Hartfalen

Op deze pagina

Hartfalen is een term die gebruikt wordt om aan te duiden dat het hart verzwakt is en niet meer werkt zoals een gezond hart. Hierdoor wordt er onvoldoende bloed doorheen het lichaam gepompt en krijgen de organen, zoals de nieren en hersenen, minder voedingsstoffen en zuurstof. Dit falen leidt uiteindelijk tot allerlei symptomen.

Werking van het hart

Het hart is een levensbelangrijk orgaan en bestaat uit een linker- en rechterhelft. Elke helft bestaat uit een voorkamer (atrium) en kamer (ventrikel). Deze gespecialiseerde spier zorgt ervoor dat het bloed continu doorheen het lichaam circuleert.

Je kan de werking het best vergelijken met een pomp. Vanuit de rechterkant van het hart wordt zuurstofarm bloed naar de longen gepompt. Daar neemt het bloed zuurstof op. Het zuurstofrijke bloed gaat nu naar de linkerhelft van het hart. Hieruit wordt het zuurstofrijke bloed naar de rest van het lichaam gepompt. Organen en weefsels verbruiken zuurstof uit het bloed. Hierdoor stroomt zuurstofarm bloed terug naar de rechterharthelft. Het is hier dat de hartcyclus opnieuw opstart.

Het hart wordt gevoed door een systeem van kleine bloedvaten, de kransslagaders. Een elektrisch circuit wekt prikkels op en doet het hart samentrekken. Zo houdt de pompfunctie van het hart stand. Hartritmestoornissen ontstaan wanneer dat elektrisch circuit niet meer normaal verloopt. Hierdoor trekt het hart sneller, trager of onregelmatig samen.

Werking van het hart

Wat is hartfalen?

Bij hartfalen werkt het hart niet goed meer. Het heeft problemen om het bloed rond te pompen in het lichaam en raakt vermoeid. Dat geeft problemen voor de werking van organen zoals nieren, longen, hersenen en de totale spieractiviteit.

Vaak voorkomende klachten bij hartfalen

De diagnose berust eerst en vooral op tekenen of klachten:

  • kortademigheid;
  • prikkelhoest of rochelende ademhaling;
  • slaapproblemen door kortademigheid of hoesten;
  • gebrek aan energie;
  • verminderde eetlust of gewichtstoename;
  • onregelmatige of snellere hartslag;
  • ’s nachts vaak plassen;
  • gezwollen voeten en benen (oedeem). Je kan dan met de vinger putjes duwen in de huid.

Oorzaken

Er zijn verschillende factoren die hartfalen kunnen veroorzaken:

  • vernauwing van de kransslagaders door roken, hoge cholesterol en diabetes (vaak met hartinfarct tot gevolg).
  • hoge bloeddruk (arteriële hypertensie).
  • beschadigde hartkleppen (door ziekte, aangeboren of door slijtage op hogere leeftijd,…).
  • hartritmestoornissen: een hart dat lange tijd te snel, te traag of onregelmatig klopt (voorkamerfibrillatie) kan uiteindelijk aanleiding geven tot hartfalen.
  • cardiomyopathie (betekent letterlijk hartspierziekte). Hier hebben de hartspiercellen een abnormale structuur en functie. Dat is soms erfelijk.
  • giftige stoffen (alcoholmisbruik, roken, chemotherapie, druggebruik,…).
  • hartspierinfecties (myocarditis) door virussen en bacteriën.
  • idiopathisch (geen gekende oorzaak).

Je arts kan verschillende onderzoeken doen om een diagnose te stellen en de oorzaak te bevestigen of aan te tonen:

  • Het elektrocardiogram (ECG): Het ECG is een eenvoudige manier om de elektrische activiteit van het hart vast te leggen of vroeger doorgemaakte hartproblemen op te sporen. Je krijgt een aantal zuigelektroden op de armen, benen en borst. Ze maken de elektrische stroom die door het hart stroomt zichtbaar. Het onderzoek is pijnloos.
  • De inspanningstest of fietsproef: Deze stelt de arts in staat te beoordelen hoe goed het hart functioneert wanneer een inspanning wordt verricht, en helpt problemen opsporen aan onder andere de kransslagaders.
  • De echocardiografie: Ultrasone- of geluidsgolven worden gebruikt om afbeeldingen van het hart te maken. Zo onderzoekt de arts het hart heel nauwkeurig. Het onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk.

