Hartfalen is een term die gebruikt wordt om aan te duiden dat het hart verzwakt is en niet meer werkt zoals een gezond hart. Hierdoor wordt er onvoldoende bloed doorheen het lichaam gepompt en krijgen de organen, zoals de nieren en hersenen, minder voedingsstoffen en zuurstof. Dit falen leidt uiteindelijk tot allerlei symptomen.
Het hart is een levensbelangrijk orgaan en bestaat uit een linker- en rechterhelft. Elke helft bestaat uit een voorkamer (atrium) en kamer (ventrikel). Deze gespecialiseerde spier zorgt ervoor dat het bloed continu doorheen het lichaam circuleert.
Je kan de werking het best vergelijken met een pomp. Vanuit de rechterkant van het hart wordt zuurstofarm bloed naar de longen gepompt. Daar neemt het bloed zuurstof op. Het zuurstofrijke bloed gaat nu naar de linkerhelft van het hart. Hieruit wordt het zuurstofrijke bloed naar de rest van het lichaam gepompt. Organen en weefsels verbruiken zuurstof uit het bloed. Hierdoor stroomt zuurstofarm bloed terug naar de rechterharthelft. Het is hier dat de hartcyclus opnieuw opstart.
Het hart wordt gevoed door een systeem van kleine bloedvaten, de kransslagaders. Een elektrisch circuit wekt prikkels op en doet het hart samentrekken. Zo houdt de pompfunctie van het hart stand. Hartritmestoornissen ontstaan wanneer dat elektrisch circuit niet meer normaal verloopt. Hierdoor trekt het hart sneller, trager of onregelmatig samen.
Bij hartfalen werkt het hart niet goed meer. Het heeft problemen om het bloed rond te pompen in het lichaam en raakt vermoeid. Dat geeft problemen voor de werking van organen zoals nieren, longen, hersenen en de totale spieractiviteit.
De diagnose berust eerst en vooral op tekenen of klachten:
Er zijn verschillende factoren die hartfalen kunnen veroorzaken:
Je arts kan verschillende onderzoeken doen om een diagnose te stellen en de oorzaak te bevestigen of aan te tonen:
Cruciaal voor jouw behandeling is een goede samenwerking tussen cardioloog, huisarts, hartfalenverpleegkundige en jezelf. Je gezondheid hangt af van hoe goed jouw hart functioneert en hoe het op de behandeling reageert. Geef ook feedback aan de arts over je toestand en hoe deze evolueert.
Er zijn twee belangrijke doelstellingen in de behandeling:
De behandeling van hartfalen bestaat uit verschillende zaken:
Arts:
Hartfalenverpleegkundige:
Geeft je tijdens je opname uitleg over je ziekte, behandeling en prognose.
Belangrijk is dat je de medicijnen die de arts voorschrijft, inneemt zoals door hem geadviseerd wordt. Dat wil zeggen: op het juiste tijdstip en in de juiste hoeveelheid. Het is echter ook van groot belang dat je goede feedback geeft aan de arts over hoe je toestand evolueert. De verandering bekijken van een aantal parameters – zoals de evolutie van je gewicht of het opzwellen van je voeten – zullen soms mee bijdragen aan het behandelplan.
Sommige pillen hebben ook invloed op de nierwerking en de zouten in het bloed. Hierdoor zijn dus regelmatige bloedafnames noodzakelijk.
De werking van medicatie vatten we als volgt samen:
Bij hartfalen bestaat de behandeling meestal uit vier pijlers:
Van deze medicijnen is al lange tijd bewezen dat zij effectief de verdere evolutie van je hartziekte afremmen. In de meeste gevallen krijg je ook een vochtafdrijver/plaspil (diureticum). Deze heb je nodig om het opgehouden vocht uit te plassen en je verder te beschermen tegen vochtophouding.
Algemeen
Preparaten die veel zout bevatten worden best vermeden, bijvoorbeeld bruistabletten, bepaalde poeders en siropen. Hierdoor kan je lichaam meer vocht ophouden en kunnen symptomen van hartfalen toenemen.
Hieronder volgen enkele aanbevelingen om je behandeling te optimaliseren.
