de opvolgafspraak en een afspraak voor een controlefoto. De aanvraag voor deze controlefoto wordt elektronisch doorgestuurd naar de dienst Medische Beeldvorming.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 06-november-2025.

Algemene heelkunde

Neurochirurgie

Naar boven

AZ Sint-Lucas & Volkskliniek

Groenebriel 1
9000 Gent

GPS adres

Terhagen

09 224 61 11
info@azstlucas.be
Qualicor Europe Logo RGB

AZ Sint-Lucas behaalde het Qmentum-kwaliteitslabel van Qualicor Europe

made by