Behandeling hartfalen

Cruciaal voor jouw behandeling is een goede samenwerking tussen cardioloog, huisarts, hartfalenverpleegkundige en jezelf. Je gezondheid hangt af van hoe goed jouw hart functioneert en hoe het op de behandeling reageert. Geef ook feedback aan de arts over je toestand en hoe deze evolueert.

Er zijn twee belangrijke doelstellingen in de behandeling:

  1. Zo goed mogelijk de tekenen en klachten onder controle houden (levenskwaliteit).
  2. De progressie van de ziekte afremmen door het slijtageproces af te remmen (de levensverwachting verhogen).

De behandeling van hartfalen bestaat uit verschillende zaken:

  • medicatie
  • speciale elektronische apparaten (pacemaker, ICD (defibrillator), CRT, LVAD…)
  • levensstijlmaatregelen
  • In sommige gevallen kan een hartoperatie of behandeling van kransslagadervernauwing de hartfunctie verbeteren.

Wie doet wat?

Arts:

  • Onderzoekt je en bepaalt de behandeling.
  • Spoort de oorzaken van hartfalen op (onderzoeken) en behandelt indien mogelijk (medicatie, ingrepen,…).
  • Werkt samen met jouw huisarts en de hartfalenverpleegkundige.
  • Neemt regelmatig bloed af ter controle en past eventueel je medicatie aan.

Hartfalenverpleegkundige:

Geeft je tijdens je opname uitleg over je ziekte, behandeling en prognose.

  • Overlegt je behandeling en opvolging samen met de artsen.
  • Is jouw contactpersoon indien je vragen of problemen hebt.
  • Bespreekt tijdens de controle-afspraken met jou je toestand.

Hartfalenverpleegkundige hartfalenverpleegkundige@azstlucas.be
09 224 50 75

Medicatie

Belangrijk is dat je de medicijnen die de arts voorschrijft, inneemt zoals door hem geadviseerd wordt. Dat wil zeggen: op het juiste tijdstip en in de juiste hoeveelheid. Het is echter ook van groot belang dat je goede feedback geeft aan de arts over hoe je toestand evolueert. De verandering bekijken van een aantal parameters – zoals de evolutie van je gewicht of het opzwellen van je voeten – zullen soms mee bijdragen aan het behandelplan.

Sommige pillen hebben ook invloed op de nierwerking en de zouten in het bloed. Hierdoor zijn dus regelmatige bloedafnames noodzakelijk.

De werking van medicatie vatten we als volgt samen:

  • Verbetering van de bloedcirculatie: Door geneesmiddelen te nemen die de bloedvaten doen uitzetten (de diameter vergroten), circuleert het bloed gemakkelijker en moet je hart minder hard werken.
  • Verbetering van de opbrengst of het rendement van de hartpomp.
  • Vermindering van vochtophoping waardoor voeten en enkels minder
    zwellen. Ook de ademhaling verloopt dan gemakkelijker. Deze geneesmiddelen doen je meer plassen.
  • Voorkomen van ritmestoornissen of van onregelmatige hartkloppingen

Bij hartfalen bestaat de behandeling meestal uit vier pijlers:

  1. een ACE-inhibitor/ARB/ARNI;
  2. een bètablokker;
  3. een aldosterone-antagonist;
  4. een SGLT2-inhibitor.

Van deze medicijnen is al lange tijd bewezen dat zij effectief de verdere evolutie van je hartziekte afremmen. In de meeste gevallen krijg je ook een vochtafdrijver/plaspil (diureticum). Deze heb je nodig om het opgehouden vocht uit te plassen en je verder te beschermen tegen vochtophouding.