Patiënten met hartfalen hebben vaak de neiging om meer zout (natriumchloride, NaCl) op te houden. Dat zorgt voor meer ophouden van water en mogelijk een toename van de symptomen van hartfalen.
Sinds lange tijd wordt aangeraden dat hartfalenpatiënten hun dagelijkse inname van zout en vocht beperken zodat het lichaam minder vocht zou vasthouden en het hart minder belast zou worden. Een effect hiervan op harde klinische eindpunten (minder ziekenhuisopnames, langer leven,...) kon nog niet wetenschappelijk aangetoond worden. Een strikte zoutbeperking wordt dan ook minder en minder aanbevolen, zeker als er geen plaspillen (vochtafdrijvers, diuretica) genomen moeten worden. Hoe hoger de benodigde dosis van de vochtafdrijvende medicatie, hoe hoger de neiging om zout en vocht op te houden en hoe strenger de zoutbeperking zou moeten zijn.
Aan een nieuwe smaak moet iedereen wennen, dus ook aan gerechten met minder zout. Onze smaakpapillen vernieuwen zich om de zeven tot tien dagen. Na twee of drie weken raken patiënten normaal gewoon aan zoutarme voeding.
Volg deze aanbeveling enkel op advies van je arts!
Kalium is een zeer belangrijk mineraal of zout in het bloed en de cellen. Het zorgt voor een goede werking van cellen en het lichaam. De nieren regelen de hoeveelheid kalium in het bloed, dat binnen bepaalde grenzen moet blijven. Zowel een te lage als te hoge waarde kan gevaarlijk zijn.
Vooral het gebruik van diuretica (plasmedicatie) kan leiden tot een te laag kaliumgehalte. Deze zorgen er namelijk voor dat je meer kalium uitplast. Je arts kan dan aanbevelen om meer kaliumrijke voeding in te nemen. Het kalium kan te hoog worden door een slechte nierfunctie of bepaalde geneesmiddelen die veel worden voorgeschreven voor de behandeling van hartfalen.
Kaliumrijke voeding
Kaliumarme voeding
Patiënten met hartfalen hebben vaak de neiging om zout en water op te houden in het lichaam en in de bloedcirculatie. Dat kan leiden tot een extra belasting voor het hart met ophoping van vocht in de longen, toename van kortademigheid of zwelling van de voeten of benen.
Daarom wordt vaak aangeraden om niet te veel te drinken. Dat is vooral belangrijk voor patiënten die plaspillen (vochtafdrijvers, diuretica) moeten nemen. Bij deze patiënten kan te veel drinken aanleiding geven tot de nood aan een hogere dosis plaspillen en bijgevolg meer moeten plassen. Voor patiënten die geen diuretica moeten nemen, is dit advies minder strikt zolang er geen tekens optreden dat het lichaam vocht ophoudt (oplopend gewicht, toenemende kortademigheid, zwelling van de onderbenen).
Advies
Tips bij vochtbeperking
Mogelijkheden om het dorstgevoel te verminderen:
Wanneer mag je toch meer drinken?
Steeds meer dingen die je eerst nog zelfstandig kon doen, moet je (gedeeltelijk) overlaten aan anderen. Bovendien is hartfalen een ernstige, langzaam evoluerende aandoening, die in de meeste gevallen niet (volledig) te genezen is. Er wordt geprobeerd je zo weinig mogelijk klachten te laten ervaren en zo lang mogelijk stabiel te blijven.
Dat gaat natuurlijk gepaard met de nodige gevoelens van verdriet, boosheid, onmacht en stress. Anderzijds heeft deze veranderde situatie ook invloed op je partner en andere huisgenoten. Niet iedereen reageert op dezelfde manier, waardoor mogelijke conflictsituaties kunnen ontstaan.
Lichaamsbeweging is over het algemeen goed voor mensen met hartfalen. Het verbetert je fysieke conditie, waardoor je beter in staat bent om inspanningen te leveren. Dat betekent dat je minder snel kortademig, moe of uitgeput zult zijn. Bewegen heeft bovendien ook positieve effecten op je algehele gezondheid, zowel fysiek als mentaal.