Algemeen

  • Breng steeds een correcte medicatielijst mee naar de consultatie. Overloop thuis vooraf de lijst met de medicatiedozen bij de hand. Corrigeer en pas aan als dat nodig is. Stel vragen bij onduidelijkheden aan de arts, huisarts of apotheker!
  • De toediening van ijzer via een infuus kan je dagelijks functioneren, je bewegingsvermogen en je levenskwaliteit verbeteren. Zo’n ijzerinfuus kan via het dagziekenhuis (Injectafer).
  • Preparaten die veel zout bevatten worden best vermeden, bijvoorbeeld bruistabletten, bepaalde poeders en siropen. Hierdoor kan je lichaam meer vocht ophouden en kunnen symptomen van hartfalen toenemen.

  • Bepaalde geneesmiddelen hebben een negatief effect op de nieren. Dat kan leiden tot het ophouden van zout en vocht, verslechtering van de nierfunctie, stijging van de concentratie kalium in het bloed, en meer risico op maagzweren en maagbloedingen. Het gaat om:
    • Ontstekingsremmers of NSAID’s zoals ibuprofen (Brufen, Nurofen, Spidifen), Naproxen (Apranax), Diclofenac (Voltaren, Cataflam, Motifene), Aceclofenac (Biofenac), Meloxicam (Mobic), Piroxicam (Brexine, Feldene), Celecoxib (Celebrex), Etoricoxib (Arcoxia) en Nabumeton (Gambaran).
    • Aspirine (acetylsalicylzuur) (Aspegic, Sedergine, Aspirine) in hoge dosis, groter dan 3 gram per dag.

Speciale elektronische apparaten

  • Pacemaker: Een pacemaker plaatsen we wanneer de hartslag te langzaam is of pauzes heeft. Het toestel ondersteunt de hartslag kunstmatig.
  • Defibrillator: Een defibrillator plaatsen we als er sprake is van een levensbedreigende stoornis in het hartritme of als er een verhoogd risico is op de ontwikkeling van een levensbedreigende ritmestoornis.
  • CRT-toestel: Resynchronisatie is aangewezen als de linker- en rechterkamer (ventrikel) niet meer gelijktijdig samentrekken. Door het plaatsen van een CRT-P (pacemaker) of CRT-D (defibrillator) wordt een extra draad naar de linkerhartkamer gebracht. Zo worden de rechter- en linkerhelft gelijktijdig gestimuleerd. Dat zorgt voor een betere spierkracht en minder symptomen van hartfalen.
  • Linkerventrikel assist device (LVAD): Een steunhart of LVAD is een kunstmatige, elektrisch gestuurde pomp die toelaat de werking van het hart gedeeltelijk over te nemen. Een steunhart wordt gebruikt bij patiënten met eindstadium hartfalen bij wie de klassieke behandelingen tekortschieten en in afwachting zijn van een harttransplantatie.

Levensstijlmaatregelen

Hieronder volgen enkele aanbevelingen om je behandeling te optimaliseren.

Relatieve zoutbeperking

Patiënten met hartfalen hebben vaak de neiging om meer zout (natriumchloride, NaCl) op te houden. Dat zorgt voor meer ophouden van water en mogelijk een toename van de symptomen van hartfalen.

Sinds lange tijd wordt aangeraden dat hartfalenpatiënten hun dagelijkse inname van zout en vocht beperken zodat het lichaam minder vocht zou vasthouden en het hart minder belast zou worden. Een effect hiervan op harde klinische eindpunten (minder ziekenhuisopnames, langer leven,...) kon nog niet wetenschappelijk aangetoond worden. Een strikte zoutbeperking wordt dan ook minder en minder aanbevolen, zeker als er geen plaspillen (vochtafdrijvers, diuretica) genomen moeten worden. Hoe hoger de benodigde dosis van de vochtafdrijvende medicatie, hoe hoger de neiging om zout en vocht op te houden en hoe strenger de zoutbeperking zou moeten zijn.

Aan een nieuwe smaak moet iedereen wennen, dus ook aan gerechten met minder zout. Onze smaakpapillen vernieuwen zich om de zeven tot tien dagen. Na twee of drie weken raken patiënten normaal gewoon aan zoutarme voeding.

Algemene adviezen

  • Groenten en fruit bevatten nauwelijks zout.
  • Onbewerkte, verse voedingswaren zijn te verkiezen.
  • Voeg geen keukenzout en natriumrijke producten toe bij het koken. Keukenzout, zeezout, aromazout en selderijzout bevatten evenveel natrium. Bouillonblokjes bevatten normaal veel zout, hoewel er ook zoutarme bestaan (bijvoorbeeld Liebig vetarm en zoutarm).
  • Kant-en-klare producten bevatten bijna altijd veel zout.
  • Alle voedingswaren uit blik of glas bevatten veel zout. Hierbij wordt zout toegevoegd om de voeding langer te bewaren.
  • Indien maaltijden thuis geleverd worden, kan je vragen om deze gerechten zonder zout te bereiden.

Smaakmakers zonder zout

  • Kruiden en specerijen bevatten weinig zout en kan je dus veilig gebruiken om smaak te geven aan de maaltijden.
  • In de winkel zijn allerlei kruidenmengsels te koop. Deze bevatten vaak wel veel zout, hoewel er ook zoutarme bestaan. Op de verpakking staat dan ‘zonder toegevoegd zout’ vermeld.
  • De meeste verse kruiden voeg je best pas op het einde aan het gerecht toe (basilicum, bieslook, dille, koriander, munt, peterselie,...).
  • Gedroogde kruiden en verse rozemarijn, tijm en lava geven hun smaak beter af terwijl ze meekoken. Deze voeg je dus van bij het begin van de bereiding toe.
  • Er bestaan vervangzouten met een 70% lager natriumgehalte (JOZO bewust, LOSALT). Het nadeel is wel dat je dan blijft vasthouden aan de smaak van zout. Daarnaast bevatten deze producten veel kalium. Dit kan nadelig zijn als je een verhoogd kaliumgehalte in het bloed hebt door medicatie of nierinsufficiëntie.
  • Bepaalde vruchtensappen kunnen ook extra smaak geven (citroen, limoen, sinaasappel,...).

Kalium in de voeding

Volg deze aanbeveling enkel op advies van je arts!

Kalium is een zeer belangrijk mineraal of zout in het bloed en de cellen. Het zorgt voor een goede werking van cellen en het lichaam. De nieren regelen de hoeveelheid kalium in het bloed, dat binnen bepaalde grenzen moet blijven. Zowel een te lage als te hoge waarde kan gevaarlijk zijn.

Vooral het gebruik van diuretica (plasmedicatie) kan leiden tot een te laag kaliumgehalte. Deze zorgen er namelijk voor dat je meer kalium uitplast. Je arts kan dan aanbevelen om meer kaliumrijke voeding in te nemen. Het kalium kan te hoog worden door een slechte nierfunctie of bepaalde geneesmiddelen die veel worden voorgeschreven voor de behandeling van hartfalen.

Kaliumrijke voeding

  • rauwe groenten(sappen) en soep
  • peulvruchten
  • volkoren brood
  • fruit(sappen). Hoogste concentratie zit in bananen en meloen.
  • aardappelen (tenzij 2x gekookt) en frieten
  • chocolade (cacao)
  • noten
  • koffie

Kaliumarme voeding

  • rijst
  • pasta
  • wit brood
  • goed gekookte groenten
  • fruit uit blik
  • limonades
  • thee

Vochtbeperking

Patiënten met hartfalen hebben vaak de neiging om zout en water op te houden in het lichaam en in de bloedcirculatie. Dat kan leiden tot een extra belasting voor het hart met ophoping van vocht in de longen, toename van kortademigheid of zwelling van de voeten of benen.

Daarom wordt vaak aangeraden om niet te veel te drinken. Dat is vooral belangrijk voor patiënten die plaspillen (vochtafdrijvers, diuretica) moeten nemen. Bij deze patiënten kan te veel drinken aanleiding geven tot de nood aan een hogere dosis plaspillen en bijgevolg meer moeten plassen. Voor patiënten die geen diuretica moeten nemen, is dit advies minder strikt zolang er geen tekens optreden dat het lichaam vocht ophoudt (oplopend gewicht, toenemende kortademigheid, zwelling van de onderbenen).

Advies

  • Drink als je dorst hebt.
  • Maximaal 1,5 tot 2 liter per dag, alle dranken inbegrepen: water, frisdrank, koffie, thee, soep, melk,...
  • Hoe hoger de benodigde dosis van diuretica en hoe hoger de neiging om vocht op te houden, hoe strenger de vochtbeperking moet zijn.
  • Bij patiënten die dialyse krijgen en niet meer zelf plassen, moet de vochtbeperking nog strenger gevolgd worden.