Elke vorm van beweging is nuttig, zolang je het regelmatig en met mate doet. Het is belangrijk dat de intensiteit van de inspanning past bij de ernst van je hartfalen en de mate van kortademigheid die je ervaart. Luister goed naar je lichaam. Ga op je eigen tempo en forceer jezelf niet als het te zwaar wordt. In sommige gevallen kan het nuttig zijn om begeleiding te krijgen van een kinesitherapeut, bijvoorbeeld via een cardiaal revalidatieprogramma.
Roken heeft een zeer negatief effect op het hart en de bloedvaten. Het kan hartfalen verergeren omdat het zorgt voor het samentrekken en dichtslibben van je bloedvaten. Hierdoor kan het bloed minder goed doorheen je lichaam stromen, waaronder je hart. Daarom is een rookstop sterk aanbevolen. Op korte termijn zullen de symptomen verbeteren, terwijl op lange termijn het risico op een hartinfarct daalt.
Alcohol is een giftige stof en slecht voor het hart. Het kan de werking van de hartspier en de pompfunctie verminderen, hartritmestoornissen veroorzaken en de bloeddruk verhogen. Dat kan hartfalen verergeren of zelfs veroorzaken. Het vermindert ook de werking van je medicatie. Hoe minder alcohol je drinkt, hoe beter. Het beste is om helemaal geen alcohol te drinken, of slechts af en toe. Als je hartfalen in het verleden het gevolg was van overmatig alcoholgebruik, dien je in de toekomst volledig te stoppen met alcohol drinken.
Infecties van de luchtwegen zijn voor patiënten met hartfalen extra gevaarlijk. Ze kunnen het hart extra belasten en de symptomen verergeren. Hierdoor is er een hoger risico op een ziekenhuisopname. Tegen sommige infecties bestaan er vaccins. Deze beschermen tegen meer ernstige infecties en verminderen de kans op complicaties (ziekenhuisopname, opname op intensieve zorgen, overlijden).
Volgende vaccinaties worden aanbevolen:
Autorijden kan voor mensen met hartfalen gevaarlijk zijn. Plots onwel worden achter het stuur kan een ongeluk veroorzaken met mogelijk ernstige gevolgen voor jezelf en anderen. Daarom kan je dokter je vragen om tijdelijk of helemaal niet met de auto te rijden. Je dokter bekijkt je medische voorgeschiedenis en de ernst van je hartfalen om te bepalen of je kan autorijden. Sommige patiënten met blijvend ernstig hartfalen of hartritmestoornissen worden soms levenslang rijongeschikt verklaard. Na een implantatie of vervanging van een defibrillator of pacemaker kan het zijn dat je tijdelijk niet mag rijden. Hoe lang dat duurt, hangt af van het type rijbewijs en de ingreep.
Of en wanneer je kan werken, hangt af van hoe ernstig je hartfalen is en welk werk je doet. Het kan nodig zijn om de werkuren te verkorten of minder zware taken te doen. Soms is het nodig om een andere opleiding te volgen voor werk dat beter bij je past. Met de juiste hulp en aanpassingen kan je vaak opnieuw aan het werk gaan. Praat hierover met je werkgever of bedrijfsarts.
Afhankelijk van de ernst van het hartfalen en je toestand, is reizen vaak mogelijk. Belangrijk is dat je de mogelijke risico’s op voorhand bespreekt met je arts of (hartfalen)verpleegkundige.
Seks vergelijken we met een normale inspanning en is dus niet gevaarlijk. Hartfalen kan wel een invloed hebben op de seksualiteit. Door een verminderde conditie, kortademigheid, vermoeidheid en sommige medicaties kan seks moeilijker zijn dan voorheen. Het libido kan dalen, mannen kunnen last krijgen van een erectiestoornis en vrouwen van vaginale droogte. Het is belangrijk om met je partner te praten wanneer je merkt dat seksualiteit moeilijker gaat. Bespreek dit zo nodig ook met je arts of (hartfalen)verpleegkundige.
Met andere vragen kan je altijd de hulp inroepen van een maatschappelijk assistent of een psycholoog om te leren omgaan met de gevolgen van je chronische aandoening. Vraag hiernaar indien je met hen wil praten. Je kan ook steeds alles bespreken met je (huis)arts of hartfalenverpleegkundige.
Groenebriel 1
9000 Gent
GPS adres
Terhagen