Tips bij vochtbeperking

  • De inname van de toegestane hoeveelheid vocht spreiden over de hele dag. Gebruik een maatbeker in de keuken om te meten wat je gedurende de dag drinkt.
  • Medicijnen innemen bij de maaltijd en niet apart met een glas water.
  • Kleine glazen en kopjes gebruiken in plaats van grote glazen of mokken.
  • Goed kauwen. Hierdoor is er meer speekselproductie.
  • Meer zeer koude of zeer warme dranken drinken. Deze worden trager gedronken.
  • Beperken van cafeïnehoudende en alcoholische dranken.
  • Smeerbaar beleg gebruiken (confituur, siroop, platte kaas). Dat maakt een broodmaaltijd minder droog (in vergelijking met bijvoorbeeld kaas in plakjes) en vermindert dus de behoefte om te drinken.

Mogelijkheden om het dorstgevoel te verminderen:

  • De mond regelmatig met water spoelen en opnieuw uitspuwen.
  • Zuigen op een ijsblokje of een zuurtje.
  • Citroensap toevoegen aan water of thee.
  • Kauwen op kauwgom (zonder suiker). Dat verhoogt de speekselproductie.
  • Eten van kleine stukjes gekoeld of bevroren fruit.

Wanneer mag je toch meer drinken?

  • Op zeer warme zomerdagen, waarop je meer zweet dan normaal. Door ademhaling en zweten ga je dan meer vocht verliezen. Per dag mag je dan één tot twee glazen meer drinken (= 150-300 ml).
  • Bij koorts, braken of diarree verlies je ook meer vocht en mag je ook meer drinken.
  • Het kan in deze omstandigheden soms nodig zijn om plaspillen (vochtafdrijvers, diuretica) enkele dagen niet te nemen zolang je gewicht stabiel blijft en er geen toename is van kortademigheid of zwelling van de onderbenen.

Leven met hartfalen

Steeds meer dingen die je eerst nog zelfstandig kon doen, moet je (gedeeltelijk) overlaten aan anderen. Bovendien is hartfalen een ernstige, langzaam evoluerende aandoening, die in de meeste gevallen niet (volledig) te genezen is. Er wordt geprobeerd je zo weinig mogelijk klachten te laten ervaren en zo lang mogelijk stabiel te blijven.

Dat gaat natuurlijk gepaard met de nodige gevoelens van verdriet, boosheid, onmacht en stress. Anderzijds heeft deze veranderde situatie ook invloed op je partner en andere huisgenoten. Niet iedereen reageert op dezelfde manier, waardoor mogelijke conflictsituaties kunnen ontstaan.

Lichaamsbeweging

Lichaamsbeweging is over het algemeen goed voor mensen met hartfalen. Het verbetert je fysieke conditie, waardoor je beter in staat bent om inspanningen te leveren. Dat betekent dat je minder snel kortademig, moe of uitgeput zult zijn. Bewegen heeft bovendien ook positieve effecten op je algehele gezondheid, zowel fysiek als mentaal.

Elke vorm van beweging is nuttig, zolang je het regelmatig en met mate doet. Het is belangrijk dat de intensiteit van de inspanning past bij de ernst van je hartfalen en de mate van kortademigheid die je ervaart. Luister goed naar je lichaam. Ga op je eigen tempo en forceer jezelf niet als het te zwaar wordt. In sommige gevallen kan het nuttig zijn om begeleiding te krijgen van een kinesitherapeut, bijvoorbeeld via een cardiaal revalidatieprogramma.

Roken

Roken heeft een zeer negatief effect op het hart en de bloedvaten. Het kan hartfalen verergeren omdat het zorgt voor het samentrekken en dichtslibben van je bloedvaten. Hierdoor kan het bloed minder goed doorheen je lichaam stromen, waaronder je hart. Daarom is een rookstop sterk aanbevolen. Op korte termijn zullen de symptomen verbeteren, terwijl op lange termijn het risico op een hartinfarct daalt.

Alcohol

Alcohol is een giftige stof en slecht voor het hart. Het kan de werking van de hartspier en de pompfunctie verminderen, hartritmestoornissen veroorzaken en de bloeddruk verhogen. Dat kan hartfalen verergeren of zelfs veroorzaken. Het vermindert ook de werking van je medicatie. Hoe minder alcohol je drinkt, hoe beter. Het beste is om helemaal geen alcohol te drinken, of slechts af en toe. Als je hartfalen in het verleden het gevolg was van overmatig alcoholgebruik, dien je in de toekomst volledig te stoppen met alcohol drinken.

Vaccinatie

Infecties van de luchtwegen zijn voor patiënten met hartfalen extra gevaarlijk. Ze kunnen het hart extra belasten en de symptomen verergeren. Hierdoor is er een hoger risico op een ziekenhuisopname. Tegen sommige infecties bestaan er vaccins. Deze beschermen tegen meer ernstige infecties en verminderen de kans op complicaties (ziekenhuisopname, opname op intensieve zorgen, overlijden).

Volgende vaccinaties worden aanbevolen:

  • Griepvirus (Influenza): Het is aanbevolen dit jaarlijks te herhalen voor de winter.
  • Pneumokokken: Een bacteriële infectie die ernstige longontsteking kan veroorzaken. Er bestaan verschillende vaccins en schema’s. Bespreek dit met je arts.
  • COVID-19

Autorijden

Autorijden kan voor mensen met hartfalen gevaarlijk zijn. Plots onwel worden achter het stuur kan een ongeluk veroorzaken met mogelijk ernstige gevolgen voor jezelf en anderen. Daarom kan je dokter je vragen om tijdelijk of helemaal niet met de auto te rijden. Je dokter bekijkt je medische voorgeschiedenis en de ernst van je hartfalen om te bepalen of je kan autorijden. Sommige patiënten met blijvend ernstig hartfalen of hartritmestoornissen worden soms levenslang rijongeschikt verklaard. Na een implantatie of vervanging van een defibrillator of pacemaker kan het zijn dat je tijdelijk niet mag rijden. Hoe lang dat duurt, hangt af van het type rijbewijs en de ingreep.

Werk

Of en wanneer je kan werken, hangt af van hoe ernstig je hartfalen is en welk werk je doet. Het kan nodig zijn om de werkuren te verkorten of minder zware taken te doen. Soms is het nodig om een andere opleiding te volgen voor werk dat beter bij je past. Met de juiste hulp en aanpassingen kan je vaak opnieuw aan het werk gaan. Praat hierover met je werkgever of bedrijfsarts.

Reizen

Afhankelijk van de ernst van het hartfalen en je toestand, is reizen vaak mogelijk. Belangrijk is dat je de mogelijke risico’s op voorhand bespreekt met je arts of (hartfalen)verpleegkundige.

Seksualiteit

Seks vergelijken we met een normale inspanning en is dus niet gevaarlijk. Hartfalen kan wel een invloed hebben op de seksualiteit. Door een verminderde conditie, kortademigheid, vermoeidheid en sommige medicaties kan seks moeilijker zijn dan voorheen. Het libido kan dalen, mannen kunnen last krijgen van een erectiestoornis en vrouwen van vaginale droogte. Het is belangrijk om met je partner te praten wanneer je merkt dat seksualiteit moeilijker gaat. Bespreek dit zo nodig ook met je arts of (hartfalen)verpleegkundige.

Mentaal

Met andere vragen kan je altijd de hulp inroepen van een maatschappelijk assistent of een psycholoog om te leren omgaan met de gevolgen van je chronische aandoening. Vraag hiernaar indien je met hen wil praten. Je kan ook steeds alles bespreken met je (huis)arts of hartfalenverpleegkundige.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 09-september-2026.

Hart- en vaatziekten

Naar boven

AZ Sint-Lucas & Volkskliniek

Groenebriel 1
9000 Gent

GPS adres

Terhagen

09 224 61 11
info@azstlucas.be
Qualicor Europe Logo RGB

AZ Sint-Lucas behaalde het Qmentum-kwaliteitslabel van Qualicor Europe

made by